35  H. Rochus en H. Donatus
 
 
Rozet. Tekenen van pauselijke waardigheid
Een aantal attributen van de paus wordt gezien als tekenen van pauselijke waardigheid.

# Op een rood schild, tegen een blauwe achtergrond, staan de volgende tekenen van pauselijke waardigheid afgebeeld:
- een witte muts met één kroon eromheen en twee witte linten; het is het typerende pauselijke niet-liturgische hoofddeksel; de vroegste vorm van de pauselijke tiara. De ene kroon wijst op zijn wereldlijke macht. [Zie: Woordenlijst. Tiara.]
- een wereldbol met een gouden band en een kruis; symbool voor de soevereine macht van de paus.
Daarachter, diagonaal gekruist:
- links, een bisschopsstaf (kromstaf); want de paus is bisschop van Rome.
- rechts, een pausstaf, een kruisstaf met drie dwarsbalken; symbool voor het pausschap. De uiteinden van de pausstaf hebben een klaverbladvorm.
Het geheel is omgeven door een sierrand. In de vier passen eromheen staat steeds een ster in een stralenkrans tegen een blauwe achtergrond. In de randen daaromheen staat versiering met bloemmotieven tegen een rode achtergrond.
Opmerking.
- Vanaf de negentiende eeuw wordt door de paus, te beginnen met paus Pius IX (1846-1878), i.p.v. een kruisstaf met drie dwarsbalken meestal een staf gedragen met een kruisbeeld erboven. Ook deze staf wordt een kruisstaf genoemd.
 
 
H. Rochus
De H. Rochus (vroeger nam men aan: Montpellier ca. 1295 - Montpellier 1327; tegenwoordig: Montpellier ca. 1348 – Voghuera (Savoye) 15/16 augustus 1376 of 1379) is ons het best bekend uit een zogenaamde Vita, een levensbeschrijving, van Francesco Diedo (1433-1484) uit 1478. De ouders van Rochus waren gegoede, vrome burgers. Na hun overlijden, toen hij 20 jaar was, schonk hij zijn bezittingen weg aan de armen. Hij werd pelgrim, ging naar Rome en al bedelend voorzag hij zich in zijn onderhoud. Onderweg verzorgde hij mensen die aan de zeer gevreesde pest (de zwarte dood) leden. Soms genas hij hen door het kruisteken. Ook in Rome zorgde hij voor de armen en de pestlijders. Zo was hij voor hen een licht in hun lijden. Toen hij op de terugweg naar Montpellier zelf de pest kreeg, trok hij zich terug in de eenzaamheid in de natuur. Een engel verzorgde er zijn pestbuilen, er ontsprong een bron waaraan Rochus zich kon laven en een jachthond bracht hem dagelijks een stuk brood en likte zijn zweren. Eenmaal genezen hervatte hij de verpleging van pestlijders. Wanneer hij, in oorlogstijd, terugkeert in zijn geboortestad herkent niemand hem. Hij wordt beschuldigd van spionage en zonder zich ertegen te verzetten wordt hij in de gevangenis geworpen. Daar kwijnt hij weg en na een jaar of vijf sterft hij. Men vindt hem liggend op de gevangenisvloer omgeven door een stralend licht. Dan dringt het besef door bij de plaatselijke overheid, dat men met een onschuldige te maken heeft. Vervolgens wordt hij plechtig begraven. Hij is nooit officieel heilig verklaard, maar wordt wel als heilige vereerd.

Feestdag H. Rochus: meestal 16 augustus.

# De H. Rochus, met nimbus, staat hier afgebeeld als pelgrim met lang haar, door een rode band bijeengehouden, en met een baardje. Hij draagt een bruin bovenkleed met versiering op de zoom. Daarover draagt hij een halflange rode schouder- of pelgrimsmantel, eveneens met versiering op de zoom. In zijn linkerhand heeft hij een pelgrimsstok met een veldfles. Naast hem staat een hond met een stuk brood in de bek. De hond heeft een blauwe halsband met een hanger of hondenpenning. Het geheel staat tegen een bruine achtergrond met florale motieven. Boven zijn hoofd is tegen een blauwe achtergrond met florale motieven een sterretje aangebracht.
Opmerking.
- Vanwege het verzorgen van de pestlijders is de H. Rochus vooral de voorspraak geworden voor mensen die aan de pest en verwante, besmettelijke, ziekten lijden. Ook is hij de beschermheilige tegen veepest en hondsdolheid. In sommige dorpen, waar het feest van St. Rochus gevierd wordt, wordt op zijn feestdag speciaal brood gewijd, het St. Rochusbroodje, om het de dieren te voeren tegen veepest. Vroeger was het broodje ook voor mensen bestemd tegen de pest.
- De afbeelding van de H. Rochus staat hier omdat hij in verband met besmettelijke ziekten, zoals de pest, een zeer populaire heilige was. Hij was de pestheilige bij uitnemendheid. Misschien is er ook een verband met het St. Rochusgesticht, dat in Veghel in de tuin van de zusters Franciscanessen stond. Nadat in 1845 de zusters in de tuin van hun klooster begonnen waren met de verzorging van arme en hulpbehoevende vrouwen en vervolgens met ouden van dagen, werd daar in 1873 ook het Rochushuis 'ter verzorging van lijders aan besmettelijke ziekten' gebouwd.
 
 
H. Donatus van Arezzo
Over de H. Donatus van Arezzo (Nicomedia, tegenwoordig Izmit, Turkije, ca. 300 - Arezzo, Toscane ca. 362) is niet veel bekend. Naast enkele legenden en wonderverhalen weten we nog het meeste over hem dankzij paus Gregorius de Grote, die van hem getuigt, dat hij al tijdens zijn leven beroemd was om zijn deugden en wonderen. Afkomstig uit Nicomedia is hij als kind met zijn ouders naar Rome gegaan. Nadat daar zijn ouders vanwege het geloof om het leven waren gebracht tijdens de vervolgingen van keizer Diocletianus (284-305) is hij met de monnik Hilarinus (of Hilarius) naar Arezzo gevlucht. Daar kreeg hij zijn opleiding en werd door de toenmalige bisschop Satyrus tot diaken en later tot priester gewijd. Donatus volgde in 346 Satyrus op als bisschop. In de tijd van de vervolgingen door keizer Julianus de Afvallige, Julianus Apostata, (331/2 - 363) is Donatus gevangengenomen en om zijn weigering het geloof te verzaken is hij gefolterd en ter dood gebracht. Vermoedelijk is hij met een zwaard onthoofd en bij Arezzo begraven. In een lijst van christelijke martelaren, het Martyrologium van de H. Hieronymus (347-420), wordt hij aangeduid als bisschop en belijder. In de Kerk wordt zijn gedachtenis gevierd als bisschop en martelaar.
Feestdag H. Donatus van Arezzo: 7 augustus.

# De H. Donatus van Arezzo, met nimbus, is afgebeeld als bisschop in vol ornaat met een halfhoge mijter. Met zijn rechterhand maakt hij een zegenend gebaar. In zijn linkerhand houdt hij een bisschopsstaf met gouden krul en een gouden bladmotief. En een palmtak als teken van zijn martelaarschap. Hij draagt paarse pontificale handschoenen met bovenop een kruisje; en een groen kazuifel met goudkleurige versiering over een rode tuniek met een blauwe sierrand. Ook zijn de beide rode uiteinden van een stola te zien. Daaronder draagt hij een albe, waarop onderaan versiering is aangebracht, een zogenaamde parura. Deze heeft de vorm van een goudkleurig schild met florale motieven. Aan zijn voeten draagt hij paarse pontificaalschoenen met goudkleurige sierbandjes. Het geheel staat tegen een bruine achtergrond met florale motieven. Boven zijn hoofd is tegen een blauwe achtergrond met florale motieven een bliksemschicht afgebeeld. Zie Opmerking.
Opmerking.
- Bij de H. Donatus van Arezzo is er in de loop van de tijd vaak sprake van verwarring met naamgenoten en vooral met de H. Donatus van Münstereifel (Rome ca. 140 – Rome (?) ca. 175) ook wel de Donderheilige genaamd. Deze laatste behoort tot de zogenaamde catacombenheiligen over wie weinig meer bekend is dan enkele legenden en verhalen. Ook de legenden en andere verhalen lopen bij genoemde heiligen soms door elkaar. Donatus van Münstereifel, zoon van Faustus en Flaminia (christen geworden), werd als christen opgevoed. Hij werd op zijn zeventiende een Romeins legioensoldaat die volgens de legende deel had uitgemaakt van het Bliksemlegioen (Legio fulminata of Legio fulminea). In sommige verhalen wordt dit legioen ook wel het Christenlegioen genoemd. Hij zou de marteldood zijn gestorven.
Een van de verhalen over Donatus gaat over de krijgstocht van zijn legioen tegen de Marcomannen, bij de Donau. Wanneer er door een hopeloze omsingeling van zijn leger grote schaarste dreigt aan voedsel en aan water, bidt Donatus tot God. Daarop komt er een hevige onweersbui die Donatus en de zijnen voldoende water verschaft. Maar die onweersbui verwoest door de felle bliksems ook het vijandige kamp, zodat Donatus alsnog de overwinning behaalt. Donatus belooft daarop zijn leven aan God te wijden en ongehuwd de maagdelijke staat te bewaren. Vervolgens wordt hij in Rome, als beloning voor de overwinning, de persoonlijke lijfwacht van keizer Marcus Aurelius (161-180). Wanneer er een huwelijk tussen hem en Alexandria, de nicht van de keizer, geregeld wordt, weigert Donatus dat vanwege zijn geloofsovertuiging en zijn eerder gedane belofte. Daarop wordt hij gestraft en vanwege ‘minachting van de goden’ ter dood gebracht met het zwaard.
De toevoeging ‘van Münstereifel’ is ontstaan in de zeventiende eeuw. Nadat het graf van Donatus te Rome in de catacomben van de H. Agnes was gevonden, werden kort erna in 1652 zijn relieken overgebracht naar de Jezuïetenkerk in Bad Münstereifel, even onder Keulen. Toen men bij het overbrengen van de relieken het dorp Euskirchen op ongeveer twee en een half uur lopen van Münstereifel had bereikt, kwam men bijeen in de kerk voor de H. Mis. Er brak een groot onweer los en meermalen sloeg de bliksem in. Daarbij werd de dienstdoende priester in de kerk getroffen en raakte gewond. Pas nadat deze een aantal dagen voedsel tot zich had genomen dat door de relieken van de H. Donatus was aangeraakt werd hij genezen. De H. Donatus van Münstereifel wordt gewoonlijk afgebeeld als een Romeins soldaat met een pijlenbundel. De pijlen hebben de vorm van bliksemschichten.
Zijn feestdag is 30 juni.
- Ondanks de naamsverwarring die er rond beide heiligen is ontstaan, worden ze populaire volksheiligen en worden beide aangeroepen bij onweer (blikseminslag en brand), hagel, storm en ander gevaar, zoals plotselinge ongelukken. Vandaar ook dat beide heiligen met een bliksemschicht kunnen worden afgebeeld, hoewel een bliksemschicht beter bij de H. Donatus van Münstereifel past.
 
 
# Links en rechts van de montant staan twee lelies als versiering. De lelies zijn een symbool van zuiverheid en verwijzen naar de zuiverheid of het ongehuwd zijn van beide genoemde heiligen. Daarvoor staan twee tekststroken, als een banderol door een diagonale band met elkaar verbonden. Op de stroken staan de aanroepingen tot de heilige mannen, afgebeeld in het raamdeel erboven.
Sancte Roche ora pro nobis – H. Rochus, bid voor ons
Sancte Donate ora pro nobis – H. Donatus, bid voor ons
 
© Foto’s Henk van der Voort - Tekst Wim van Stiphout
 
TERUG VENSTER 35 VENSTER 36