|
Naam:
|
Geercamp |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Benen acker bouwlant genompt den geercamp gelegen te
Vechel [N. (1653)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging. Benoeming naar de vorm. De primaire
betekenis van geer is speer en overdrachtelijk een
puntig toelopend stuk (Verwijs en Verdam II -1497;
Schönfeld 1950112;Bach 1953-263; Dittmayer 1963-87; M.
Top. Bach -169).
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 9-11 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Hoffstadt, Hosstidt, Hossent, Hostie |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
hostie [kad. (1832)]; E 475-519;
een
perceel bouwland) genaamd de hostie [N (1835, 1839); A
17 (b: 37.10), 18 (b:48.40), E 499 (b en w: 68.60);
de
hosti, de hostie [V.-]; E 485-489 (b: 1.33.70); w:
37.80), 500-501 (b: 25.70; w: 29.40).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied liggend onder Zijtaart, tevens enige verspreide
percelen. Mndl. hofstede, hostede
"de
plaats waar een hof stond, staat of kan staan, bij
uitbreiding de hofstede zelf". Die
Hoeffstaet - hosdie - hostie (M.Top.Bocholt, -161).
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 5, 6. Perceel nr. 1 lag “Achter de
Hoffstadt” |
|
Opmerkingen:
|
Perceel no: 1 ligt in 1650: 'achter de Hoffstadt'. Een
deel van Perceel no: 5 heet in 1702: 'de Hoffstadt', in
1722 verbasterd tot Hossent. In het kadaster
wordt de naam als Hostie gebruikt voor het hele gebied
van perceel no: 1 t/m 22. Maar oudere vermeldingen
gebruiken de naam alleen voor perceel no: 5. Omdat
perceel no: 5 eertijds vermoedelijk één goed vormde met
perceel no: 8, is het mogelijk dat de naam voor perceel
no: 5 en 8 samen gebruikt werd.
|
|
Naam:
|
Kleyn Huysje |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 11, 14 |
|
Opmerkingen:
|
Hier stond eertijds een klein huisje.
|
|
Naam:
|
Leunissen Acker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Lant
op zijtaert leunisse acker [GVE12-241 (1777)];
leunis akker sontvelt [GVIIE13 (1792)];
een
parceel land houtwasch en geregtigh. opt zijtaert
genaemt het cleijn huijsje off Leunisse acker, 3 1. 26
r. [RAV112-59v (1795)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging onder Zijtaart, tevens op Zondveld
onder Zijtaart. Het eerste lid is een
mansnaam, een genitief van een mansnaam (Leunis
Apollonius) of een persoonsnaam.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 13 |
|
Opmerkingen:
|
In
1702 heet het perceel: 'lant van de kinderen Lambert
Leunissen'
|
|
Naam:
|
Naasten Camp |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr.19 |
|
Opmerkingen:
|
Benoeming naar de ligging ten opzichte van de Verren
Camp. |
|
Naam:
|
Nieuwencamp |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen signaleert deze veldnaam op verschillende
plaatsen in Veghel. |
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Benoeming naar het (recente) tijdstip van ontginning /
ingebruikname. |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 1 |
|
Opmerkingen:
|
Dit perceel werd in 1650 van de gemeente gekocht.
|
|
Naam:
|
Out Erff |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 21 |
|
Opmerkingen:
|
Verwijst naar een voormalig huis.
|
|
Naam:
|
aent Reibroek |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Dat
ruybroeck ad locum dictum zytart [GVIE2 (1484)];
in
loco dicto ruybroeck, 1519-1538 Hs-
van
't sontveldt op rudebroeck [GVB54 (+ 1700)];
't
reibroekske aan de colck [RAV159-56v (1742)];
reijbroek [GO- (1754)]; het reibroek [kado (1832)]. E
672-725;
't
rijbroek [V.-]; E 693 (verk.) (he: 19.37.30), 700 (verk.)
(he: 22.41.00).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Voormalig heidegebied onder Zijtaart, tevens (Reibroekske)
perceel van onbekende ligging
in
of nabij het Reibroek. Mogelijk afgeleid van "rei" B)
voor waterloop, sloot 6) voor in
het
land, greppel, bepaaldelijk ajwateringssloot (W.N.
T.-1590).
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 19 |
|
Opmerkingen:
|
Het natte
broekland tussen Zijtaart een Zondveld
heete het Reibroek. De oude vorm was
Rudebroeck (uitgiftebrief Jekschot in 1311). Rude-
is een Oudnederlands woord voor ruw, of wild.
(Vergelijk met het Engelse ‘rude’.) Het gebied is nu zo
plat als een pannekoek, maar eertijds zat het vol gaten
en bulten. Boeren staken er leem en de bulten werden
afgegraven voor het zand. Dat gebeurde nog in 1901 voor
de bouw van het klooster.
|
|
Naam:
|
Over ’t Schoor, op het Schoorken |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Lant
aent schoer in valstraet [GVEI2-222 (1778)];
landt de schoer en buntacker op ham [GVEI2-163 (1778)];
het
schoor [V.-]; B 272-276 (b: 2.04.60; tu: 9.30; w: 21.40;
hu: 10.50).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Verspreide ligging. Een frekwent voorkomende benaming
voor kleine waterovergangen gewoonlijk een paar balken
of planken - zijn schoor en vonder. Schoor is onder meer
bekend in de betekenis van stut of steunbalk (Top. van
Bocholt, -37).
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Een ‘schoor’ is in de Kempen veelal een bruggetje over
een beek, overdekt met mutsaards of graszoden zodat men
er met een kar overheen kon rijden. Het mnl. ‘schore’
betekent schoor, stut, schraag, een tot steun
aangebrachte paal.
Kuysten beschrijft de aanleg van deze schoren als volgt:
‘Van beide oevers uit werd een dam aangelegd, rondom
voorzien van palen, die in de bodem werden geslagen,
versterkt met boomstammen en aangevuld met aarde. Voor
het stromend water moest een behoorlijke doorgang
overblijven, die overdekt werd met planken en
boomstammen om een overgang mogelijk te maken.
Vanzelfsprekend was een dergelijk ‘schoor’ weinig
duurzaam en was reparatie aan de orde van de dag’
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 16, 21 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Verren Camp |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 19 |
|
Opmerkingen:
|
Benoeming naar de ligging ten opzichte van de Naasten
Camp. |
|
Naam:
|
in die Vuijtcampsche thiende |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Uitcampse tiende [Mrv69-205, 205v, 206 (1702)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging. Benoeming naar de ligging. |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 16 |
|
Opmerkingen:
|
Voor de ligging van de diverse tiendklampen, zie de
toelichting op de tiendkaart.
|
|
Naam:
|
Zondveldsen Dijk |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Aan
den zondveldschen dijk [N (1843)]; E 641, 642 (he:
94.50; w: 17.80).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Dit
was de vroegere verbinding van Veghel-Zijtaart, met het
Zondveld en de gemeente
Lieshout, de tegenwoordige Leinserondweg, oostelijk van
de huidige weg naar Lieshout.
Benoeming naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 2 en 3 grensden aan deze dijk of weg. |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
opt Sytaert, Zytart, Zytaert, Citart |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Gelegen aldaar in zontvelt en zittart [HGB-407 (1356)];
ad
locum dictum zitert [Hs- (± 1385)];
huis,
erf, hof en een stuk land daaraan liggend, 2 ½ lopensz.
ter plaetse genaemt
op
zitart [GZG-1225 (1466)];
zijtart [GVE2-39 (± 1500)];
aent
sytart [Hs- (1519-1538)];
een
stuck landts den sijttart [GSO-262 (1617)];
den
ecker opt zijtert neffen marten donckers lant [GVE15-65
(1624)];
op
citart (citart) [GVE2-224 (1702)];
landerijen in vechel en twee hoeven in zyttert [Hs-
(1747-1794)]; het seitaart [N (1852)]; D 743 (b: 05.70),
753 (b: 44.50), 755 (b: 48.30), 760-780 (hu: 06.00; b:
2.56.50; ho: 5.81.10), E 524-534 (b: 3.49.10; w:
2.15.30; og: 83.90; hu: 12.30; tu: 06.50; bg: 30.20);
536-540 (b: 2.67.20; w: 1.08.40), 569 (bh: 2.22.40), 661
(de: 1.00.90), 672, 673 (de: 3.03.30; he: 59.20), F 654
(de: 76.30).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Een
der drie Veghelse kerkdorpen, zuidelijke ligging ten
opzichte van de kom van Veghel;
aan
de secundaire weg van Veghel naar Lieshout, tevens
benaming voor een
boerderij
ter plaatse. De volksetymologische interpretatie is
"bezijden de aarde (de Eerde, Eerde)
(Meuwese Veghelse Courant 1954).
Ook
Zittaart, dat we o.a. vinden in Zittert - Lummen (1132
Zetrud), te Deurne (1647
sittert) en te Rillaar (sitterstraat), zou
oorspronkelijk een weidenaam zijn, als afleiding
met
een verzamelsuffix van de plantnaam zegge (F. Claes,
Naamk. 1987 -66).
Wij
zien Zitterd al dan niet met paragogische konsonant,
verwant met het Nederlandse
"zijde"
(nhd. Seite).... De oorspronkelijke betekenis van zijde
is: "het lang-gestrekte".
Franck van Wijk s. v. I zijde, zij. Zitterd is dan een
gesubstantiveerde eigenschap of
toestand (bnw. + aard, eerd) van het type een dieperd,
een dikkerd, een slimmerd. Het
gehucht Zitterd onder Oerle is inderdaad een in de
richting noord-zuid lang uitgestrekt
gehucht. Gelet op de "eenzijdige" ligging van Zitterd,
nl. aan de rechterzijde van de
(thans
harde) weg Oerle-Veldhoven, zouden we ook met Zink,
Christmann en Baets kunnen meegaan, die Zitterd laten
teruggaan op "Sit(w)ert", "seitwärts gelegener
Gemarkungsteil". Maar ook dan is (en blijft) het
grondwoord Nederlands zijde (nhd. Seite). (De Bont
Dialekt kempenland. Geografische namen -222-223).
Ook
het Veghelse Zijtaart is een lang uitgestrekt gehucht en
eveneens is het gelegen aan een zijde van een weg, nl.
de weg Veghel-St.Oedenrode. Een uitgebreide bespreking
van het toponiem Sittard en verwante vormen is te vinden
in Naamkunde 6e jaargang 1974 afl. 1-4, pg. 51 tlm 87.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 1-4, 6-22 |
|
Opmerkingen:
|
De naam
Zijtaart wordt gewoonlijk uitgesproken als
Seitert. Oorspronkelijk was het de naam voor het
gebied tussen de huidige Leinserondweg en de Aa (vanaf
circa 1825 de Zuid-Willemsvaart). Daar lag eertijds de
Hoeve Zijtaart, een leengoed van de heer van
Geffen. Oude schrijfwijzen zijn onder andere: Zitert
(1385), Zitart (1466), Sijttart (1617),
Zyttert (1747-1794) en Seitaart (1852).
De naam komt in meer plaatsen van
Nederland voor, zoals in:
- Limburg, het stadje
Sittard (vermeld in 1147 als Sitter)
- In Vught (De Sittard
in 1832, enkele percelen langs een oude maasarm)
- In Deurne (veldnaam
Sittert in 1647)
- Het gehucht Zitterd
onder Oerle (Zittert in 1340)
De naam van het stadje Sittard
in Limburg zou afgeleid zijn van Siter, van het
Oudhoogduitse sîte, hoogte of
berghelling, en de plaats lag dan ook op een hoogte.
De nederzetting is ontstaan in de Karolingische tijd,
tussen 700 en 1000. Ons Zijtaart lag niet op een
berghelling. Als de naamsverklaring van Sittard
klopt, dan hebben Zijtaart en Sittard niet
dezelfde oorspronkelijke betekenis. Dat hoeft ook niet,
al lijken de namen veel op elkaar.
In 1340 wordt het gehucht
Zittert ten zuiden van Oerle vermeld. Als verklaring
van deze naam wordt gegeven: Sitwert = zijwaarts.
Het gehucht ligt zijwaarts van de weg Oerle - Veldhoven.
Cornelissen vond dat een aannemelijke verklaring voor
Zijtaart: gelegen zijwaarts van de weg Veghel –
Sint-Oedenrode. Ik geloof het niet, want het oude
Zijtaart was slechts een klein gebied langs de
Valstraat en dat lag niet langs de weg Veghel –
Sint-Oedenrode. Ook de verklaring van wijlen de Erpse
pastoor Meuwese ‘bezijden de aarde (Eerde)’ is om
dezelfde reden ongeloofwaardig. Ook de verklaring
‘zijwaarts van de Valstraat’ overtuigt niet.
In de literatuur wordt de naam
Sittert ook verklaard als een afleiding van de
plantnaam zegge met een verzamelsuffix (toevoeging –t).
Zegge is een gras- of rietsoort. De plant komt voor op
natte grond langs bronnen en beekjes in loofbossen. Deze
verklaring past wel in de geografische gesteldheid van
het oude Zijtaart. Dat lag in een drassige
omgeving en oude veldnamen in deze omgeving (zoals
Loo acker, ter Eijken, Perlaar,
Bobbelaar en Keselaar) wijzen er op dat hier
langs de Aa in de Late Middeleeuwen nog bos was. Deze
ligging is vergelijkbaar met De Sittard in Vught,
dat langs een oude maasarm lag.
|
|