|
Naam:
|
Aert Thomassen hof |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
- |
|
Verklaring door Cornelissen:
|
- |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 18 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar de eigenaar. Aert Thomassen kocht het
betreffende perceeltje in 1598 van de gemeint. Hij had
op deze grond al eerder een huis gebouwd.
|
|
Naam:
|
Den Dijk |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen signaleert dit toponiem op meerdere plaatsen
in Veghel. |
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Plaatselijk veel gebruikte aanduiding voor weg, ook als
benaming voor aan een dijk liggende percelen. |
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Een dijk is meestal een iets verhoogde weg, vaak
loodrecht op een beek of waterloop, maar ook wel dwars
door de heide lopend. In Akkerdijk herkent men een dijk
door een akkercomplex heen of langs een akkercomplex
lopend. De Eikdijk zal een met eiken beplante dijk zijn.
De dijken die meestal door de woeste gronden liepen
moesten door de plaatselijke bevolking onderhouden
worden. In de Baronie is het aantal dijknamen
aanzienlijk. Het aantal straat-, weg- en steegnamen is
nog groter. Eenzelfde beeld treft men ook in de regio
van de Helmondse cijnskring aan. Volgens Gijsseling
wordt in bepaalde streken van België ‘dijk’ gebruikt in
de betekenis van ‘gracht’. Soms wordt daar een dijk ook
wel ‘dam’ genoemd, een verhoogde weg door drassige
grond. (Buiks 1990: 138; Buiks 1990: 197; Buiks 1992:
36, Gijsseling 1954)
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 6, 12, 18, 19, 22, grensden aen Den Dijk |
|
Opmerkingen:
|
Een dijk is een gebruikelijke aanduiding voor een weg
door een nat gebied. Men groef twee sloten en hoogde de
nieuwe weg of dijk daarmee op.
Hier is de Schijndelse Dijk bedoeld.
|
|
Naam:
|
Den Doorn |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
doren [HH-133 (1507)]
landt den braack en den doorn (dorhoudt) [GVE2-190
(1702)]
lant
den hoek en doorn int dorshout [GVEI2-192v (1777)]
een
perceel teulland en groeze houtwas voorpoting en
geregtigheden gelegen in het Dorshout genaemt den doren
[N (1816)]; den doom [V.]; A 1281-1284 (b: 1.42.10; w:
61.90).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Liggend in het gebied het Laagland tussen Dorshout en de
tegenwoordige N.C.B.-laan.
Een
ander perceel den Doom lag langs de Udensesteeg, waarvan
de ligging niet duidelijk
is.
Dit perceel is vermoedelijk omgeven geweest met een
doornhaag. Met de haag- of
meidoorn werden hagen aangelegd (cfr. Mnl. Wh ll12526:
hagedoorn "tot haag dienende
doornstruik, dorenhaag"). Dikwijls in de verkorte vorm
doom (M. Top. Neerpelt, -196).
Mogelijk ook naar de persoonsnaam van Doorn, die ter
plaatse nog algemeen voorkomt.
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel:
|
Afgeleid van het mnl. dorn wat doornstruik betekent,
zoals bv. in de oude benaming Durnium [721], een
heem-naam met als betekenis ‘plaats waar doornstruiken
groeien’. In de meeste gevallen betreft het omheiningen
bestaande uit haag-, mei- of sleedoorns.
Dittmaier schrijft over de haagdoorn: ‘Dornstrauch
die zur Anlage von Hekken benutzt wird besonders der
Weissdorn, der vielfach auch Dorn heisst’.
Dat percelen werden aangeplant met doornstruiken was
vooral bedoeld om er het vee te weren. In Doorntuin kan
men denken aan een omheining van een levende heg. Veel
hakhout leverde dergelijke heggen natuurlijk niet op.
Een naam als Dorst zou ontstaan kunnen zijn uit Do[o]rnt
waarbij de ‘rn’ overgaat in ‘rs’, een verschijnsel dat
men aanduidt met ‘suizende r’. Blok rekent Dorst bij de
namen met een voorgermaanse st-uitgang zoals in Soest en
Zeist.
Of Dorshout hier onder valt is dubieus. Men zou kunnen
denken aan een hoog opgaand bos waarin ook doornige
struiken of bomen voorkomen. Of is het ‘dor’ met
genitief-s ? Een verbasterde vorm komt voor onder het
gehucht Galder bij Rijsbergen, waar het toponiem ‘Diunt’
afgeleid zou zijn van durniet, deurnhout, durenhout,
durnhout, op den deunt etc. en waarschijnlijk teruggaat
op ‘doornhout’.
v.Berkel & Samplonius 1989:46,50; Dittmaier 1963; Buiks
1988 dl.21:46; Trommelen 1994:204; v.Loon 1970:183;
Buiks & Leenders 1993 dl.4:442; Blok 1966.
|
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 23 en perceel nr. 27. Perceel nrs.
24 grensde “aen den Dooren”.
Perceel nrs. 4 grensde in 1720 “aen den Dooren”, zodat
ook perceel 5 zo genoemd werd.
|
|
Opmerkingen:
|
In het hier besproken gebied lagen twee percelen die
“Den Dooren” genoemd werden. een van die percelen, nr.
5, was vóór 1406 van Gerardus van Doer. Vermoedelijk
werd dit perceel naar hem genoemd en ging de naam later
over naar een groter gebied.
|
|
Naam:
|
Dorshout |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Retro locum dictum Dorhout, campus hoge Dorhout
[BPl176-366v (1385)]
in
dat Dorhout aan die Aa [BP1197-86 (1426)]
scragenbeemt aen Dorhout [BP1268-37/37v (± 1500)]
int
dorhout [HH-147 (1621-1691)]
het
dornhout [Mrv91-12v (1719)]
hertgang Dorshout en Eerd [GVE12-185 (1778)]
het
Dorshout [kad. (1832)];A 1008-1140
Dorhout bouwmanswoning etc. en arbeiderswoning genaamd
Puttenburg, gelegen in de
Knokert, de Nieuwe Kopen, Amert, Dorshout de Putten [N
(1852)]; A 803, 826-829, 872, 909, 910, 915, 916, 936,
937, 1093, 1100-1104, 1137, 1371-1464 (hu: 08.20; tu:
01.92; ho: 2.15.50; hh: 04.60; og: 74.60; b: 5.20.90; w:
5.72.83).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Bekende buurtschap in Veghel, die zich vanaf de
Oranjewijk noordelijk langs de Aa
uitstrekt, tot aan de Amert en de Knokert. Ook benaming
voor een boerenwoning ter
plaatse (anno 1852). Anno 1927 was Dorshout bovendien de
naam voor de huidige
N.C.B. -laan. Dorshout is een nog bekende naam. Het
eerste element kan droog en dor
betekenen, maar ook dwars. Hout "bos" (M.Top. Valk.
-110).
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel:
|
Hout, en op andere plaatsen in ons land ‘holt’, komt
veel voor in toponiemen, zowel in nederzettings-,
gehucht- als veldnamen. Men kan dan denken aan rooiingen
van bossen van hoog opgaand hout. Vanaf de 13de
eeuw zouden de hout- en lo-namen verdrongen worden door
de bosnamen.
Buiks 1990: 86; Molemans 1976: 521; Buiks 1988 dl.24:
44; Buiks 1983 dl.4: 4; Verdam 1932: 260; v.Passen 1961;
Buiks & Leenders 1993 dl.3: 225, dl.4:422.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 2-3, 5-9, 12-14, 20-21, 23-30
|
|
Opmerkingen:
|
Het hele hier besproken gebied, mogelijk met
uitzondering van perceel nrs. 1, 16-17 hoorde bij het
Dorshout.
|
|
Naam:
|
Eekelkamp |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Den
gemeentens ekelkamp [GVIIB (1791)]
ekelkampbos, dorshout [GVIIE13 (1792)]
bosch genaemt den ekelkamp [N (1825)]; A 498 (w: 17.90)
naast den eikelkamp in de Putten [N. (1863)]; A 1505 (hh:
72.20).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging in het gebied de Putten. Het was oorspronkelijk
een vrij groot perceel bos, grotendeels gelegen in de
huidige Bloemenwijk ter hoogte van de Lelielaan; een
kleiner deel lag aan de andere zijde van de haven.
Blijkbaar was het eens een aaneengesloten bos, dat door
de aanleg van de oude haven in tweeën gesplitst werd.
Het toponiem is nog bekend in Veghel als aanduiding voor
het gebied waarin de Bloemenwijk gelegen is en als
benaming voor een oud steegje aldaar dat niet ver van
het viaduct komt op de rijksweg. Het eerste lid eikel,
ekel is een afleiding van eik met diminutiefsaffix-el
ter aanduiding van de vrucht van de eikelboom, hoewel in
oudere samenstellingen ook de eik zelf bedoeld kan zijn.
Vermoedelijk een gemeentelijk eikenbos (M. Top. Valk.
Gemeen Eikelveld -118).
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel:
|
We hebben te maken met afleidingen van het kernwoord
‘eik’. Meestal zal de vrucht van de eik bedoeld zijn,
maar in oudere vormen gaat het ook om de eik (lat.
quercus) zelf. Een toponiem als ‘kruiseik’ herinnert aan
eikebomen voorzien van een kruisbeeld, waar men bij
processies langs trok. Kruiseiken vormden vaak
grenspunten. Samen met de berk in de nattere en de
(haag)beuk in de drogere gebieden vormde de eik eens
uitgestrekte bossen op de hoge, schrale zandgronden.
Open plekken binnen dit bosgebied tonen aan dat dit deel
van Brabant na de Romeinse tijd niet geheel verlaten is.
Door bosrooiing en begrazing degenereerde dit bos tot
heideveld. Eiken zijn bestand tegen droogte, maar ook
tegen een overmaat aan vocht. Honderden insecten leven
in symbiose met deze boom. Eikehout is duurzaam en
gewild als timmerhout voor o.a. de ‘gebinten’ of ‘gebonten’
van een te bouwen hoeve of andere bouwwerken. De
gelatiniseerde familienaam ‘de Quercu’ (van Eyck, van
der Eiken en later Vereiken), veelvuldig voorkomend in
de regio Helmond, is hieruit ontstaan [redactie].
Uitgeholde eikeboomstammen werden aangewend voor het
maken van waterputten; archeologisch onderzoek heeft ze
ook in de cijnskringregio blootgelegd. De vruchten van
de eik dienden lange tijd als voedsel voor varkens. Deze
dieren werden in het bos los gelaten om zelf de eikels
te zoeken [eikelen]. Het respect voor eeuwenoude eiken
vindt men terug in de plaatsen waar men beschikte over
een zgn. heilige eik, waarin de religieuze functie van
de boom herkend kan worden. In Herne ligt een ‘deektveld’,
wat is samengesteld uit ‘eekt’ + veld = de plaats waar
eiken groei(d)en. ‘Eeker’ is een nevenvorm van ‘eekel’
en verwijst naar de begroeiing van een perceel met
eikenhakhout.
Molemans 1976:306; Buiks 1983 dl.2:63; Buiks 1983
dl.6:28; Billiet 1955:67; Trommelen 1994:209; Buiks &
Leenders 1993 dl.2:27; Mennen 1992:46; de Bont 1993:71;
Pals 1988; Beijers & Koolen 1988; Beijers 1992:205.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 1
|
|
Opmerkingen:
|
Rolf Vonk, Het Bosch genaempt den Ekelkamp (2010)
19:
In
augustus 1749 wordt de schepenbank Veghel gevraagd een
‘Ekelhof’ aan te leggen. Op gemeenschappelijk initiatief
wordt dan in De Putten het ‘bosch genaemt den Ekelkamp’
aangeplant.Uit de maatboeken van 1792 [‘Ekelkampbos’]
blijkt de functie van gemeentelijk productiebos. En
daarmee voldoet Veghel aan de gebruikelijkheid van
meerdere Meierijse dorpen van die tijd: men legde
‘ekelhoven’ aan voor het opkweken van eikenbomen waarmee
de openbare rijkswegen beplant werden. Verkoop van jonge
heesters en van snoei- of schaarhout uit de kweek
leverde de gemeente bovendien extra inkomsten op.
Primair zal de bosbouw op de Eikelkamp zich gericht
hebben op de kweek van eikenboompjes.
Latere restanten bosperceel bleken echter uit
populierenbos te bestaan. Op de kadasterkaarten uit de
negentiende eeuw blijkt het oorspronkelijke perceel
Eikelkamp in bezit te zijn van de kuiper Jacobus van
Doorn aan het Hoogeinde. Hij exploiteert het als
hakhoutperceel. Het oorspronkelijke bosareaal is in die
periode flink uitgebreid in westelijke richting; daar is
een aangrenzend hakhoutperceel aangeplant dat in bezit
is van Jonkheer Joseph De Kuyper. In de jaren ’70 werd
het laatste stukje Eikelkamp [’t houtere bos’] gerooid
voor de aanleg van bedrijfshallen. En hoewel de in 1749
aangevraagde ‘Ekelhof’, later ‘Ekelkamp’ het als
productiebos amper enkele eeuwen uithield, bleef de
benaming in de vorm van Eikelkamp tot op de dag van
vandaag in gebruik voor wijk en industrieterrein.
|
|
Naam:
|
Den Engelsman |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Een
perceel teulland in veghel int dorshout genaemt den
Engelsman [RAV107-281
(1777)]
de
kanten tegen den engelsman (op de weg naar Schijndel),
den engelsman in de Putten [N (1802, 1884)]; A 1335 (b:
71.60).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Liggende in de Putten/Dorshout. Dit toponiem verwijst
wellicht naar een persoonsnaam of bijnaam, of naar een
zich hier gevestigd hebbende Engelsman (W.L. Grahame,
kasteel Avestein te Dinther?).
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 6, 8, 9
|
|
Opmerkingen:
|
Perceel nr. 6 was in 1719 in bezit van Adriaen Engels,
en dat zal deze veldnaam verklaren. Ariaen Willems van
Waelre had een dochter Angela, of Engel, die getrouwd
was met Peter Arien Arienssen Leesten. Het echtpaar
kreeg een zoon Adriaen. Peter overleed en Engel, de
weduwe, voedde haar zoon alleen op. Adriaen werd in de
volksmond daarom Adriaen Engels genoemd. Later
verbasterde de naam naar “De Engelsman”.
|
|
Naam:
|
Goort Philips Velt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 8, 10 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar Goort
Philips Janss van Breugel, die deze percelen in de
tweede helft van de zeventiende eeuw enige tijd in bezit
had.
.
|
|
Naam:
|
Haak |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Landt den haak int Dorshout [GVEI2-90v (1778)]
de
haak, Dorshout [GVIIE13 (1792)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging in het Dorshout. Wellicht is hier
sprake van een benoeming naar de vorm. Personificerend
van persoonsnaam vgl. Jan Johannes Haak 1737, Kl. Bevolk.
reg.
Veghel
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 23 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar de vorm van dit perceel.
|
|
Naam:
|
Joncker Monicx Hoff |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
- |
|
Verklaring door Cornelissen:
|
- |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 18, 19, 22 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar een eigenaar van vóór 1702.
|
|
Naam:
|
Out erf |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen signaleert dit toponiem op meerdere plaatsen
in Veghel, onder andere:
het
oude
erf int Dorshout [GVEI2-81 (1778)]
een
perceel bouwen weiland, hakboschje voorpoting en
geregtigheden, genaamd het oude erfke in het Dorshout [N
(1842, 1848)]; A 1287-1289 (b, w: 1.85.70).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 25-26 |
|
Opmerkingen:
|
Verwijst naar een voormalig huis op dit perceel, dat
tussen 1724 en 1736 verdween.
|
|
Naam:
|
Aen de Putten, de Putten |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Eenen acker bouwland genaemd de putten te veghel aen het
broek [N (1660)]
landt ‘t heufke en ½ van 2 heyvelde in de putten
[GVE12-290 (1778)
de
putten [kad. (1832)]; A 1331-1370, 1372-1484, 1486-1552,
F 472-516
de
putten [N (1835, 1836, 1871) V.-]; A 1355 (tu: 02.72)
1534 (w: 37.90), 1539-1540 (b en w: 1,05.60), E
1296-1297 (w: 68.30); b: 25.80); de putte [V.-}; E
1288-1290 (mo: 33.40)
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied oostelijk van de Hoogeinden, aan weerszijden van
de Schijndelsedijk, nu N.C.B. laan. Het is niet
duidelijk om welk soort “putten” hier sprake kan zijn
geweest; het gebied is tegenwoordig vrijwel geheel
bebouwd; misschien ging het om “leemputten”, leem wordt
in de Veghelse boden wel aangetroffen. Of bestond het
hele gebied uit weinig bruikbare grond?
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel:
|
Putten zijn over het algemeen door moerafgravingen
ontstaan. Molemans verklaart Bonenput als een
pejoratief voor een [niet noodzakelijk laag gelegen]
perceel slecht bouwland. Volgens Buiks kan men bij ‘put’
in principe aan drie betekenissen denken, nl. (1)
waterput op het erf; (2) grensteken in de vorm van een
kuil, soms in de vorm van twee elkaar kruisende
greppels; (3) een kuil ontstaan door delfstofwinning in
de zin van turfgraverij, zand-, leem- en kleiwinning. (Buiks
1990:169; Molemans 1976:181; Buiks & Leenders 1993
dl.2:141; Buiks 1986 dl.2:118; v.Berkel & Samplonius
1989:149.)
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 12 |
|
Opmerkingen:
|
Zowel op kadasterkaart F2 als op A4 wordt een klamp 'de
Putten' genoemd. 'de Putten' is een oudere
benaming voor een groter gebied aldaar. De ligging van
de putten, of vennen, die hun naam aan een groter gebied
gaven, is bekend. Het zijn deel Putten, perceel nr. 71
en 72.
|
|
Naam:
|
Schijndelse Dijk |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Aan
den schijndelsen dijk in het oost-dubbele [N (1847)]; A
1331 (w: 5.29.30)
schyndelsedijk [N (1883, 1884)]; A 1331, 1332 (w:
14.33.90), F 455, 457 (w: 31.86.30)
de
schyndelsendijk in de putten [N (1885)]; A 1331, 1332
(w: 14.33.90).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Dit
is de oude verbinding met Schijndel, die als zodanig
sinds de aanleg van de Zuid-Willemsvaart niet meer in
gebruik is. Het is de huidige N.C.B. -laan en het
verlengde daarvan aan de overzijde van de Zuid-
Willemsvaart, welk laatste gedeelte nog altijd de
oorspronkelijke naam draagt. Benoeming naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 7, 12-15 grensden aen den Schijndelse Dijk
|
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Triangel |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere
plaatsen in Veghel:
Heijvelt liggende triangels gewijse teijnden haar lant
agter haar erve op middegaal [RAV98-243v (1727)]
nog
landt den triangel [GVEI2-100v (1778)]
tegenover haar landt genaemt de doelen en treangel
[GVIIB26 (1791)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging bij de doelen, wellicht in de
Hoogeinden. Benoeming naar de driehoeksvorm een "triangel";
grenzend aan de Doelen op de Hoogeinden ligt inderdaad
een driehoekig perceel.
|
|
Ligging:
|
De naam kwam in het hier besproken gebied twee maal
voor: perceel nr. 12 en nr. 18 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar de driehoekige vorm van deze percelen.
|
|
Naam:
|
Uitkampen |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
utcampen, dorhout [Hs- (1532)]
de
boschkamp in ruybroek in uuytcampen [Hs(1539)];
zijn
moeders hoff ende lant bij thuys in de uuytcampen
[GVE15-132 (1624)];
vossenhooI in uuytcampen dorshout by gelijke beemden
[GVIIE13 (1792)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Verspreide ligging. Benoeming naar de afgelegen ligging |
|
Ligging:
|
Perceel 6, 8, 10, 19 en 22 |
|
Opmerkingen:
|
In Veghel kwamen op meerdere plaatsen zogenoemde
Uitkampen voor. Deze waren niet zozeer afgelegen,
sommige lagen nabij gehuchten en huizen, en op sommige
Uitkampen woonden mensen. Wat al deze Uitkampen gemeen
hebben is dat het bijeengelegen klampen of percelen zijn
die aan alle kanten door de gemene gronden omgeven
waren. Ze zijn ontstaan in de Middeleeuwen.
|
|