|
Naam:
|
op het Ham |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Quondam manso dicto vulgaris hamme [GVIE2 (1368)]
in
parochia de vechel in locum dictum op den ham Godefridi
de Erpe [GVIE2 (1391)]
de
hoeve 't goet te ham in Vechel [BP1184-100 (1405)]
hoeve op hamme [BP1437-53v (1438)]
hoeve hamme [GVE2-39 (1500)]
sijn
lant op ham [GVE15-8 (1624)]
1/3
beemt agter ham, twee karre hoijgewas [GVE12-128v
(1777)]
op
ham [kad. (1832)];D 866-984
het
ham in de nieuwe veldjes [N. (1891)]; D 1026, 1027 (b:
66.70).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied aan de noordzijde van de Zuid- Willemsvaart,
grenzend aan Erp. 't Ham is een groot stuk grond in
Veghel. Als toponiem is het gebruikelijk voor spits
toelopende percelen. Dit is in ons geval niet meer na te
gaan. De grenzen van 't ham zijn wel zo vaag, dat
niemand meer precies weet, waar het begin en waar het
einde is. het is een buurtschap. Ook in de hydronymie
komt het woord voor. De naam Hemelrijk kan een
volksetymologische vervorming zijn van 'heem, grens (Lindemans
1928, -150) en rike, gebied, of van ham, hemmekin, inham,
afgeperkt of omheind stuk grond (Frans Claes, Naamkunde
1987 -69).
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel:
|
ex manso op ham (1391, Schriften Smulders)
Ham afgeleid van ‘hamma’ betekent: landtong uitspringend
in een inundatiegebied. Het kan ook een bocht in de
rivier zijn. De meanderende (grens)rivieren vertoonden
veel bochten en kronkels en de naamgeving ging over op
tegen de rivier aanliggende gras- en hooilanden of
beemden [redactie]. Men dient ook rekening te houden met
de familienaam van den Ham en Hammen. Hamsvoort en
Hamsfort [in Middelrode verbasterd tot Haffert] kan een
voorde zijn bij een inham van de beek. Verwant aan dit
element, maar niet voorkomend in de cijnskringregio, is
het woord ‘hem’ = hoek aangeslibd land, weiland in een
rivierbocht of aan een water. De oorspronkelijke
betekenis van ‘ham’ en ‘hem’ is omheind stuk land, af te
leiden van het ww. hemmen = hinderen.
Gijsseling 1954; v.Berkel & Samplonius 1989:80. |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 29
|
|
Opmerkingen:
|
Ik sluit me aan bij de verklaring gegeven door Beijers
en Van Bussel.
|
|
Naam:
|
aent Havelt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Uuyt
erffenissen aen dat havelt gelegen [GVIE2 (1443)]
in
die nederboect aent havelt Hs- (1519-1538)]
zijnen hoff ende lant aen't havelt [GVE15-33 (1624)]
uytten aabempt aen't havent [HH163-2 (1714-1783)]
hertgang 't havelt [GVE12-107 (1778)]
het
haveld [kad. (1832)]; D 1131-1256
het
haveld [N. (1883)]; D 1231 (b: 45.10)
In
't goet te hanvelt [BP1184-182v (1405)]
die
hoeve te hanevelt en die hoeve te hanenvelt [BP1208-229v
(1439)]
huis
die hovel aent haenvelt [Hs- (± 1495)]
sitis in prochia de Vechel ad locum dictum aent haenvelt
[GVIDI-3 (1532)]
't
goed van Haneveldt [Mrv1325-4 (1633)]
't
goed van Hanevelt, Vechel, genaemt de Lankveltse hoeve
[Mr92-72 (1780)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Buurtschap en gebied aan de oostzijde van de dorpskom,
zuidelijk van de weg naar Erp. Misschien een nevenvorm
van of ontstaan uit het toponiem Davelaar (zie Davelaar).
Op grond van bovenstaande opgave zou men gelijkenis
verwachten met Hamveld. Maar 't Havelt en 't Ham zijn
twee onderscheiden stukken grond. De namen zijn nog
algemeen bekend. Misschien is een etymologie oorspr.
hovevelt aanvaardbaar. Bij contractie (korte -e- staat
tussen gelijke consonanten) ontstaat hovelt. In
dialectische uitspraak misschien vervormd tot Havelt.
Bij deze constructie zou eveneens een naam "Hoffelt" of
"haffelt" mogelijk zijn. Een tweede mogelijkheid is
wellicht een vorm: ho-veld, een hoog veld.
Haanveld is vermoedelijk
identiek met het Hamvelt. Het eerste lid kan ook een
persoonsnaam zijn vgl. Henrick Willem die Haan 1431 (Kl.V.P.
-103v).
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel:
|
Hanvelt (Leenboeken 1312)
Soms staan haantoponiemen in verband met de cijns die op
het betreffende perceel rustte, een haan. Meestal echter
moest de cijnsplichtige kapoenen, ganzen of hoenders
leveren aan de cijnsheffer.
Ook kan het afleiding van een familienaam zijn, nl. de
familie Hanen, die verspreid voorkwam in de cijnskring.
Haannamen kunnen ook refereren aan plaatsen waar
hanengevechten werden gehouden of aan plaatsen waar
korhanen of patrijshanen voor kwamen. Het baltsen van
korhanen in het voorjaar gebeurde op speciale plekken op
de heide. Dit spectaculaire gebeuren in de vroege
ochtend zal niet onopgemerkt zijn gebleven. Korhoenders
komen voor in de overgangsgebieden tussen open
heidevelden en bossen en op de randen van de akkers,
moerasgebieden en broekgronden. De aanwezigheid van
bomen, bij voorkeur in verspreide lage bosjes grenzend
aan open plekken, ontstaan door afbranding, was
essentieel voor hun biotoop. De vogels fourageerden
daarbij op de (kleinschalige) akkers en broedden op de
heide. Benamingen naar vogelnamen komen in de toponymie
frequent voor.
De Vlierdense Haanakker is waarschijnlijk een
verbasterde vorm van de Hagenakker. Zo kan Handelaar
onder Kalmthout gevormd zijn vanuit Haanlaar.
Knippenberg 1954:106; Buiks 1990:99; Trommelen 1994:236;
Buiks & Leenders 1993 dl.3:313; Beijers 1992:146.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 1, 2, 4-19, 29
|
|
Opmerkingen:
|
Een iets oudere vermelding dan die gesignaleerd door
Beijers en Van Bussel is de persoonsnaam Willem van
Hanevelt vermeld in de uitgiftebrief van Jekschot in
1311. Havelt is waarschijnlijk een evolutie uit Hanevelt.
De verklaringen gegeven door Cornelissen zijn niet
overtuigend. Beijers en Van Bussel wijzen op de
mogelijkheid van een “cijnshaan”. Daarvoor bestaan geen
aanwijzingen. Blijven over: verwijzing naar een vogel,
of een persoonsnaam (of een onbekende andere
verklaring). Vernoeming van een gebied of perceel naar
een vogel was zeldzaam en vernoeming naar een persoon
gebruikelijk, zodat de verklaring “vernoeming naar een
persoon” de voorkeur verdient.
|
|
Naam:
|
Kapelhof |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Capelhoff aent Havelt [GVEI2-159 (1778)]
de
kapelhof [N (1852, 1876, 1895)]; D 1164, 1169, 1180,
1182-1185, 1189, 1190 (w: 3.49.10; hh: 02.48).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging op het Havelt. Benoeming naar de ligging. |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 6 |
|
Opmerkingen:
|
Zie de webpage over de
Haveltse kapel en broederschap
|
|
Naam:
|
Kreppehoeff |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Een
perceel groesland met nieuw erf gelegen te Veghel aan
het havelt genaamd kreppehoef [N (1826)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging aan het Havelt. Het eerste lid zal
afgeleid zijn van een persoonsnaam
vgl.
Gerrit Jan Krap, 1873 (Kl.Bev. V.).
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 7 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Tillaerstraet |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Van
huijs en hoff gelegen neffens die tielderse straete
[HHI63-38 (1714-1783)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Tillaar: Gebied van onbekende ligging ongeveer ter
plaatse van Heuvel, Stad, Havelt.
Vgl.Middel-Nederduits tilland = tilbar lant, ackerlant,
Lübben Mittelniederdeutsches
Handwörterbuch. Te lezen als Tijl-laar van "tijl": rij,
reeks; thans nog in bepaalde toepassingen gebezigd, met
name voor een rij korenschooven of hokken die op het
land staan en een korte rij na den bloei, ingekuilde
bloembollen (W.N.T. -92). Te lezen als teel-laar (zie
laar) van telen, verbouwen; of teel-aard of van tuilen
II 1) land bewerken, bebouwen, (be)ploegen. Blijkens de
gegevens van de dialectvragenlijst no. 11 van de N.
C.D.N., de vragenlijst 27 van de dialectencommissie van
de Kon. Ned. Akademie van Wetenschappen, de enquête S.
G. V. en de opgave van de Bont thans nog een enkele maal
in O.N.-Brabant in de betekenis "ploegen" (W.N.T.
-3778). Tuil-laar of tuil-aart (laar personijicerend
aart suffix, of aard, aarde) een vorm tillaart, tillart
komt in Veghel veelvuldig voor als persoonsnaam v.d.
Tillaart, v.d. Tillart.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 17 grenst aan de Tillaerstraet |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
in de Tillaerse Tiende |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Een
mauwerse lants groet gelegen in die prochie van vechel
aent havelt in die tillaersche
thiende [GVIDI (1512)]
frankevoort in tillaartse tiende in davelaar [Hs-
(1539)]
frankevoort in tillaartse tiende in davelaar
[RAVI59-222v (1759)]
ook
tillaer of hamse tiende, deel havelt ham, de tillaerse
tiende [Mh- (1954)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging, wellicht globaal overeenkomend met de
Tillaar, volgens Meuwese een
deel
van Ham, Havelt (Meuwese krantenart. Huisg. 1954).
Benoeming naar de ligging
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 12 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|