02 Het offer van Melchisedek

 

Rozet. Kelk met hostie
Een kelk met een hostie is een symbolische aanduiding voor het ‘Mysterium fidei’ - het geheim van het geloof. Het is een van de belangrijkste geloofsthema’s binnen de Kerk. Hierin wordt beleden, dat in de H. Eucharistie of het H. Misoffer brood en wijn door de consecratie (wijding) worden veranderd in het Lichaam en Bloed van Jezus Christus (de transsubstantiatie), waarna Jezus Christus aanwezig is in dit Misoffer in de gedaante van brood en wijn.
Tijdens de consecratie worden door de priester, ter herinnering aan het Laatste Avondmaal van Jezus met zijn leerlingen, de eigen woorden van Jezus gesproken:
‘Die daags vóór zijn lijden brood nam in zijn heilige en eerbiedwaardige handen, zijn ogen ten hemel opsloeg tot U, God, zijn almachtige Vader, U dankte, het zegende, brak en aan zijn leerlingen gaf met de woorden: “Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam.”  Op dezelfde wijze nam Hij na het avondmaal deze heerlijke kelk in zijn heilige en eerbiedwaardige handen, dankte U wederom, zegende hem en gaf hem aan zijn leerlingen, met de woorden: ‘Neemt en drinkt allen hieruit. Want dit is de Kelk van mijn Bloed, van het nieuw en eeuwig verbond - geheim van het geloof - dat voor u en voor velen vergoten zal worden tot vergiffenis der zonden. Zo dikwijls gij dit doen zult, zult gij het doen ter gedachtenis aan Mij.”’
De kelk met de hostie is daarmee ook een verwijzing naar het offer van Jezus Christus, die met zijn Lichaam en Bloed zijn leven gaf voor de mensen. In de H. Mis wordt dit offer herdacht.
Na de consecratie gaan de priester en de gelovigen te communie. Dan nuttigen ze, in de vorm van een hostie en wijn (de priester) of alleen een hostie (de gelovigen), het Lichaam en Bloed van Jezus Christus, waarmee ze zich verenigen met Jezus Christus.
Zie: Bijbel, Matteüs 26:26-28; Marcus 14:22-24; Lucas 22:19-20.

# Tegen een rode achtergrond staat een hostie met een kruis boven een rijkversierde kelk. De hostie en de kelk zijn omgeven door korenaren en druiventrossen, de symbolen voor brood en wijn die verwijzen naar het Lichaam en Bloed van Jezus Christus.
In de zes passen eromheen staan zes sterren tegen een blauwe achtergrond ter versiering.


 

Het offer van Melchisedek
Na de geslaagde krijgstocht van Abram (later Abraham) om zijn gevangen neef Lot te bevrijden, bood de koning van Salem, Melchisedek (Koning van de gerechtigheid), aan Abram brood en wijn aan en zegende hem. Melchisedek was ook ‘priester van God, de Allerhoogste’. Aldus staat het beschreven in Genesis 14. In Psalm 110:4 zegt de psalmdichter van koning David: “Gij zijt priester voor eeuwig naar de wijze van Melchisedek”. Er staan in het Oude Testament geen andere teksten over Melchisedek.
In het Nieuwe Testament, in de Brief aan de Hebreeën, wordt uitvoerig op de persoon Melchisedek ingegaan en wordt het psalmvers 110:4 op Jezus Christus betrokken en gezegd, dat Jezus hogepriester is naar de ordening van Melchisedek.
Zie: Bijbel, Genesis 14:18-20; Psalm 110:4; Brief aan de Hebreeën 5:5-10; 6:20; 7:1-21.


# Melchisedek staat afgebeeld naast een tafel met daarop een sierlijke wijnkruik en broodjes. Hij draagt een kroon met een rode priestermuts en een paarse schoudermantel met sierspeld op zijn rechterschouder. Daaronder een geelwitte mantel met blauwe band over een wit bovenkleed. In zijn linkerhand houdt hij brood en in de rechter een kelk. Rechts staat Abram (later Abraham) half knielend als een krijger afgebeeld. Hij draagt een helm, een zwaard, een rode mantel, een bruin metalen harnas, een blauwe tuniek en sandalen. Hij lijkt op een Romeinse soldaat. Achter hem staan twee van zijn soldaten, respectievelijk in een licht- en donkergroene mantel, ieder met een helm en een speer. Achter Melchisedek – opmerkelijk - staat een man, eveneens gekroond, nu met een kroon op een tulband. Deze man vertoont in zijn gezicht een sprekende gelijkenis met de Melchisedek op de voorgrond. De kunstenaar heeft hem hier, op de achtergrond, vooral als koning afgebeeld. Op deze wijze heeft hij Melchisedek als het ware in een ‘dubbelportret’ getekend: op de voorgrond naar de Brief aan de Hebreeën én op de achtergrond naar Genesis. Het geheel staat tegen een blauwe achtergrond.

 


Links
. Wapen van paus Leo XIII
Paus Leo XIII (Vincenzo Gioacchino Raffaele Luigi Pecci (Carpineto Romano 1810 – Rome 1903)) was paus van 1878-1903. Leo XIII was een pleitbezorger van het rozenkransgebed en het scapulier. Hij is later vooral bekend geworden van de sociale encycliek Rerum Novarum (1891).
Op het wapen zoals weergegeven zijn de kleuren van de ster en de twee lelies verwisseld t.o.v. het officiële wapen.


Rechts. Wapen van paus Pius IX
Paus Pius IX (Giovanni Maria Mastai-Ferretti (Senigallia 1792 – Rome 1878)) was paus van 1846-1878. Hij is tot nu toe (2023), na Petrus, de langst zittende paus geweest. Op 8 december 1854 kondigde hij in de pauselijke bul ‘Ineffabilis Deus’ het dogma af van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria. Ook riep hij het Eerste Vaticaans Concilie (1869-1870) bijeen, waarop de onfeilbaarheid van de paus als dogma werd goedgekeurd.
Het wapen van Pius IX (1846 tot 1878) is een correcte weergave van het officiële wapen.

© Foto’s Henk van der Voort - Tekst Wim van Stiphout
Bijdrage Gert Beuving:
 
Links Op blauw veld een groene cipres op een groene schildvoet aan de onderzijde vergezeld links en rechts van een zilveren lelie en rechts in het schildhoofd van een gouden staartster met over alles heen een zilveren balk. Het schild is vergezeld van de pauselijke attributen: de twee sleutels en de tiara.

Rechts Dit wapen is gevierendeeld. In de kwartieren 1 en 4 staan op een blauw veld een gouden leeuw en in 2 en 3 zijn op een zilveren veld twee rode schuingeplaatste balken weergegeven. Het schild wordt gecompleteerd door de pauselijke attributen: de tiara op het schild en twee schuingekruiste zilveren en gouden sleutels erachter verbonden door een rood koord. Een wapenspreuk werd in die tijd nog niet door pausen gebruikt.
 
© Gert Beuving
TERUG VENSTER 02 VENSTER 03