58  De hand van God met de zeven
 christelijke deugden

 
 
Let op. Het venster is moeilijk te zien omdat later in het portaal extra tochtdeuren zijn geplaatst. Om het venster te zien moet men in de kerk staan; ook moet de grote deur tussen de kerk en het portaal open staan of open worden gehouden.

De hand van God
In het Bijbelboek Psalmen komt al een enkele maal de term ‘de hand van God’ voor om het handelen van God aan te geven. Het gaat dan om Gods macht. Zie Psalm 118:16: “De rechterhand van de HEER doet machtige daden....” (SV).
Met een hand die uit een wolk komt wordt in het Christendom al heel vroeg de hand van de eerste persoon van de Drie-eenheid, God de Vader, bedoeld.
De zeven christelijke deugden bestaan uit: de drie goddelijke of theologale deugden en de vier hoofd- of kardinale of zedelijke deugden.
Deugden kan men kort omschrijven als sterke en stabiele karaktereigenschappen van de mens om een goed leven te leiden.

De drie goddelijke deugden
De drie goddelijke deugden zijn: Geloof (Fides), Hoop (Spes) en Liefde (Caritas).
Deze deugden zijn het fundament voor alle zedelijke deugden en helpen de christen om in verbondenheid met God te leven.
De middeleeuwse denker en theoloog Thomas van Aquino (1225-1274) heeft deze drie goddelijke deugden uitvoerig beschreven in zijn Summa Theologiae. 

De vier hoofddeugden

In de klassieke oudheid schreef de Griekse dichter Aeschylos (525 – 456 v. Chr.) al over de deugden. De Griekse filosoof Plato (427-347 v. Chr.) bespreekt verschillende deugden in zijn geschrift Politeia en daar worden er vier als de belangrijkste genoemd: matigheid of zelfbeheersing, voorzichtigheid, rechtvaardigheid en moed. Ze worden verder beschreven door zijn leerling Aristoteles (384-322 v. Chr.) in diens boek Ethica Nicomachea. Deze deugden worden ook wel de klassieke deugden genoemd.
De deugden zijn ook een geliefd thema bij de kerkvaders in de christelijke kerk.
De H. Ambrosius (ca. 339 - 397) heeft deze vier belangrijkste deugden in de katholieke kerk geïntroduceerd en in een christelijk kader gezet (gekerstend). Hij noemde ze ‘kardinale’ deugden, afgeleid van het Latijnse woord ‘cardo’ - scharnier. Het zijn deugden waar het in het leven van de gelovige om draait; namelijk eigenschappen die helpen de juiste houding te ontwikkelen om als christen in het leven te staan en om als christen goed te handelen. Dat houdt ook in dat men in doen en laten steeds op God gericht is. Bovendien stelde Ambrosius dat deze deugden door God gegeven zijn en al bij Bijbelse personen aanwezig zijn nog voor de Griekse denkers erover spraken.
Ook de kerkvader de H. Augustinus (354-430) spreekt over deze vier deugden, maar hij verbindt ze met de tekst in het Bijbelboek Boek der Wijsheid, vers 8:7. Wel hebben sommige deugden hier een iets andere naam.
In de zesde eeuw al worden de vier hoofddeugden met de drie goddelijke verbonden. 
 
 
De hand van God
# Centraal in het venster staat een verticaal naar beneden gerichte rechterhand met een zegenend gebaar, met erachter een kruisnimbus. Het is de hand van God. Deze hand staat weer in een cirkel met een rood kruis en een gouden stralenbundel - dit kruis verwijst naar het lijden van Jezus Christus; de stralenbundel naar de Heilige Geest. De ronde, blauwwitte sierrand roept het beeld op, dat de hand als het ware uit het firmament of uit de hemel komt.
In de zeven raamsegmenten eromheen staan de zeven christelijke deugden in twee groepen op symbolische wijze afgebeeld.
 
Pelicaan die zijn jongen voedt
symbool voor de Liefde 
Kelk met hostie
symbool voor het Geloof 
Engel met rood gewaad
symbool voor de Hoop 

De drie goddelijke deugden

# Het geloof (fides), afgebeeld door een kelk met hostie, met een stralenkrans om de hostie. Deze afbeelding verwijst naar het ‘Mysterium fidei’ – het mysterie of het geheim van het geloof. Dit houdt in dat voor de gelovigen in de H. Eucharistie brood en wijn veranderd worden in het Lichaam en Bloed van Jezus Christus en dat daardoor Jezus Christus werkelijk tegenwoordig is in de gedaante van brood (hostie) en wijn (kelk).
# De hoop (spes), afgebeeld door de engel Gabriël, met nimbus, in vol ornaat. Hij is de verkondiger van de blijde of hoopvolle boodschap aan Maria, dat zij de moeder van de Verlosser zal worden.
# De liefde (caritas), afgebeeld door een pelikaan, met kruisnimbus, die met eigen bloed zijn jongen voedt. De pelikaan zit met zijn jongen op het nest. De cirkel rondom de pelikaan is aan de onderzijde open. De kruisnimbus is hier een verwijzing naar Jezus Christus. De afbeelding van de pelikaan die zijn jongen voedt met zijn eigen bloed, is in de traditie van de Kerk een symbool geworden voor de zichzelf opofferende liefde van Jezus Christus, die door zijn kruisdood zijn leven gaf voor de gelovigen, de Kerk.
Bij de drie goddelijke deugden staat de liefde in het midden afgebeeld. Deze centrale plaats verwijst naar de woorden van de apostel Paulus aan de inwoners van Korinthië. Zie: Bijbel, 1Korinthiërs 13:13: ‘Zo blijven dan: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste van deze is de liefde’.
Opmerking.
- De ‘open’ cirkel aan de onderzijde roept het idee op dat de liefde van Jezus onbegrensd is.
- Het is overigens een mythe dat pelikanen hun jongen voeden met hun eigen bloed. Maar de legende is al zeer oud (voorchristelijk zelfs) en waarschijnlijk ontstaan omdat een pelikaan -het kunnen beide ouders zijn- “
zijn kleine jongen voert met een soort vispapje uit zijn krop dat vaak een rozerode kleur heeft. Daarnaast ontwikkelen sommige pelikanensoorten een soort rode vlek onder de keel in de broedperiode. Dit versterkt het beeld dat er bloed zou worden gevoerd.” Aldus, bij navraag, een medewerker van Diergaarde Blijdorp, Rotterdam. Mei 2016.
- In de prachtige eucharistische hymne ‘Adoro te devote’ - ‘Ik aanbid U met eerbied, …’ begint strofe zes met: ‘Pie Pelicane, Jesu Domine, …’ - ‘Pelikaan vol goedheid, Jezus onze Heer, …
 
Ridder met schild
symbool voor Dapperheid 
Engel met weegschaal
symbool voor Rechtvaardigheid 
 
Hert met "sobrietas"
symbool voor Matigheid 
Slang onder stenen
symbool voor Voorzichtigheid 
 

De vier hoofddeugden

Bij de vier hoofddeugden heeft men hier vastgehouden aan de deugden die genoemd worden in het Bijbelboek Wijsheid 8:7 ‘… immers matigheid en voorzichtigheid leert zij [de wijsheid], rechtvaardigheid en sterkte, de allernuttigste dingen [deugden] in het menselijk leven.’

# De dapperheid (fortitudo, virtus), afgebeeld door een ridder, met nimbus, met zwaard, helm, halsberg, handschoen met elleboogbeschermer en een wapenschild.

Bij ‘dapperheid’ figureert hier zeer waarschijnlijk Arnulfus van Gent (Gent, 951 - Winkel, N.H., 993). De leeuw op zijn wapenschild wijst namelijk in de richting van de graven van Holland. De nimbus duidt op zijn heiligheid. Arnulfus was graaf van West-Frisia (later Holland) van 988-993. Hij is gesneuveld in West-Friesland en werd begraven in de toenmalige Abdij van Egmond. Later is hij heilig verklaard. (Over deze heiligverklaring is weinig informatie meer te vinden.)

# De rechtvaardigheid (iustitia), afgebeeld door een man, met nimbus, met een diadeem, en met een zwaard en een weegschaal.

Bij ‘rechtvaardigheid’ figureert hier de heilige engel Michaël, met een diadeem maar zonder vleugels, als de zielenweger bij het Laatste Oordeel. Een eigenschap die hem sinds de Middeleeuwen wordt toegedicht. Hij oordeelt de overledenen of ze rechtvaardig genoeg geleefd hebben en of hun goede daden opwegen tegen hun slechte daden om de hemel te mogen binnen gaan.

# De matigheid (sobrietas), afgebeeld door een hert met een banier met de tekst ‘sobrietas’.

Opmerking.

- Een mogelijke verklaring dat hier een hert figureert is, dat het hert in de christelijke traditie vanaf de Middeleeuwen ook symbool staat voor het zoeken naar of verlangen naar het ware geluk. Dit ware geluk ligt dan niet in overvloed (aan bezittingen) maar in ‘matigheid’. Zonder twijfel speelt hier Psalm 42:2 op de achtergrond mee: ‘Zoals een hert naar waterstromen verlangt, zo verlangt mijn ziel naar U, o God.’

- Het is niet direct aanwijsbaar maar mogelijk speelde hier, ten tijde van het plaatsen van dit venster, op de achtergrond ook mee, dat men in de tweede helft van de negentiende eeuw matigheid vooral zag als matigheid in drank, nuchterheid. Binnen de katholieke kerk in Nederland was er vanaf 1850 veel zorg en aandacht om drankmisbruik tegen te gaan. In 1895 richtte de katholieke priester dr. Alphons Ariëns in Enschede de eerste Vereniging voor katholieke ‘drankweer’ (drankbestrijding) op. In 1898 volgde de oprichting van een landelijke vereniging onder de naam ‘Sobriëtas’. Voorzitter werd Charles Ruys de Beerenbrouck, de latere minister-president.

# De voorzichtigheid (prudentia), afgebeeld door een slang, verborgen onder stenen in het struikgewas.

De afbeelding is gebaseerd op de Bijbeltekst: ‘Zie, ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als de slangen en argeloos als de duiven.' (Matteüs 10:16). Een oproep om waakzaam als slangen te zijn.

 

Ook bij deze afbeeldingen is de achtergrond doorgaans blauw.

De raamsegmenten met de zeven deugden zijn in de hoeken opgevuld met ornamentele motieven, o.a. blauwe bloemen.

In de passen daaromheen staan zeven engelen, met nimbus, allen identiek, tegen een blauwe achtergrond ter versiering.

 

Het roosvenster roept het beeld op, dat de zeven christelijke deugden door God (de Vader) aan de gelovigen, de Kerk, geschonken zijn door het lijden van Jezus Christus (de Zoon) en door de Heilige Geest.

 
H. Georgius (St. Joris) met de draak   H. Michael met de draak  
 
Links. H. Georgius
De H. Georgius, beter bekend als St. Joris, Cappadocië, Klein Azië, geboortedatum onbekend – Lydda in Palestina ca. 303, heeft naar alle waarschijnlijkheid echt bestaan, maar er zijn over hem nauwelijks feitelijke gegevens bekend. Hij was soldaat, krijgstribuun, in het Romeinse leger. Later werd hij gemarteld en onthoofd vanwege zijn geloof in Jezus Christus en zijn verzet tegen keizer Diocletianus (ca. 236-316; keizer van het Romeinse Rijk 284 – 305). Georgius is vooral bekend geworden door een van de legendes over hem. De oudste bron voor deze legende komt uit de Middeleeuwse verzameling verhalen, de ‘Legenda Aurea’ van de dominicaan en later aartsbisschop van Genua Jacobus de Voragine (1229 - 1298).
Toen de (heidense) stad Silena in de toenmalige Romeinse provincie Libië bedreigd werd door een draak die zich schuilhield in een moeras dichtbij de stad, zagen de koning en het volk geen andere mogelijkheid om het beest op afstand te houden dan het iedere dag twee schapen te voeren; en later, toen het aantal schapen erg klein was geworden, een schaap en een kind. Toen door het lot ook de enige dochter van de koning aan de beurt was om aan de draak te worden gevoerd en de koning met zeer veel verdriet zijn dochter liet gaan, kwam Georgius op zijn paard de prinses tegen. Hij wilde proberen in de naam van God het koningskind te redden. Nadat hij een kruisteken had gemaakt ging hij op de draak af en stak zijn lans in de bek van het dier waardoor het beest bedwongen werd. Hierna gingen Georgius en de prinses, die de draak met haar ceintuur vasthield, naar de stad. Pas toen de koning en het volk beloofden zich te laten dopen en christen te worden, doodde Georgius de draak met zijn zwaard. Daarop werden er twintigduizend mensen gedoopt. De koning liet vervolgens een grote kerk bouwen.
Een draak, een fabelachtig dier of monster, lijkt het meest op een slang en wordt vaak afgebeeld met vleugels, horens, vurige ogen en met een bek die vuurspuwt. Het dier staat symbool voor de duivel, het kwaad of het (vijandige) heidendom en moet daarom worden overwonnen. De legende van de H. Georgius en de draak is een verhaal over de bekering van een heidens land tot het christendom, dat symbolisch wordt weergegeven door een dappere christelijke ridder die met een lans het monster, het ongeloof, overwint.
Feestdag H. Georgius: 23 april.

# De H. Georgius of St. Joris, met nimbus, staat als een middeleeuwse ridder gekleed met een helm, maliënkolder, ridderhandschoenen en een zwaard. Met zijn beide handen houdt hij stevig de lans vast, waarmee hij de groenblauwe vuurspuwende draak bedwingt. Een draak die is voorzien van vleugels, een geschubd lijf en een spits toelopende staart.
De afbeelding staat tegen een blauwe achtergrond. De drie passen zijn met kleurrijke randen omgeven.
Opmerking.
- Vanwege zijn dapperheid is de H. Georgius in de twintigste eeuw ook de patroon van de scouting geworden.

Rechts. H. Michaël
De aartsengel Michaël (betekenis in het Hebreeuws: ‘Wie is als God?’) wordt zowel in het Oude als het Nieuwe Testament genoemd. Hij wordt gezien als de belangrijkste van de engelen, de ‘aanvoerder van de hemelse legerscharen’. Hij strijdt voor God en is de beschermer van Gods volk (Bijbel, Daniël 12:1). In het Bijbelboek Openbaring van Johannes wordt het visioen beschreven van de strijd – bij de aanvang van de schepping - van Michaël met zijn engelen tegen de draak met diens engelen. ‘De grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die Duivel en Satan heet en de hele wereld misleidt.’ (Openb. 12: 9). Die draak werd overwonnen. ‘Nu zijn de redding en de macht en het koningschap van onze God gekomen en de heerschappij van zijn Messias.’ (Openb. 12:10).
De H. Michael is daarom ook de schutspatroon van de Kerk.
Het verhaal gaat dus over een gevecht tussen de macht van het geloof en het ongeloof, tussen goed en kwaad.
Zie: Bijbel, Openbaring van Johannes 12:7-17.
Feestdag Wijding van de basiliek van de H. Aartsengel Michaël: 29 september. Na 1969 H. Michaël, Gabriël en Rafaël: 29 september.

# De H. Michael, met nimbus, draagt een diadeem, een rode mantel met een wit bovenkleed. Links en rechts van zijn hoofd en beneden links van de rode mantel en rechts achter de staart van de draak zijn delen van zijn witte vleugels te zien. Hij draagt ridderhandschoenen en een oranjerood schild met florale motieven, gevierendeeld door een gouden kruis. In zijn rechterhand houdt hij een lans die hij in de bek van de draak, symbool van de duivel of het kwaad, steekt om deze te doden.
De afbeelding staat tegen een blauwe achtergrond. De drie passen zijn met kleurrijke randen omgeven.
 
© Foto’s Henk van der Voort - Tekst Wim van Stiphout
 
TERUG VENSTER 58 VENSTER 01