Biografische schets van pastoor F.A. Clercx

 
Pastoor Ferdinandus Adrianus Clercx is geboren op 29 september 1823 te Neerpelt, na 1839 Belgisch Limburg, als vierde van vijf kinderen. Al vroeg (1828) ontviel hem zijn vader, de burgemeester van Neerpelt, waarna zijn moeder met haar vijf kinderen naar Helmond verhuisde. Daar volgde hij de Latijnse school en ging vervolgens naar het groot-seminarie in Haaren voor zijn priesteropleiding.
Op 28 mei 1847 werd hij te Haaren priester gewijd.
In maart 1848 werd hij assistent en vanaf 1852 kapelaan te Boxtel.
15 april 1854 werd hij benoemd tot professor in de filosofie aan het groot-seminarie te Haaren.
En vanaf 14 april 1858 doceerde hij er moraaltheologie.
18 juni 1870 werd hij benoemd tot pastoor van Veghel.
25 mei 1877 tot deken van het district Helmond.
16 april 1882 werd hij kanunnik van het kathedraal kapittel van het bisdom ’s-Hertogenbosch.
En op 27 april 1895 Geheim kamerheer van Z. H. paus Leo XIII, kort voor zijn jubileum van 25 jaar pastoor te Veghel.
Op 22 januari 1896 is hij overleden te Veghel. Op 27 januari werd de H. Mis van Requiem opgedragen door Mgr. Van de Ven, bisschop van ’s-Hertogenbosch, met assistentie van een groot aantal medepriesters. Op de begraafplaats was het roerend te zien ”hoe mannen van allen rang en stand een traan wegvaagden op het oogenblik, dat het lijk van den braven priester, van den vriend der armen, van den helper in allen nood aan de kille aarde werd toevertrouwd.”
Een van de eerste daden van pastoor Clercx in Veghel was het oprichten van een R. K. jongensschool. (Zijn voorganger pastoor Van Miert had al een meisjesschool gesticht, ca.1844, geleid door de zusters Franciscanessen). Clercx deed daarvoor een beroep op de Broeders van Maastricht om naar Veghel te komen. Na een aanvankelijke weigering kwamen die toch, maar pas in 1879. Bij zijn overlijden kon dan ook gemeld worden: “Te Vechel telt het openbaar onderwijs geen enkelen katholieken leerling meer".
Verder liet hij het Liefdesgesticht van de zusters Franciscanessen vergroten en bouwde er een gasthuis bij voor de zieken.
Ook liet hij het kerkhof vergroten en bouwde er twee kapellen.
In de necrologie in dagblad De Tijd staat nog vermeld, dat hij een steun was voor de katholieke pers. En dat zijn naam, evenals die van zijn voorganger deken Van Miert, met eerbied verbonden zal blijven aan de grote kerk van Veghel, omdat hij deze kerk zo schitterend getooid heeft.
Uit zijn In memoriam (bidprentje) kan uit de gekozen Bijbelcitaten worden afgeleid, dat
- hij in alles met voorzichtigheid handelde;
- zijn manier van onderwijzen zeer gewaardeerd werd;
- hij een vader was voor de armen, en de wees, die geen beschermer had, tot steun was;
- hij de schoonheid van de kerk bemind had;
- hij een grote devotie kende tot het H. Hart van Jezus en tot het H. Hart van Maria;
- hij lid was van de Derde Orde van de H. Franciscus.
Als een waardig opvolger van bouwpastoor Van Miert werden onder zijn bestuur de beelden in de St. Lambertuskerk geplaatst in ca. 1876; de kruiswegstaties in 1882; en vanaf 1883 - ca. 1895 de gebrandschilderde vensters.1)
1) Deze gegevens van pastoor Clercx zijn o.a. overgenomen uit een necrologie in De Tijd van 24-01-1896, en van zijn In memoriam (bidprentje).

 PLATTEGROND    TERUG NAAR VENSTER 13