|
Naam:
|
in den Bolck |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Strepata una sita in den bulc [GVIE2 (1368)]
land
in den bulck aen die kercpad [BP1188-382 (1414)]
land
den bollick [Br122-60v (± 1490)]
de
geer, leege boekt in de bolck [Hs- (1531)]
in
den bolk [Hs- (1519-1538)]
de
twee smeken in de bolcken [GVEI5-1 (1624)]
de
bolcken, heeselaar [RAVI59-96v (1746)]
de
bolken [kad. (1832)]; G 210-269; de bolken [N. (1834)];
G 214 (b: 63.60).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
In
Veghel zijn nu nog bekend de Grote en de Kleine Bolken.
Het is een andere naam voor het goed "te Overacker". (Te
Overacker alias den Bulcke). In de collectie Cuypers van
Velthoven, Veghel nr. 164 wordt o.a. gesproken van:
"twee ackers aen malcanderen gelegen genoempt den Bolckt,
groot mede te samen een bos mudsaet lants; aenden
wijntmolen Vechel. Een andere naam voor besloten,
omsloten, afgesloten land was: "blok" bij het werkwoord
beluiken; kwam het accent op de eerst syllabe te liggen,
dan ontstond mnl. beele, bule, bole.
Kiliaen omschrijft dan ook block-lands als "ager, fossa,
agger aut sepe clausus, septum, ager septus, q.d. belock/luycken
claudere". Het middelnederlands heeft voor blockland de
meer gespecialiseerde betekenis van: "land dat aan alle
zijden beloken was en dus geen toepad had". Blok blijkt
verder een veel voorkomend toponym te zijn, zeer gewoon
als benaming van een stuk land. De Bolken komt overeen
met het gebied dat begrensd wordt door Stationsstraat,
Zeven Eikenlaan, Hezelaarstraat, Meijerijstraat.
|
|
Verklaring door Beijers en van Bussel: |
Belk is een [zuidelijke] nevenvorm van blok, ‘omsloten
stuk grond’. Het komt met name voor in Vlaanderen.
Waarschijnlijk afkomstig van het germ. * bi - luka,
evenals het element ‘belle’ van het lat. ballium, wat
omsloten terrein betekent. Belcrum in Teteringen is bv.
samengesteld uit belk + er + heem. Ons woord ‘look’ en
‘gelookt’ is hieraan verwant. Het woord ‘blok’ is een
afleiding van bi - luken of bi - loken = besluiten of
afsluiten (zie onder Blok). De primaire betekenis is
afsluiting met een heg, wal of sloot en de secundaire
die van een door heggen omsloten land. In
Oost-Vlaanderen duiden woorden als blok op lager
liggende, door grachten ingesloten percelen grasland.
Goossenaerts geeft als varianten blook, blik, bulk,
bleuk en bullik. In Veghel heette het goed te Overakker
ook den Bulke of den Bolkt, later verdeeld in de grote
en kleine Bolken.
De Flou dl.1:723; Trommelen 1994:130; Goossenaerts 1956;
Gijsseling 1978:1; Meuwese 1955:23.
Het woord ‘blok’ is afgeleid van bi-luken of bi-loken:
afsluiten. De primaire betekenis is afsluiting met een
heg, houtwal of sloot en de secundaire die van een door
heggen omsloten stuk grond. Goossenaerts geeft
nevenvormen als biloke, beluik, blook, blik, bulk, bleuk
en bullik. In Oost-Vlaanderen duiden woorden als blok op
lager liggende, door grachten ingesloten stukken
grasland. Soms kan aan de naamgeving een familienaam ten
grondslag liggen, zoals bv. in Bloksbeemd. De
familienaam Bloks / Blocs / Blocxsoen komt gedurende de
gehele 15de eeuw in de Helmondse
schepenprotocollen voor. ‘Blok’ verschijnt ook in
‘blokhuis’: versterkt huis omsloten door water.
Goossenaerts 1956; Gijsseling 1978:1; Beijers & Koolen
1988.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 8-12, 16-18. perceel nr. 8 en 9 lagen in
die Bolckse tiende |
|
Opmerkingen:
|
Midden in het gebied dat Bolk genoemd werd lag het
leengoed Overakker in de late middeleeuwen aan alle
kanten door percelen omgeven was en niet aan een weg
grensde.
|
|
Naam:
|
het Bont Paert |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Huijs, schuur, brantkuijl genaamt "in het Bont peert
[RAV98-29 (1723)]
huis
en erf van Jacobus van Orten, gelegen alhier in de
straet genaemt het bont peert [RAV101-255v (1742)]
Arnoldus van den Hurk herbergier in de straat genaamt
het bontpaart [RAV103154
(1752)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Herberg waar tevens stalling is. |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 1 |
|
Opmerkingen:
|
Fantasienaam waarschijnlijk gegeven door eigenaar
Antonij Spierincx, die het huis is 1687 kocht en er
herberg hield. De oudste vermelding is uit 1707. Op het
erf van dit huis bevond zich een brandkuil.
|
|
Naam:
|
de Keijser |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
huis
in de straat genaamt de keijser [RAV101-185v (1741)]
erf
genaemt den keyser [GVEI2-73 (1778)]; huijsinge, hof,
dries en aengelegen teullant in de straet, van ouds
genaemt den keijser, ontr. 7 l., een zijde Hendr. v.d.
Linden, andere zijde Direk Tonis van eerd, een eind de
straet, andere einde Jan van den Bos en straet
[RAV108-98v (1779)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Benoeming naar een persoonsnaam vgl. Mariellus Wilhelmus
de Keyzer 1883, Adriana Keyzers 1833 (Kl.Bev.V.).
Benoeming naar de bijnaam van de eigenaar die in het
schuttersgilde eens "keizer" schoot (M.Top. Valk. -161).
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 11, aanvankelijk met 10b en 12 |
|
Opmerkingen:
|
Mijns inziens een fantasienaam door een van de
eigenaren. De oudst gevonden vermelding dateert uit
1712.
|
|
Naam:
|
de Kesie, Keysere |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Een
stuek lants die kesie oft die keysere [MrI322-68v
(1569)]
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging aan de oostzijde van de Hervormde Kerk aan de
tegenwoordige Hoofdstraat. Identiek met de Kesije (zie
Kesije) inmiddels verdwenen. Benoeming naar een
persoonsnaam vgl. Mariellus Wilhelmus de Keyzer 1883,
Adriana Keyzers 1833 (Kl.Bev.V.). Benoeming naar de
bijnaam van de eigenaar die in het schuttersgilde eens "keizer"
schoot (M.Top. Valk. -161).
|
|
Verklaring door Beijers en van Bussel: |
Het kan een verwijzing zijn naar de bodemgesteldheid van
een bepaald perceel i.c. naar de hinderlijke
aanwezigheid van een grindsubstraat. Het mnl. ‘kesel’ of
‘keisel’ zou kiezelsteen betekenen. Ook elementen als
kiezel en kissel zouden hiermee in verband kunnen staan.
Verdam 1932:289; WNT dl.7:2734; Lindemans 1952
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 5 |
|
Opmerkingen:
|
Dit was een deel van het leengoed Overakker dat in de
zestiende eeuw afgesplitst werd. De naam “Kesy” wordt al
in hertogelijk leenboek van
1374-1448 genoemd.
Een later leenboek vermeld rond 1569: “die Kesie oft die
Keysere”. Kesie is hier de oudste variant, de Keizer
komt pas later in beeld.
|
|
Naam:
|
Compeere, Compeere huijske |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Huis
bestaande in vijf woningen, met pannen gedekt, in de
straet, van outs genaemt compeere (eigenaar Hendrik
Hommelis gehuwd met Agnees Symon van Rixtel),
[RAV108-134 (1779)].
Comperen huysken gebruycker Delis Janssen [GVIIB28 (±
1700)]
huijsken en hof (brandewijnstokerij) aen de straet van
outs genaemt compeeren huijske [RAV98-212 (1727)] .
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Waarschijnlijk het huis gelegen in de kom van het dorp
(G 167) tegenover "de kesie".
Symon Hendrik Hommelis was de bewoner van 1791 tot 1801.
Onbekende ligging. Wellicht identiek met Komperen (zie
Komperen). Misschien gaat hier een persoonsnaam schuil:
vgl. Jacob Compeer zijn erf en landt in de bolcken,
1624; Jacob Compers (in de straet) begraven op 3 oktober
1664 (RAV156).
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 9 |
|
Opmerkingen:
|
Jacob Compeer bezat dit huis rond 1624-1664.
|
|
Naam:
|
Cruijsstraet |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cruysstraat [Hs- (1561)]
cruysstraat [Hs- (1600)]
lant
het braakje aen de cruysstraet [GVEI2-75 (1778)]
recente herbenaming deel Ven, de kruisstraat [B-
(1967)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Oude
benaming voor Molenstraat, Molenwieken (anno 1700),
tevens straat in de kom van Mariaheide. Benoeming naar
een wegkruising of (veld)kruis (M.Top. Valk. -180).
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 6-9 grensden aan de Cruijsstraet |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Laak |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Die
buntbeemd aan die lake [BP1190-182v (1417)]
bij
die laeck comende uyter aa [Mrv23-124v (1519-1538)]
philipze bemt en laak agter de straet en regt van
visserye [GVEI2-347 (1777)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Waterloop, uitkomende op de Aa, evenwijdig aan de straat
(Hoofdstraat), iets ten zuiden
van
de markt; identiek aan de brandgraaf (zie brandgraaf).
Laak
mnl. lake hgd. lache (ohd. lahha) "meer, poel, plas".
Ags. lacu (eng. lake "meer"),
in
het bijzonder gebruikt voor kleinere waterlopen; het
werd door Nederlanders geïmporteerd naar Neder-Weser en
Neder-Elbe.
Men
heeft dit Nederlands-Rijns- Westfaals woord wel eens
voor een ontlening aan lt. lacus gehouden. Wij sluiten
ons aan bij van Wijk en Mansion, dat het germaanse woord
wellicht beïnvloed is door het Romaanse, maar dat het
niet daaraan ontleend is; een belangrijk argument is de
ablaut van on. lokr = langzaam stromende beek.
Uitgangspunt germ. + lako, evenals lekken (+ lakjan)
ablautend met de e-vorm van leek.
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Laak kan betekenen: poel of waterloop. Het zou afgeleid
zijn van het ww. ‘lekken’. In het zuiden overheerst
‘laak’, terwijl in het noorden het element ‘leek’
sterker vertegenwoordigd is. Volgens Mansion zou ‘laak’
duiden op een grensligging. Kempeneers omschrijft een
laak als een afwateringssloot in moerassige gebieden,
afgeleid van het germ. * laku.
Schönfeld 1955; Buiks 1990:134; Kempeneers 1983:8; Buiks
1992:17; v.Berkel & Samplonius 1989:25.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 1 grensde aan de Laak |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
het Meuleken |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Huis
in de straat, van ouds genaamt het meuleken [RAV98-212
(1727)]. |
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 14 |
|
Opmerkingen:
|
Fantasienaam gegeven door een van de eigenaren. De oudst
gevonden vermelding dateert uit 1727.
|
|
Naam:
|
Molenstraat |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Een
huis aen de moelenstraet [Mrv25-13 (1548)]
gelegen te veghel in de molestraet [N (1823)]
molenstraat tot 1914, daarna stationsstraat, 1936 weer
gedeeltelijk molenstraat [V.-]; tegenwoordige
molenwieken en molenstraat [Mh- (1954)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Straat in het dorpscentrum. Benoeming naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 14-16 grensden aan de Molenstraat |
|
Opmerkingen:
|
Straat die naar de molen leidt. |
|
Naam:
|
de Ploech |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 11 |
|
Opmerkingen:
|
Vermeld in 1621 en 1626. R42, fol. 18 (11-6-1621) en
R43, fol. 157 (13-1-1626).In
1621 eigendom van
Goijaert Pauwelss Ploech. Ik vermoed dat de naam voor
het huis bedacht is door Gpijaert en dat Goijaert hierna
naar het huis genoemd is. Het kan ook zijn dat Ploech
een oudere familienaam is.
|
|
Naam:
|
den Roscam |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Huis
en hof in de straat genaamt den Roscam [RAVI00-44v
(1733)]
heerehuysinge den roskam vechel in de straet [Mrv92-2
(1749)]
erf
den roscamp straet zuydzeyde [GVEI2342 (1777)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Wellicht was dit een herberg; liggend in de straat (nu
Hoofdstraat). "Roskam" eigenlijk een ijzeren
wijd-getande kam met steel, waarmede men de (huid)haren
van een paard reinigt; paardekam. Als uithangteeken aan
en vandaar als benaming van herbergen met gelegenheid
tot stalling (W.N.T. -1398).
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 2 |
|
Opmerkingen:
|
Fantasienaam gegeven door een van de eigenaren. De oudst
gevonden vermelding dateert uit 1722. Een beschrijving
uit 1732 luidt: “eene schoone ende wel ter neering
staande steene huijsinge met desselffs stallinge, hoff,
boogaart ende aengelegen groesveltje, gelegen in de
Straat, genaamd den Roscam.”
In dit huis werd geen herberg gehouden. Wel is het
mogelijk is dat er gelegenheid was om paarden te stellen
tijdens een bezoek aan de aangrenzende herberg het Bont
paert.
|
|
Naam:
|
de Straet |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Vuyt
huys ende hoff aen die straet [GVIE2 (1427)]
de
straat [kad. (1832); G 1-209, 270-290
ter
plaatse genaamd de straat [N (1855)]; in 1700, kom
veghel van brug tot molenstraat, de straat [Mh- (1954)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gewoonlijk werd bedoeld de Hoofdstraat en wellicht een
deel van de huidige Hezelaarstraat |
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Afgeleid van het lat. * via strata = bestrate of
verharde weg. In onze omgeving waren de straten veelal
zandwegen die gehuchten verbonden of naar het
cultuurland leidden, veldwegen en buurtwegen. Aan straat
gaat soms een adjektief vooraf wat herinnert aan de
belangrijkheid of de uiterlijke vorm ervan, bv.
Grotestraat, Rechtestraat. Bij veel straatnamen treft
men een Ppersoonsnamen aan, bv. Hillen Petersstraatje,
de naam van het gebied of object waartoe de straat
leidt, bv. Broekstraat, Brugstraat en vaak de lokale
gehuchtnamen [redactie].
Mennen 1992:313.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 1-4 en 1-15 grensden aan de Straet, perceel
8 en 9 lagen “after die Straet” |
|
Opmerkingen:
|
Hier wordt met “die Straet” de kom van Veghel bedoeld.
|
|
Naam:
|
Schipke van Leijen |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 13 |
|
Opmerkingen:
|
Fantasienaam door een van de eigenaren. De gevonden
vermelding dateert uit 1721. In de zestiende eeuw heette
het huis de Swaen.
|
|
Naam:
|
de Swaen |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Huis
de swaen in de straadt [Mrv91-2v (1678)]
huis
(brouwerij omtr. de agterdijk) in de straet gen't de
swaan [RAV98-96v (1725)]
huis
in de straet genaamt de swaan, en brouwhuis [RAV99-19v
(1728)]
erf
de swaen en hofke [GVEI2-78 (1778)]
eene
376 huizing, stalling etc. de zwaan [N (1848)]; A
1231-1235 (b: 65.50; tu: 07.80; hu: 08.57).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Dit
was de benaming voor een oude herberg aan de Sluisstraat
anno 1900, café de Zwaan, later werd op ongeveer
dezelfde plaats café Tramstation (zie tramstation)
gebouwd; vrij dichtbij deze herberg stond een molen die
ook deze naam droeg. Benoeming naar de vogel. Mogelijk
ook benaming voor brouwerij nabij Frisselstein.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 13 |
|
Opmerkingen:
|
De naam is een fantasienaam gegeven door een van de
eigenaren en wordt voor Kesie nr,. 13 vermeld in 1556.
De naam de Swaan verhuisde later naar de overkant van de
weg, naar Straat nr. 3 (daar vermeld in 1655). De
vermeldingen van Cornelissen hebben betrekking op Straat
nr. 3. In zijn verklaring betrekt hij weer andere
lokaties. Kesie nr. 13 heette in 1721 Schipke van Leijen.
|
|