Bolken - toelichting op de uitgiften

1.
In 2011 verscheen het onderzoeksrapport van de archeologische opgraving in de Peellandstraat. (Baac, Veghel Peellandstraat. Opgraving in combinatie met inventarisend veldonderzoek door middel van proefsleuven (rapport A-08.0290 april 2011.) Deze opgraving strekte zich gedeeltelijk uit het hier besproken gebied Bolken.
 

Deze opgraving helpt ons enigszins met het dateren van het in cultuur brengen van dit gebied. Het opgravingsrapport schrijft op blz. 116-117: "Door de opgraving weten we dat het zuidelijk gelegen erf met boerderij(en) omstreeks 1050 moet zijn aangelegd. De datering van het aardewerk (1000-1225) sluit uit dat het gebied voor die tijd intensief gebruikt werd, waarschijnlijk was het voorheen een halfopen landschap met bosschages." Dit "zuidelijke erf" bevond zich op perceel nrs. 10 en 11. De regelmatige kavel in het midden van de Bolken is dus in de elfde eeuw van de wildernis ingenomen.

 

Het rapport schrijft verder: "Opvallend is dat het zuidelijke erf omstreeks het midden van de 12de eeuw verlaten werd en dat in de tweede helft van de 12de eeuw een nieuw boerenerf werd gesticht ten noorden daarvan.  (..) Uit de opgraving is gebleken dat de jongste boerderij uit het begin van de 13de eeuw dateert. Het aardewerk lijkt te wijzen op een einddatering rond 1225. Er zijn in ieder geval geen aanwijzingen voor bewoning op het leengoed vanaf het midden van de 13de eeuw." Dit "nieuw boerenerf" werd opgegraven op perceel nr. 9 en werd op de periode 1150-1200 gedateerd. Het huis heeft er een, misschien twee generaties gestaan, voordat het weer verdween.

 

 

2.
Ter hoogte van peceel nr. 15-17 werden geen duidelijke sporen uit periode voor 1200 aangetroffen. Dit sluit aan bij de Helmondcijnzen die we hier aantreffen. Die cijnzen wijzen er op dat deze percelen in de periode 1190-1314 van de gemene gronden aan particulieren verkocht zijn.

 

 

3.
Volgens een beschrijving uit 1792 rustte op perceel Bolken nr. 15 een cijns aan de heer van Helmond van 0-8-2, bestaande uit drie verschillende cijnzen. In de administratie van de cijnzen van de heer van Helmond vanaf de zestiende eeuw zijn dit cijnzen nrs. Hm-27 (0-5-12), Hm-30 (0-0-8) en Hm-94 (0-1-14).
 

Hm-27 (nieuw) komt voort uit Hm-225 t/m Hm-231 (oude nummering in de veertiende en vijftiende eeuw). De cijnsbetalers in de vijftiende en eerste helft van de zestiende eeuw waren:
 

 

+

Transactie en datum:

Hm-225 (oud) (3 nieuwe obolen uit het goed van Elizabeth van Hulslaer)

 

 Johannes, zoon van Ghiselbertus van Oesterheze

Vermeld in 1406 en in 1421

 De weduwe van Johannes, zoon van Ghiselbertus van Oesterheze

Vererving in 1421-1447 

Arnoldus, zoon van Lambertus van der Hoeven (de Manso)

Verwerving in 1421-1447 

In 1430 wordt de cijns verdeeld.

 

 

Hm-225.1 (oud) (1 1/2 nieuwe obolen)

 

 Hm-182 (nieuw) (Heide)

Arnoldus, zoon van Lambertus van der Hoeven (de Manso)

Vermeld in 1430 en 1447

De 4 kinderen van Arnoldus Lambertus van der Hoeven (de Manso)

Vererving in 1447-1465 

Johannes, zoon van Jacobus Smits (Fabri), schoonzoon

Verwerving in 1447-1465, vermeld in 1465 

De weduwe van Johannes, zoon van Jacobus Smits (Fabri)

Vererving in 1465-1498, vermeld in 1507

Een kind van Johannes, zoon van Jacobus Smits (Fabri)

Vererving na 1507 

Theodoricus, zoon van Nicolaus Andreas

Verwerving na 1507 

Hildegondis, weduwe van Theodoricus, zoon van Nicolaus Andreas, met 8 kinderen

Vererving na 1507 

Hm-225.2 (oud) (1 1/2 nieuwe obolen)

 

 Hm-27 (nieuw)

Johannes, zoon van Henricus Stric

Verwerving in 1430 

Nycolaus, zoon van Johannes Henricus Stric

Verwerving in 1430-1447, vermeld in 1447 

Theodorus Cost, zoon van wijlen Costens

Verwerving in 1447-1465 

De kinderen van Theodorus Cost, zoon van wijlen Costens

Vererving in 1465-1498 

Aelbertus, zoon van Theodoricus van Beerze, zoon van wijlen Wolterus van Beerze 

Vermeld in 1498

 Hillagondis, weduwe van Aelbertus Theodoricus van Beerze 

Vererving in 1498-1507 

 Mathias, zoon van Aelbertus Theodoricus van Beerze 

Verwerving na 1507 

 De weduwe van Mathias, zoon van Aelbertus Theodoricus van Beerze met haar 2 kinderen

Vererving na 1507

 Johannes, zoon van Arndoldus (..)

 

Verwerving na 1507 

Hm-226 (oud) (1406): 6 nieuwe penningen uit het goed van Waltherus Scoefdeckers en 3 oude obolen uit het goed van Egidius Eggart

 

Hm-27 (nieuw)

De weduwe van Theodoricus Tolheffers (Tolnatoris) van Vechel

 

Vermeld in 1406

De kinderen van Waltherus van Beerze

 

Verwerving in 1406-1421, vermeld in 1421

Lucas van Erp, zoon van Gerlacus

 

Verwerving in 1421-1447

Theodoricus van Berze, zoon van wijlen Wolterus van Berze

 

Verwerving in 1421-1447, vermeld in 1465

De 2 kinderen van Theodoricus van Berze, zoon van wijlen Wolterus van Berze

 

Verwerving in 1465-1498

 

Aelbertus, zoon van Theodoricus van Berze, zoon van wijlen Wolterus van Berze

 

Verwerving in 1465-1498, vermeld in 1498

 

Hillagondis, weduwe van Aelbertus, zoon van Theodoricus van Berze, zoon van wijlen Wolterus van Berze

 

Vererving in 1498-1507

 

Mathias, zoon van Aelbertus, zoon van Theodoricus van Berze, zoon van wijlen Wolterus van Berze

 

Verwerving ná 1507

De weduwe van Mathias, zoon van Aelbertus, zoon van Theodoricus van Berze, zoon van wijlen Wolterus van Berze, met haar 2 kinderen

 

Vererving ná 1507

Johannes, zoon van Arnoldus

 

Vererving ná 1507

Hm-227 (oud) (1406): 1 nieuwe penning uit het goed van Henricus van Brussel (de Bruxella)

 

Hm-27 (nieuw)

Dezelfde namen als Hm-226 (oud)

 

 

Hm-228 (oud) (1406): 6 nieuwe penningen uit het goed van Henricus Molners (Multoris)

 

Hm-27 (nieuw)

Dezelfde namen als Hm-226 (oud)

 

 

Hm-229 (oud) (1406): 2 oude penningen en 3 nieuwe obolen uit het goed van Denekinus van Berneze

 

Hm-27 (nieuw)

Dezelfde namen als Hm-226 (oud)

 

 

Hm-230 (oud) (1406): 4 oude penningen uit het goed van Johannes Tillaer

 

Hm-27 (nieuw)

Dezelfde namen als Hm-226 (oud)

 

 

Hm-231 (oud) (1406): 12 nieuwe penningen uit het goed van Bertoldus Everarduss

 

Hm-27 (nieuw)

Dezelfde namen als Hm-226 (oud)

 

 

 

 

 

Hm-30 (nieuw) komt voort uit Hm-114 (oude nummering in de veertiende en vijftiende eeuw). De cijnsbetalers in de vijftiende en eerste helft van de zestiende eeuw waren:
 

Cijnsbetalers:

 

Transactie en datum:

Hm-114 (oud): 2 oude penningen uit het erfgoed genaamd Wormstuc

 

Hm-27 (nieuw)

De kinderen van Wilhelmus Zuermonts en zijn vrouw Agnetis

Vermeld in 1406

 

Lambertus, zoon van lambertus Cost

Verwerving in 1406-1421, vermeld in 1421

De weduwe van Lambertus Lambertus Cost

Vererving in 1421-1447 

Arnoldus, zoon van Lambertus Cost

Verwerving in 1421-1447, vermeld in 1447

Bendictus, genaamd Bits, zoon van Henricus van Peer (de Piro), schoonzoon van Arnoldus Lambertus Cost

Verwerving in 1465-1498, vermeld in1 498 

Arnoldus, zoon van Benedictus Henricus van Peer (de Piro)

Verwerving in 1498-1507 

Johannes, zoon van Arnoldus Benedictus Henricus van Peer (de Piro)

Verwerving na 1507 

Rudolphus, zoon van Johannes van de Horrick

Verwerving na 1507 



Hm-94 (nieuw) komt voort uit Hm-101, Hm-175 en Hm-176 (oude nummering in de veertiende en vijftiende eeuw). Hm-101 (oud) rustte volgens onze reconstructie oorspronkelijk op een perceel op het Dorshout. Zie de toelichting de toelichting op de uitgiften bij Dorshout. In deze reconstructie nemen we aan dat Hm-175 (oud) en Hm-176 (oud) oorspronkelijk op het Hezelaar thuis hoorden. Zie de toelichting op de uitgiften bij Hezelaar.
 

Vanwege de naam Elisabeth van Hulselaer plaatsen we Hm-225 (oud) op de Heide (Mariaheide (zie toelichting Lage Heide.) Van Hm-114 (oud) en Hm-226 (oud) t/m Hm-231 (oud) nemen we aan dat deze cijnzen oorspronkelijk op Bolken en Hezelaar thuis hoorden. Het gaat om ongeveer 33 lopens cijnsgoed. Perceel 15 is 12 lopens groot, zodat 21 lopens cijnsgoed oorspronkelijk elders lag.
 


4.

Op perceel nrs. 16 en 17 rustte een cijns aan de heer van Helmond. Het is cijns nr. Hm-38 (nieuwe nummering), voorkomend uit Hm-182 (oude nummering). De cijns is na 1406 nooit verdeeld en er zijn geen aanwijzingen dat deze cijns ooit verhuisd is. Het cijnsbedrag was 6 nieuwe penningen. Omgerekend volgens de gebruikelijke norm was het oorspronkelijke perceel 6 lopens groot. Perceel nr. 16 en 17 zijn ongeveer 3 lopens groot, zodat het oorspronkelijke perceel twee keer zo groot was.


5.
Volgens een beschrijving uit 1786 rustte op perceel 18 een cijns van 12 penningen aan de heer van Helmond. In de bewerking van het cijnsboek van Helmond vinden we deze cijns terug als cijns nr. Hm-29 (nieuwe nummering), voortkomend uit Hm-180 (oude nummering). Volgens een beschrijving uit 1599-1642 grensde het cijnsgoed toen aan de ene zijde aan perceel nr. 19 en aan de andere zijde aan perceel nr. 17, zodat de cijns toen ook al op perceel nr. 18 rustte. Het oorspronkelijke cijnsbedrag was 3 ˝ oude penningen. Dit betekent dat het oorspronkelijk uitgegeven perceel 3 ˝ lopens groot was. In deze reconstructie gaan we er van uit dat de cijns oorpromelijk op perceel nr. 18 en 19 rustte

 

 

6.

Van voorgaande punt 4 en 5 moeten we cijnsgoed lokaliseren. Hiervan nemen we aan een deel op het Hezelaar lag, aan de overkant van de weg bij perceel nr. 15. Het resterende cijnsgoed lokaliseren we direct ten zuiden (perceel nrs. 13a, 14 en 22-24 met Kesie 1-4) en ten noorden (nrs. 1 en 2 met Achterdijk nr. 23).


 


Kaart van Veghel     Bolken