29  Het Heilig Vormsel
 
 
Rozet. De H. Augustinus
De H. Augustinus (Thagaste, tegenwoordig Souk Ahras in Algerije 354 - Hippo, tegenwoordig Annaba in Algerije 430) is een van de vier grote kerkvaders van het Westen. Hij was bisschop van Hippo Regius, 396-430. Behalve door zijn talrijke geschriften en zijn felle verdediging van het geloof is hij ook bekend vanwege een regel voor het kloosterleven: de Regel van Augustinus, die in verschillende maten van gestrengheid is overgeleverd.
Feestdag: 28 augustus.

# De H. Augustinus, met nimbus, staat afgebeeld als bisschop met een groene halfhoge mijter en in een groen kazuifel, waarover hij een wit met (zes) zwarte kruisen versierd pallium draagt. In zijn rechterhand, met bisschopsring en een kruisje op de handschoen, houdt hij een vlammend hart met een pijl doorboord (een symbool van de liefde en van een godservaring; zie Belijdenissen van Augustinus, Boek 9,3). Hij staat tegen een blauwe achtergrond met florale motieven. Tegen de rand staat op een banderol zijn naam afgebeeld. In de passen eromheen staat versiering; een floraal motief met witte bloemen, omgeven door een sierrand.
Sanctvs Augustinus - Heilige Augustinus

Let op.
Subgroep – Sacramentskapel. De vier grote kerkvaders van het Westen
Een viertal rozetten, in de vensters 29, 30, 32 en 33, vormt een aparte groep ramen met afbeeldingen van de vier grote kerkvaders van het Westen: Augustinus, Hieronymus, Gregorius de Grote en Ambrosius.
 
 
Het Heilig Vormsel
Het Sacrament van het Vormsel, afgeleid van het Latijnse woord ‘confirmatio’, is een bekrachtiging van het Sacrament van het Doopsel, dat men meestal bij de geboorte ontvangt. Het vormsel ontvangt men bij het begin van de volwassenheid. Deze leeftijd varieert van ca. tien jaar tot veertien jaar. Tegenwoordig meestal twaalf jaar, bij het verlaten van de basisschool. Het sacrament gaat terug op de apostelen, die met Pinksteren de H. Geest ontvingen en later de H. Geest doorgaven door handoplegging aan de nieuwe christelijke gemeenschappen. De belangrijkste handelingen bij het toedienen van het vormsel zijn de handoplegging gevolgd door het zalven van de vormeling door de bisschop. De zalfolie die hierbij gebruikt wordt is het heilige chrisma, dat ieder jaar op Witte Donderdag door de bisschop gewijd wordt. Het chrisma is een teken of zegel van de Heilige Geest. Bij de zalving maakt de bisschop met zijn duim, die hij in het chrisma heeft gedrukt, een kruisje op het voorhoofd van de vormeling. Daarbij zegt hij tot hem of haar: "NN, … ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods”, waarop de vormeling antwoordt: "Amen". Hierna geeft de bisschop aan de vormeling een zachte kaakslag, met de woorden: “Vrede zij u”. De kaakslag is een teken dat men bereid is voor het geloof alle smaad en vervolging te verduren. Door dit sacrament ontvangt de gevormde de H. Geest en de zeven gaven van de H. Geest (wijsheid, inzicht, raad, sterkte, vroomheid, liefde en eerbied voor God) en wordt hij gesterkt om eigen keuzes te maken, trouw te blijven aan de Kerk en om het evangelie door te geven.
Zie: Bijbel, Handelingen van de Apostelen 2:1-12; 8:14-17.

# Op de afbeelding ziet men een bisschop die een kind zalft door met zijn duim een kruisje te maken op het voorhoofd van het kind. De bisschop draagt een met robijnen versierde halfhoge mijter, een rijkversierde koorkap en daaronder een rochet en een paarse soutane. Onderaan in de soutane is een parura aangebracht. (Dit lijkt op een artistieke vrijheid. Normaliter was een parura in een albe geweven.) De vormeling knielt met de handen gevouwen op een paars kussen voor de bisschop. Achter het kind in een turquoise kleed staat zijn (peet-)vader, met een sierlijke, rode mantel, die zijn rechterhand op de schouder van zijn (pete-)kind legt. Tussen de (peet-)vader en de bisschop staat een dienaar die een schaal met enkele wattenbolletjes met het gewijde chrisma vasthoudt. Hij is gekleed in een superplie en draagt een stola. Links staan twee andere kinderen te wachten tot zij ook gezalfd worden. Ze dragen roodgroene respectievelijk gele kleding en hebben hun handen gevouwen. Achter hen staat een tweede dienaar, gekleed in een grijze toog met daaroverheen een superplie en een stola. Hij heeft, nauwelijks zichtbaar, ook een schaal in zijn handen met wattenbolletjes met chrisma. De vloer links is een stenen vloer. Rechts ligt een rood kleed met florale motieven. De achtergrond is mosgroen met florale motieven en daarboven blauw met florale motieven.
Opmerking.
- Na 1969, na de vernieuwing van de liturgie, is de toediening van het H. Vormsel enigszins aangepast. O.a. de zachte kaakslag behoort niet meer tot het vormingsritueel.
 
 
Een bisschop dient het H. Vormsel toe
Bij het toedienen van het Sacrament van het Vormsel legt de bisschop de handen op over de vormelingen, terwijl hij een gebed uitspreekt: “… zend over hen [de vormelingen] uw Heilige Geest met zijn zeven gaven. … de Geest van wijsheid en verstand. … de Geest van raad en sterkte. … de Geest van kennis en vroomheid. … de Geest van ontzag voor God …”. Deze handeling gaat aan de zalving met het heilige chrisma vooraf.
Zie: Bijbel, Jesaja 11:2-3.

# Rechts strekt een bisschop, bij het toedienen van het H. Vormsel, de handen uit (de handoplegging) over de vormelingen, een jongen en twee meisjes, en roept de kracht van de H. Geest af over de gedoopten om het geloof moedig en standvastig te belijden en te beleven. Twee dienaren staan hem bij. De assistent links houdt de mijter van de bisschop vast, de assistent rechts zijn bisschopsstaf. De bisschop draagt een rijkversierde koorkap met een sluitspeld waarop een bloem is afgebeeld. Er is nog een deel van zijn stola met een kruisje te zien. De kinderen knielen op een knielbankje en hebben de handen gevouwen. De vloer is een witte tegelvloer. De afbeelding staat tegen een rode achtergrond met florale motieven.
 
© Foto’s Henk van der Voort - Tekst Wim van Stiphout
 
TERUG VENSTER 29 VENSTER 30