54  Jezus stijgt op ten hemel
 
 
Rozet. God de Vader
Nadat Jezus voor het laatst gesproken had tot zijn leerlingen ‘werd Hij ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God.’ Zo staat het beschreven in het later toegevoegde slot van het evangelie van Marcus. Jezus krijgt een ereplaats bij God, zijn Vader, om te delen in Gods koningschap. In de Eerste Brief van de apostel Petrus staat: ‘Jezus Christus, die ten hemel gevaren zetelt aan Gods rechterhand, …’ Artikel zes van de Twaalf artikelen van het geloof (de Apostolische geloofsbelijdenis) zegt het zo: “Die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader.”
Zie: Bijbel, 1 Petrus 3:22. Zie ook: Marcus 16:19.

# God de Vader, met sierlijke kruisnimbus, staat hier afgebeeld met een kroon tegen een gouden achtergrond. Hij draagt een rode mantel, bijeengehouden door een siersteen. Hij houdt beide handen in een zegenend gebaar naar voren gestrekt. De blauwe stof (de blauwe voering van zijn mantel?) onder zijn middel roept een beeld op van het firmament of de hemel. De zes passen eromheen bevatten elk een stralenbundel met een sierrand.
Opmerking.
- Vergelijkt men deze afbeelding van God de Vader met die in venster 56 Rozet dan is het verschil dermate groot, dat men bij beide afbeeldingen vragen kan stellen over de herkomst. In welk atelier zijn ze vervaardigd? Dit verdient nader onderzoek.
 
 
Jezus stijgt op ten hemel
Nadat Jezus met Pasen verrezen was, toonde hij zich nog een korte tijd aan zijn leerlingen. Daarbij beloofde hij dat zij de Heilige Geest zouden ontvangen. Op de veertigste dag na Pasen ging hij met de leerlingen naar buiten tot buiten Jeruzalem. Daar werd Hij voor het oog van zijn leerlingen opgenomen in de hemel, terwijl een wolk hem aan het oog onttrok. Zo keerde Jezus terug naar zijn Vader in de hemel.
Zie: Bijbel, Handelingen van de Apostelen 1:4-14. Zie ook: Marcus 16:19; Lucas 24:50-53; 1 Petrus 3:22.
Het feest van de Hemelvaart van Jezus Christus wordt gevierd op Hemelvaartsdag, op de 40ste dag van Pasen (de datum varieert).

# Jezus gaat naar zijn hemelse Vader. Linksboven zijn nog de voeten met de kruiswonden van Jezus te zien. En ook een deel van zijn witte bovenkleed en rode mantel. Een sierlijke band duidt de wolk aan die Jezus aan het oog van de apostelen onttrok. Maria, links met blauwe mantel, en de twaalf (!) apostelen, allen met nimbus, gekleed in verschillende kleurrijke mantels, liggen geknield met de handen eerbiedig gevouwen en kijken naar boven. Het tafereel is afgebeeld tegen een blauwe achtergrond met gele sterretjes.
Opmerking.
- Dit venster is het tweede van de reeks ‘De Glorievolle Geheimen’ van de rozenkrans.
- De ‘twaalf’ apostelen, allen met nimbus: het lijkt erop, dat de glaskunstenaar hier vooruitliep op de afbeelding Onder, waar gedobbeld wordt om een opvolger van Judas en de daarbij gekozen apostel. Bij de hemelvaart waren slechts elf apostelen aanwezig. Zie hun vermelding in Handelingen van de apostelen 1:13. Het zoeken naar de opvolger van Judas staat in de Bijbel ná de Hemelvaart van Jezus vermeld.
 
 
Leerlingen dobbelen om de opvolger van Judas, die Jezus verraden had
Nadat Jezus naar zijn hemelse Vader was teruggegaan en de apostelen in afwachting waren van de komst van de Heilige Geest, stond Petrus op en sprak tot de leerlingen van Jezus. Hij vroeg, op basis van psalmvers 109:8, om een andere apostel te kiezen als opvolger van Judas, de verrader. Ze wezen daarvoor twee leerlingen aan, Jozef, ook Barsabbas geheten, en Mattias, die al vanaf het begin van Jezus’ optreden, bij de doop door Joannes de Doper, met hen waren geweest. Na een gebed tot God lieten ze hen beide loten en het lot viel op Mattias. Hij werd daarna tot apostel verklaard, en samen met de andere elf tot de – nu weer- twaalf apostelen gerekend.
Zie: Bijbel, Handelingen van de Apostelen 1:15-26.
Feestdag H. Mattias, apostel: 24 februari. Na 1969: 14 mei.

# Links van de montant zitten aan een tafel tien apostelen, met nimbus, waarvan enkelen zichtbaar op een kruk. Rechts van de montant staan aan dezelfde tafel twee personen, met nimbus. In de persoon dichtbij de montant staande, is Petrus te herkennen, die de leiding had genomen over de loting. De andere staande persoon heeft twee dobbelstenen op de tafel geworpen. (De kunstenaar heeft het loten ingevuld met dobbelen.) De nimbus rond zijn hoofd duidt erop, dat hij Mattias is, die kort erna tot de opvolger van Judas wordt aangewezen, zodat er weer twaalf apostelen zijn. Rechts van hen staat een viertal andere leerlingen, deels met gevouwen handen. Uiterst rechts zit nog een leerling.
 
© Foto’s Henk van der Voort - Tekst Wim van Stiphout
 
TERUG VENSTER 54 VENSTER 55