|
1. Perceel
nr. 6
Perceel nr. 6 was in de achttiende eeuw belast
met een cijns aan de domeinen vanwege een uitgifte van 14 1/2
roeden. Dit perceel werd in 1653 uitgegeven en heeft nummer
Hg-235 in de bewerking van de cijnzen van de hertog van Brabant.
Het perceel werd toen "de Rijt" genoemd, wat inderdaad de naam
was van perceel nummer 6. Uit de omschrijving van het perceel
ten tijde van de uitgifte blijkt echter dat het oorsponkelijk
uitgegeven
perceel elders gelegen moet hebben. We kunnen het plaatsen op
Stad, nr. 19, een perceel dat dezelfde eigenaren had en ook de
Rijt genoemd werd. Op een gegeven moment is de cijns van Stad
nr. 19 naar Nederboekt nr. 6 verhuisd.
2.
Perceel nr. 18
Volgens een akte van 17-9-1744 waren
bederboekt nr. 18 en het aangrenzende perceel Heuvel nr. 1
belast met een cijns van 0-6-0 (6 stuivers) aan de heer van
Helmond. Het ging om drie verschillende cijnzen (nieuwe nummers
vanaf de zedstiende eeuw):
|
Cijns nr: |
Cijnsbedrag: |
|
Hm-26 |
0-2-14 |
|
Hm-170 |
0-1-14 |
|
Hm-116 |
0-1-4 |
|
Totaal: |
0-6-0 |
Hm-26
(0-2-14) rustte in 1820 nog op Nederboekt nrs. 18 en 19.
Hm-26 gaat terug op Hm-237 (oude nummering in de vijftiende eeuw).
Hm-237 (oud) wordt in 1406 omschreven als: een cijns van 4
nieuwe schellingen en 4 1/2 nieuwe penningen te betalen uit het
erfgoed van Nycolaus van den Bredelaer. Deze cijns werd in de
vijftiende eeuw in vijf delen gesplitst. Vier van de vijf delen
rustten in de achttiende eeuw op percelen aan de Hei (nu
Mariaheide), en een deel op Nederboekt nr. 18 en Heuvel nr. 1.
We nemen aan dat het oorspronkelijk in 1190-1314 uitgegeven
perceel aan de Hei lag.
Hm-170 (nieuwe nummering) gaat
terug op Hm-132 en Hm-233 (oude nummering in de vijftiende eeuw).
Hm-116 gaat terug op Hm-132 (oude nummering).
Hm-233 (oud)
wordt in 1406 omschreven als: een cijns van 17 1/2 nieuwe
penningen te betalen uit het erfgoed van Nycolaus van den
Bredelaer. Hm-233 en Hm-237 werden in 1406 allebei betaald uit
het erfoed van Nycolaus van den Bredelaer, Omdat boeren hun
grond vaak het liefst kort bij huis hadden liggen is het
aannemelijk dat de oorspronkelijke percelen van Hm-237 en Hm-233 kort bij elkaar lagen. Hm-233 werd in 1428 in drie delen
gesplitst. (Nieuwe nummering Hm-140, Hm-160 en Hm-170). Hm-140
en Hm-160 rustten in de achttiende eeuw op percelen aan de Hei
(nu Mariaheide), en Hm-170 op Nederboekt nr. 18 en Heuvel nr. 1.
Ook dat is een reden aam aan te nemen dat het oorspronkelijk in
1190-1314 uitgegeven perceel van Hm-133 aan de Hei lag. Zie
de toelichting bij Corsehoef.
Hm-132 (oud) wordt in 1406 omschreven als: een cijns van 12
nieuwe penningen betaald uit 1 bunder. In 1411 werd de cijns in
twee helften gesplitst. Een helft kreeg in de zestiende eeuw
nummer Hm-116 en de andere helft nummer Hm-170. Beide helften
rustten in de achttiende eeuw op Nederboekt nr. 18 en Heuvel nr.
1. We nemen aan dat het oorspronkelijk in 1190-1414 uitgegeven
perceel in de buurt van deze percelen lag. Perceel nr. 18 was
ongeveer 2 lopens groot. We nemen aan dat het oorspronkelijk
uitgegeven perceel nr. 18 en een deel van nr. 19 omvatte.
De opeenvolgende cijnsbetalers
tussen 1406 en 1542 zijn in onderstaande tabel gegeven.
|
Cijnsbetalers:
|
Transactie en datum: |
|
Hm-132 (1406):
12 nieuwe penningen betaald uit 1 bunder
|
|
Theodoricus van der Haghen
|
Vermeld in 1406 |
|
In 1411 werd de cijns gesplitst. |
|
|
Hm-132.1 (1411): 6 nieuwe penningen betaald uit 1/2
bunder
|
Hm-116 (nieuw) |
|
Petrus van der Haghen |
Verwerving in 1411, vermeld in 1421 |
|
Johannes, zoon van Wilhelmus van Hoeps
|
Verwerving in 1421-1447 |
|
Johannes, zoon van Theodoricus van der Heijden (de
Merica) |
Verwerving
in 1421-1447, vermeld in 1447 |
|
Theodoricus, zoon van Theodoricus Molners (Multoris)
|
Verwerving
in 1447-1465 |
|
Jacobus, zoon van Nicholaus, zoon van Theodoricus, zoon
van Theodoricus Molners (Multoris)
|
Verwerving in 1465-1498 |
|
Henricus, zoon van Nicholaus, zoon van Theodoricus
Theodoricus Molbers |
Verwerving in 1498-1507 |
|
Eva en Elizabeth, kinderen van Petrus, zoon van Henricus
Molners (Multoris)
|
Verwerving na 1507 |
|
Hm-132.2 (1411): 6 nieuwe penningen betaald uit 1/2
bunder
|
Hm-170 (nieuw) |
|
Katharina, dochter van Hermannus van der Vort (de
Vort) |
Verwerving in 1411, vermeld in 1421 |
|
Theodoricus, zoon van Theodoricus Molners (Multoris)
|
Verwerving
in 1421-1447 |
|
De 5 kinderen van Theodoricus, zoon van Theodoricus
Molners (Multoris) |
Verwerving in 1465-1498 |
|
Nycholaus, zoon van Theodoricus, zoon van Theodoricus
Molners (Multoris) |
Verwerving in 1465-1498 |
|
Nycholaus, zoon van Nycholaus, zoon van Theodoricus,
zoon van Theodoricus Molners (Multoris) |
Verwerving in 1465-1498, vermeld in 1498 |
|
Johannes van Lyt van den Bosch, spelmeker
|
Vermeld in 1498-1507 |
|
Gudela, weduwe van Johannes van Lyt van den Bosch
|
Vererving in 1498-1507 |
|
Johannes, natuurlijke zoon van Elizabeth
|
Verwerving ná 1507 |
|
Nicholaus, zoon van Nicholaus Molners (Multoris) |
Verwerving
ná 1507 |
2.
Perceel nr. 19-23
De huizen en percelen nrs. 19, 22
en 23 waren eertijds belast met een zogenoemde
balkcijns, te betalen aan het
dorp van Veghel. Balkcijnzen kwamen voort uit de omslag van de
cijns voor de gemeint in 1310 en een al eerder gekregen recht
van weerschap. Na 1310 versteende deze omslag, er waren geen
wijzingingen meer. De genoemde huizen stonden er dus al in 1310.
Er is dus een goede kans dat percelen nrs. 19, 22 en 23 en
eventueel belendende percelen in de dertiende of veertiende eeuw
uitgegeven zijn. Maar behalve de cijns aan Helmond op perceel
nr. 18 we vinden hier geen cijnzen aan de heer van Helmond of de
hertog van Brabant vermeld. Als die er geweest zijn, zijn die
verhuisd naar een ander perceel. Nu vinden we in deel
Beukelaar een paar grote cijnzen (samen 24 oude penningen) die
we daar niet kwijt kunnen. We nemen aan dat de oorspronkelijk
uitgegeven percelen hier (Nederboekt 19-23) thuis horen. Dat
krijgt verder enige steun doordat het betreffende cijnsgoed (de
24 oude penningen) in 1406 in handen was van Peter van Keeldonc,
die we ook terugvinden als cijnsbetaler van cijnzen die we
lokaliseren op deel Erpse Dijk op belendende percelen aan de
overkant van de weg.
|