|
Balkcijnzen:
Balkcijnzen zijn in de dertiende eeuw en in 1310 ontstaan door
de omslag van de cijnzen voor de gemeint. De armen werden bij
deze omslag voorzien. In het hier besproken deel komen geen
balkcijnzen voor. Dat betekent dat hier in 1310 nog geen (welgestelde)
bewoning was.
Een cijns
aan de heer van Helmond:
Vanaf 1190
betaalden lieden die een perceel van de gemeenschappelijke grond
voor eigen gebruik kochten daarvoor een jaarlijkse cijns aan de
landsheer. In 1314 gaf de hertog van Brabant deze cijnzen (met
uitzondering van de hoendercijnzen) aan de Heer van Helmond.
Cijnzen voor nieuwe uitgiften na 1314 inde de hertog hierna weer
zelf. Cijnzen aan Helmond werden dus betaald voor in de periode
1190-1314 uitgegeven percelen.
Op perceel 9
en 10 rustte in 1769 een cijns aan de heer van Helmond van 0-2-4
(2 stuivers en 4 penningen). In de adminstratie van de heer van
Helmond heeft deze cijns nummer Hm-171 (nieuw).
Deze cijns
kwam voort uit 2 oudere cijnzen, Hm-41 (oud) en Hm-18 (oud).
Hm-41 (oud) rustte oorspronkelijk op een beemd op Zijtaart (zoe
de toelichting op de uitgiften bij Valstraat). Hm-18 (oud)
werd in 1406 betaald voor een kamp gelegen in de gemeint van
Vechel. De oudst bekende cijnsbetalers van deze cijns waren:
|
Cijnsbetalers:
|
Transactie en datum: |
|
Hm-18 (oud) (1406):
6 nieuwe penningen uit een kamp, gelegen in de gemeint
van Vechel, eertijds van Arnoldus, zoon van wijlen
Zedwigh
|
Hm-171 (nieuw) |
|
Arnoldus, zoon van wijlen Zedwigh
|
Vermeld vóór 1406 |
|
Wilhelmus, zoon van Jutte, dochter van Mette
|
Vermeld in 1406 |
|
De weduwe van Wilhelmus, zoon van Jutte, dochter van
Mette
|
Vererving in 1406-1421, vermeld in 1421 |
|
Daniel, zoon van Gerardus
|
Verwerving in 1421-1447 |
|
Egidius, zoon van Arnoldus Nesen
|
Verwerving in 1421-1447, vermeld in 1447 |
|
De weduwe van Egidius, zoon van Arnoldus Nesen, met haar
7 kinderen
|
Vererving in 1447-1465 |
|
Gerardus, zoon van Egidius Bathen
|
Verwerving in 1447-1465 |
|
Henricus, zoon van wijlen Wilhelmus Danielis
|
Verwerving in 1447-1465 |
|
Elisabeth, weduwe van Johannes, zoon van Henricus, zoon
van Egidius Bathen
|
Verwerving in 1469 |
|
Margareta, dochter van wijlen Hermanus van Bijstervelt
|
Verwerving in 1469-1498 |
|
Petrus, zoon van Theodoricus Leonis
|
Verwerving in 1498-1507 |
|
Johannes, zoon van Martinus Gielis
|
Verwerving ná 1507 |
|
De weduwe van Johannes, zoon van Martinus Gielis, met
haar 4 kinderen
|
Vererving ná 1507 |
In deze
reconstructie nemen we aan dat deze kamp gelegen was in het
gebied Kempens 1, nrs. 8, 10, 11 en 15.
Het cijnsbedrag van 6 nieuwe
penningen had - omgerekend volgens de gebruikelijke norm -
betrekking op een perceel van een halve bunder, uitgegeven in de
periode 1190-1314.
Perceel nr. 8:
Op perceel nr. 8
rustte in 1735 een cijns van 0-1-14 aan de heer van Helmond. In
de administratie van de heer van Helmond heeft deze cijns nummer
Hm-208 (nieuw). Deze cijns komt voort uit Hm-149 (oud) volgens
de nummering van de cijnzen in de vijftiende eeuw. Hm-149 (oud)
was een cijns van 12 nieuwe penningen. Omgerekend volgens de
gebruikelijke norm was het in 1190-1314 uitgegeven perceel 1
bunder groot.
|
Cijnsbetalers:
|
Transactie en datum: |
|
Hm-149 (oud) (1406): 6 nieuwe penningen uit het
goed van de Berg (de Monte)
Hm-149 (oud) (1714-1783):
Uit bonis de Monte (goed van de Berg), belast met een
cijns aan de heer van Helmond van 12 nieuwe penningen (omgerekend:
0-1-14)
|
Hm-208 (nieuw)
|
Gerardus, zoon van Johannes van Vrankevoort
|
Vermeld in 1406 |
Katharina, vrouw van
Gerardus, zoon van Johannes van Vrankevoort
|
Vererving in 1406-1411, vermeld in 1421 |
|
Gerardus, zoon van Gerardus, zoon
van Johannes van Vrankevoert
|
Verwerving in 1421-1447 |
|
De drie natuurlijke kinderen van
Gerardus van Vrankevort, met name: Henricus, Katharina
en Yda. |
Vererving in 1521-1447, vermeld in 1447 |
|
Henricus en Katharina, natuurlijke
kinderen van Gerardus van Vrankecort
|
Vererving in 1447-1465, vermeld in 1465 |
|
Wolterus, zoon van Johannes
Donckers
|
Verwervinh in 1465-1498, vermeld in
1507 |
|
De weduwe van Wolterus, zoon van Johannes Donckers
met haar drie kinderen
|
Vererving na 1507 |
|
Dympna, dochter van
Wolterus, zoon van Johannes Donckers
|
Verwerving na 1507 |
|
Johannes, zoon van Georgius
|
Verwerving na 1507 |
|
De weduwe van
Johannes, zoon van Georgius met haar
vier kinderen
|
Verwerving na 1507 |
|
Marten Aert Willem Donckers
|
Vermeld in 1642 |
|
De 11 erfgenamen van Marten Aert Willem Donckers
|
Vererving in 1642-1714 |
|
Anneke, Henricxke en Gertruyt, kinderen van Art Marten
Donckers
|
Deling in 1642-1714 |
|
Mijnheer Van Wiel als evicteur
|
Evictie in 1642-1714 |
|
Anthonij Dirk Willems int Dorhout
|
Koop in 1642-1714 |
In het gebied
van percelen nrs. 8, 10, 11 en 15 lokaliseren we twee cijnzen
aan de heer van Helmond, die betrekking hadden op anderhalve
bunder grond uitgegeven in de periode 1190-1314. Volgens het
maatboek van 1792 was dit gebied bijna 3 bunder groot. Het was
niet ongebruikelijk dat dergelijke middeleeuwse kampen, die aan
alle kanten omgeven waren door heide in de loop der eeuwen
groter werden. Hier zien we een verdubbeling van de omvang over
een periode van 5 of 6 eeuwen. Die vergroting kon gebeuren
doordat de boer er af en toe illegaal "een voor bijploegde",
door illegale innames aan de randen van het goed, of door koop
van percelen aan de rand, die onder onze radar gebleven zijn. De
Veghelse schepenprotocollen vanaf 1529 zijn grotendeels bewaard
gebleven, en in deze protocollen vinden we de meeste uitgiften
opgetekend, Maar er kunnen ook al eerder percelen
uitgegeven zijn, waarvan geen schriftelijk bewijs overgeleverd
is, en - zoals gezegd- kan ook na 1529 grond illegaal in gebruik
genomen zijn.
Op de
kaart van de uitgiften
is het gebied aangegeven als uitgegeven in de periode 1190-1314.
Hierbij moet men bedenken dat aan een aantal gebieden aan de
rand van dit gebied jonger zullen zijn.
Perceel
nr. 9:
In de lijst van niet belastte percelen van 1
januari 1786 wordt Jan Antonij Rijkers genoemd met een perceel
van 1 lopens. We identificeren dit perceel met Kempkens 1, nr.
9. Dergelijke percelen waren niet belast, omdat ze recent waren
uitgegeven aan particulieren. Eerder, in 1728, had men ook al
eens alle niet belastte percelen op een rij gezat en vervolgens
aangeslagen voor de verponding. Kennelijk dateert de uitgifte
van dit perceel van na 1728, dus uit de periode 1728-1786.
Perceel
nr. 10:
De uitgifte van 1620 (Hg-147) die we op
perceel nr. 10 lokaliseren, rustte later op Biezen nr. 21.
Perceel
nr. 18:
Het
verpondingboek van 1769 schrijft over dit perceel: "ingegraeven
eenen plak van de gemeente en een huysje daer op geset, geeft
nog niet." In oudere verpondingboeken wordt dit perceel niet
genoemd.
Uit de
lijsten met huizen en bewoners van Veghel blijkt dat tussen 1751
en 1756 voor het eerst een huis op dit perceel werd gebouwd. Het
is mogelijk dat het perceel pas van de gemeente gekocht werd
nadat het huis er al enige tijd stond. Op grond van deze
gegevens dateren we de uitgifte van dit perceel op 1751-1769.
Hiernaast
is een deel van een oude tiendkaart weergegeven, geprojecteerd
op de kadasterkaart van 1832. De percelen binnen deze tiendklamp
behoorden tot de oude tienden en waren over het algemeen voor
het midden van de zeventiende eeuw in particuliere handen. De
percelen buiten de tiendklamp zijn jonger en behoren tot de
novalia of nieuwe tienden. De kaart suggereert dat een deel van
perceel nr. 18 ouder is. Dit rijmt niet met de gegevens uit de
verpondingsregisters, zodat we onder wat voorbehoud aannemen dat
de kaart hier onnauwkeurig getekend is.
|