|
Naam:
|
Erptse Steeg |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Aan
de d'erpse steegd [N. (1802)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Erptse steeg: Onbekende ligging op of nabij de Erpt.
Benoeming naar de ligging. Vermoedelijk identiek met de
Erptse straat. |
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 2-8 grensden aan “de weg die naar Uden
loopt tot de Erpse steeg” |
|
Opmerkingen:
|
Met “de weg die naar Uden loopt” wordt de Hoogstraat
bedoeld. De Hoogstraat liep naar de Erptse Steeg. De
Erptse Straat was identiek met de Hoogstraat, zodat de
Erptse Steeg en de Erptse Straat niet identiek zijn. De
Erptse Steeg lag vermoedelijk bij het gehucht d’Erpt.
|
|
Naam:
|
Erptse Straat |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
uyt
huijs en hoff bij de hagestraete ofte erpschestraet
[HH163-14 (1714-1783)]
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging op of nabij de Erpt, wellicht identiek
met de Erptsesteeg. Benoeming naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 2-8 grensden aan “de weg die naar Uden
loopt tot de Erpse steeg” |
|
Opmerkingen:
|
We vonden nog: Hm-52 (1599-1642): Vuyt huys ende hoff by
de Hogestraet ofte Erpsce Straet. Dit is dezelfde
vermelding als die van Cornelissen, maar uit een ouder
cijnsboek.
|
|
Naam:
|
aen de Heijde |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Dat
gelden Aert Caeus kynder aan die heij [GVIE2 (1437)]
huis
in loco dicto aen die heye den langen ecker in loco
dicto henneberch [Hs- (1519-1538)]
aen
den hertgang de hey [GVE12-1 (1778)]
landt over 't heyke, 't campke [GVE12-30 (1778)]
de
heide [kad. (1832)]; D 361 (b: 10.50) (St.Oed.). de hei,
de heide, het heike [N (1886, 1891, V.]; B 171 (he:
9.46.20), C 5, 6 (w: 59), 399 (he: 19.72.30), E 638-640
(w: 55.40; hu: 57.00; de: 1.70.00), 692 (he: 14.72.50),
694 (he: 15.61.40), 1532, 1533 (he: 3.45.20), F 465
(he:
20.63.51).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Verspreide ligging. Hei, heide werd meestal gebruikt ter
aanduiding van het tegenwoordige
Mariaheide, maar ook voor het heidegebied (vroeger van
St.Oedenrode) zuidelijk van
Eerde, en evenals "heike" voor percelen ontgonnen heide.
Anno 1832 kende Veghel nog
uitgestrekte onontgonnen heidegebieden: Hogerduinen,
Beukelaarsbroek, het Reibroek
onder Zijtaart, het Dubbele tussen Eerde en Veghel, het
Wuiten en het Vensbroekje nabij
Vorstenbosch en nog verscheidene kleinere gebieden. De
Veghelse heiden zullen meestal
laaggelegen geweest zijn. Zoals elders in de Kempen, is
heide de gangbare benaming
geworden ter aanduiding van de, meestal met heide
begroeide, gemeentelijke gronden, die zeer
uitgestrekt waren. Andere namen ter aanduiding van deze
gemene gronden zijn Aard (zie
Eerde), Gemeente en Vroente.
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel:
|
Achter elk gehucht lag destijds een uitgestrekte gemene
vroente, aard of veld, die in Brabant meestal wordt
aangeduid met ‘gemeynt’. Later werd ‘heide’ de gangbare
benaming voor deze omvangrijke gemeenschappelijke
velden, begroeid met droge heide [Erica] of met dop- of
hommelheide, de natte of platte heide. De heidevelden
hadden een economische betekenis voor de locale
agrarische bedrijfsvoering. Ze dienden als weideplaats
voor koeien en schapen geleid door een door een
buurtschap aangestelde herder of scheper. De ingezetenen
mochten op de heide turf steken, plaggen maaien en leem
uitgraven voor de huizenbouw. De talrijke vennen deden
dienst als rootputten of als visvijver. Er werd honing
gewonnen door het plaatsen van bijenkorven. Regelmatig
werden stukken van de gemeynt aan particulieren
verkocht.
De heidevelden, de onontgonnen gemeenschappelijke grond,
was begroeid met heidestruiken en andere lage vegetatie.
In Brabant was het de naam voor de gronden met een
typische flora en fauna: struikheide op de droge
gronden, dopheide op de wat nattere heidegronden samen
met gagel, jeneverbes en brem. Na ontginning kon heide
ook een perceel bouwland aanduiden dat door middel van
een omheining van levend hout uit de zgn. ‘gemene heide’
werd geïsoleerd.
Enklaar 1941; de Bont 1993:93; Molemans 1976:338;
Spierings 1984:31,32,225,226; Berkel & Samplonius
1989:106; Mennen 1992:53; Buiks 1990:103; Helsen
1978:119.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 5, 6
|
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Hoogstraat |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Haghestraet [HH133-21 (1507)]
uyt
huijs en hoff bij de hagestraete ofte erpschestraet en
eenen acker genaemt de weltgerse hoeff [HH163-14
(1714-1783)]
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging zeer waarschijnlijk identiek met de Hoogstraat
onder Mariaheide. |
|
Ligging:
|
De Hoogstraat staat aangegeven op de kadasterkaart van
1832. |
|
Opmerkingen:
|
Haghestraet is een verbastering van Hoghestraet. De
oudste door ons gevonden vemelding komt uit de
cijnsboeken van Helmond (Hm-237) en dateert uit 1443:
‘aen die Hoogestraet’. Mogelijk genoemd naar
de hoge ligging. De Hoogstraat volgde een hoger gelegen
strook (Zie topografische kaart 1920-1924 hieronder).

|
|
Naam:
|
aan de Lage Hei |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Leege hey [Hs- (1664)]
de
leegh hey bestaet in 23 huyssen ende begint in den
buender genaemt den junger aen muylengraeff is
toegemeten yder 4 roeden [GVIIB28 (± 1700)]
van
eenen acker aen de leeg heyde [HH163-4 (1714-1783)]
lege
hei [Mh- (1954)]
de
lage heide [kad. (1832)]; B 351-393; [N (1843)]; B
409-415 (hu: 09.10; mo: 03.42; w:
89.60; b: 1.64.30).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied onder Mariaheide aan de noordzijde van de weg
naar Uden, ongeveer vanaf de kerk oostwaarts tot aan de
Beekgraaf vlakbij het gedenkteken. Benoeming naar de
ligging. Ten oosten van dit gebied begint het niveau van
de bodem te stijgen. (Uden ligt aanmerkelijk hoger dan
Veghel)
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 4 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|