|
Perceel. nr.1: de weg
Perceel nr. 1 wordt in 1722 omschreven als:
eenen plack lant tegen haer erff den Oliemolen, groot circa 80
roeden, in twee gesepareert met eenen gemeenen weg tussen beijde.
Het betreft twee uitgiften uit respectievelijk 1710 en 1717. Op
de kadasterkaart van 1832 staat
één perceel getekend en is van
een weg geen sprake meer. Moeten we aan een weg denken die van
noord naar zuid liep, of van oost naar west?
Ik
denk van oost naar west, gezien de knik aan de linkerzijde van
het perceel. Het is opvallend dat op de tiendkaart zo'n oost-west
traject getekend staat. De interpretatie van de tiendkaart is
niet zonder problemen. In dit geval zou de uitgifte van 1710
binnen de tiendklamp liggen en die van 1717 er buiten. En hoe is de kaart te rijmen met het middelste perceel dat in 1793 uitgegeven
lijkt te zijn. Was het bovenste deel van dat perceel ouder?
Voorlopig houden we het er maar op dat de tiendkaart op details
slordig is en dat we er niet al te veel conclusies aan mogen
verbinden.
Perceel nr. 5: een cijns aan de heer van Helmond
Uit perceel nr. 5 werd een cijns betaald van 0-0-10 (10 penningen)
aan de heer van Helmond. Dergelijke cijnzen aan Helmond zijn
ontstaan door uitgiften van percelen van de gemene gronden aan
particulieren in de periode ca. 1190-1314. Het is Hm-187 (nieuwe
nummering) in de administratie van de cijnzen van de heer van
Helmond vanaf de 16de eeuw.
|
Omschrijving Hm-187 (nieuw)
|
Cijns bedrag |
Oppervlakte |
|
De
Pa(l)sdonk, genaamd den Elshorst en de Langenacker of
Scuppenstreep bij de Oliemolen |
3
oude penningen |
150
roeden |
We komen hieronder nog op deze cijns terug.
Perceel nrs. 6 + 8: een cijns aan de heer van
Helmond
Ook uit perceel 6 en 8 werd een cijns
betaald aan de heer van Helmond en wel van 0-4-0 (ofwel 4
stuivers, 2 stuivers uit elk
perceel). In de administratie van de heer van Helmond vanaf de
16de eeuw heeft deze cijns nummer Hm-110. Omdat een deel uit
perceel nr. 6 betaald werd en een ander deel van deze cijns
uit perceel nr. 8, zullen beide percelen eertijds in
één hand geweest zijn. De vorm van de percelen wijst er op dat het eerder
om een onverdeeld perceel ging. Rond 1600 was dat perceel van
Jacob Jan Alarts.
In de Helmondse cijnsboeken uit de vijftiende eeuw heeft deze cijns nr. Hm-81
(oude nummering).
De geschiedenis van deze cijns is als volgt: in 1406 was
Gerardus Vriese (Friso), zoon van Graet, cijnsplichtig
voor 9 cijnsposten. Hij wordt als cijnsbetaler opgevolgd door
zijn zoon Gerardus, die door een zekere Arnoldus, en Arnoldus
wordt opgevolgd door Egidius, zoon van Egidius Bathen. De cijns
bestond uit de volgende delen:
|
Omschrijving
|
Cijns bedrag |
Oppervlakte |
|
De Lange Akker (Magno Agro), eerder van
Gerardus Rufus |
3 nieuwe penningen |
100 roeden |
|
Het goed van Nycolaus, zoon van Lambertus Snijders (Sartoris) |
3 nieuwe penningen |
100 roeden |
|
Het goed van wijlen Henricus |
3 oude penningen |
150 roeden |
|
De Daverlaarse Hoeve (manso de Daverlaer) |
10 oude penningen |
500 roeden |
|
Het goed van Yda, dochter van Johannes Broechovens,
gelegen voor de korenschuur (recto horreus) |
4 ½ nieuwe penningen |
150 roeden |
|
Het goed van Beatricis |
3 nieuwe penningen |
100 roeden |
|
Het ¼ deel van de Overaase Hoef (manso de Over Aa),
een perceel voor de korenschuur (recto horreus)
een perceel op Lake en een stuk beemd op Amer
|
18 ½ nieuwe penningen
|
617 roeden |
|
De Lange Akker (Magno Agro), en uit de beemd “Scoerbeemt”,
eerder van Gerardus Rufus |
18 nieuwe penningen
|
600 roeden |
|
Het ¼ deel van de Overaase Hoef (manso de Over Aa),
eerder van Johannes Broechoven |
10 nieuwe penningen
|
500 roeden
|
|
Totaal: |
47 nieuwe penningen
20 oude penningen
|
7 bunder en 17 roeden
|
Omstreeks 1433
worden deze cijnzen in 3 ongeveer gelijke delen gesplitst, en
daarna betaald door:
Hm-81.1: Henricus, zoon van Egidius
Bathen (Hm-110, nieuwe nummering, perceel Oliemolen nr. 6-8):
Uit de Lange Akker (Magno Agro) 20 nieuwe penningen en 4
1/3 oude penningen.
Hm-81.2: Goeswinus, verwante van Henricus Hermannus (Hm-188,
Doorn perceel nrs. 6, 8 en 10). Na de opsplitsing rond 1433 was
de cijns van dit 20 nieuwe penningen en 4 1/3 oude penningen,
later omgerekend: 0-4-0 (4 stuivers). Hiervan rustte 0-1-0 op
Doorn nr. 6 en 0-3-0 op Doorn nrs. 8 en 10.
Hm-81.3:
Roverus van Tuyfteze (van Duifhuizen) (Hm-219, perceel Bruggen.
nr. 15)
Het verband met de oorspronkelijke percelen was
in 1433 verloren gegaan. Wel bleven de cijnzen verbonden aan
percelen in de buurt van het Hoogeinde, zodat een deel van de
oorspronkelijke percelen daar ergens gelegen zal hebben. Op
basis van de veldnamen is daar wel iets over te zeggen. Twee
delen werden betaald uit de Lange Akker en een deel uit de
Overaase Hoeve. Deze veldnamen vinden we terug in het deel
Oliemolen, De Lange Akker was perceel nr. 15 en het ten zuiden
daarvan gelegen deel van perceel nr. 5. Een ander deel rustte op
een perceel in de Amer in het Achterste Dorshout. Ook op deze
cijns komen we nog terug.
Voor de oudst
bekende cijnsbetalers, zie
de
toelichting op de uitgiften bij Doorn.
Perceel nrs. 10 + 12: een cijns aan de heer van
Helmond
Uit perceel 10 en 12 werd een cijns
betaald aan de heer van Helmond van 0-6-8 (0-3-4 uit elk
perceel). In de administratie van de heer van Helmond vanaf de
16de eeuw heeft deze cijns nummer Hm-179. Omdat een deel uit
perceel nr. 10 betaald werd en een ander deel van deze cijns
uit perceel nr. 12, zullen beide percelen eertijds in een hand
geweest zijn. De vorm van de percelen wijst er op dat het eerder
om een onverdeeld perceel ging. In 1554 was dat perceel van de
kinderen van Willem Hanrics van de Rijt.
In de Helmondse cijnsboeken uit de vijftiende eeuw heeft deze cijns
twee voorgangers nummers Hm-79 en Hm-80 (oude nummering).
De oudste omschrijving van deze cijnzen is als volgt:
|
Omschrijving Hm-79 (oud)
|
Cijns bedrag |
Oppervlakte |
|
Het
erfgoed van Oda Bigghe |
3
oude obolen |
75
roeden |
|
Omschrijving Hm-80 (oud)
|
Cijns bedrag |
Oppervlakte |
|
Het 1/3 deel van de Overassche Hoef (manso de
Overassche), uit 1/3 deel van de Grote Streep (Magne
Strepe) en uit een beemd genaamd Amer |
6 ½ nieuwe penningen |
220
roeden |
|
Het
1/4 deel van de Overassche Hoef, uit de Grote Rotstreep,
uit een verdeelde kamp bij Dorhout, en uit een bunder
beemd bij Amer |
6 ½ nieuwe penningen |
220
roeden |
|
Het 1/4 deel van de Overassche Hoef, uit 2 een verdeelde
kamp bij dezelfde plaats (Dorhout), en uit een beemd bij
Amer |
6 ½ nieuwe penningen |
220
roeden |
|
Het 1/4 deel van de Overassche Hoef, 2 strepen onder
Gretincvelt, een verdeelde akker bij Dorhout en een
beemd bij Amer |
19 ½ nieuwe penningen |
650
roeden |
|
|
|
1.310
roeden |
Hm-179 en
Hm-180 hebben dezelfde cijnsbetalers en zijn niet verdeeld. Dit
maakt aannemelijk dat de cijnzen al vanaf 1406 aan perceel nr.
10 en nr. 12 verbonden zijn. We vonden een akte uit 1554 die
bevestigt dat de cijns zoals beschreven in de Helmondse
cijnsboeken toen aan deze percelen verbonden was. Er is wel wat
"gerommeld" met deze cijns (gesplitst, samengevoegd) maar dat is
gebeurd voor 1406. Conclusie voor
het gebied perceel nrs. 5-17: In dit gebied
treffen we een aantal cijnzen aan de heer van Helmond aan die
een wat rommelig beeld opleveren. De cijnzen zijn veelal al voor
1406 verdeeld geraakt en het verband met de oorspronkelijke
percelen ging al in de dertiende of veertiende eeuw grotendeels
verloren.
Met
redelijk vertrouwen kunnen we stellen dat de cijnzen uit de
Overaase (of Overassche) Hoeve op dit gebied betrekking had
omdat die cijnzen zich later nog grotendeels in dit gebied
bevinden. Samengevat:
|
Omschrijving
|
Bedrag |
|
Het 1/4 deel van de Overaase Hoef plus ander goed
|
18 ½ nieuwe penningen |
|
Het 1/4 deel van de Overaase Hoef |
10 nieuwe penningen
|
|
Het 1/3 deel van de Overassche Hoef plus ander goed |
6 ½ nieuwe penningen |
|
Het 1/4 deel van de Overassche Hoef plus ander goed |
6 ½ nieuwe penningen |
|
Het 1/4 deel van de Overassche Hoef
plus ander goed |
6 ½ nieuwe penningen |
|
Het 1/4 deel van de Overassche Hoef plus ander goed |
19 ½ nieuwe penningen |
"Wiskundig" is
deze situatie niet op te lossen. Ook kan in de administratie
soms wat fout geschreven zijn, zoals die 1/3 suggereert. Ik stel
de volgende oplossing voor.
Het gaat om een
oorspronkelijk uitgifte genaamd de Overaase Hoeve belast met 40
nieuwe penningen. Op een geven moment werd dit goed in twee
gesplitst. Iets daarvan is bewaard gebleven in de schrijfwijze
van de namen Overaase Hoeve, dan wel Overassche Hoeve.
De Overaase Hoeve werd weer gesplitst in twee gelijke delen. Een
van die delen geeft in 1406 nog een beschrijving zonder dat de
cijns vermengd was met andere cijnzen of percelen: 10 nieuwe
penningen uit 1/4 deel van de Overaase Hoeve. Merk op dat het
1/4 hier betrekking heeft op het oorspronkelijke perceel, van voor de
eerste splitsing.
Het tweede deel, de "Overassche Hoeve" werd al voor 1406
gesplitst in 4 delen van 5 nieuwe penningen. Dit scenario
verklaart de bedragen en omschrijvingen goed.
Laten we nu een
kijke namen naar de Lange Akker.
Ook de Langen Acker mogen we hier plaatsen, omdat
enkele cijnzen uit de Langen Akker later hier nog te plaatsen
zijn en de deze veldnaam hier later nog voorkomt. Het gaat om:
|
Omschrijving
|
Cijns bedrag |
|
De
Pa(l)sdonk, genaamd den Elshorst en de Langenacker of
Scuppenstreep bij de Oliemolen |
3
oude penningen |
|
De Lange Akker, eerder van
Gerardus Rufus |
3 nieuwe penningen |
|
De Lange Akker en uit de Scoerbeemt, eerder van
Gerardus Rufus |
18 nieuwe penningen
|
|
Het 1/3 deel van de Overassche Hoef, uit 1/3 deel van de
Grote (of Lange) Streep en uit een beemd genaamd Amer
(onder voorbehoud) |
6 ½ nieuwe penningen |
- In de
eerste regel verdelen we cijns half om half over de twee posten.
- De 2de en 3de
regel betreffen allebei goed dat eertijds van Gerardus Rufus
was. Op grond daarvan schrijven we in de derde regel 3 nieuwe
penningen toe aan de Lange Akker en 15 nieuwe penningen aan de
Scoerbeemt.
- In de vierde
regel trekken we 5 nieuwe penningen van het bedrag af voor de
Overassche Hoeve (zie hiervoor). Dan blijft er 1 1/2 penning
over voor de Grote Streep en de beemd genaamd Amer. We delen
hiervan 1 nieuwe penning toe aan de Grote Streep. Het is onzeker
of ook deze cijns op de Lange Akker betrekking had, maar omdat
het om een klein bedrag gaat, maakt dat voor de conclusies niet
zo veel uit.
We vinden zo 7
nieuwe penningen en 1 1/2 oude penningen aan cijns, wat
omgerekend volgens de gebruikelijke norm een uitgegeven oppervlakte van 308 roeden oplevert. De Lange Akker zoals die
uit latere eeuwen bekend is, was ongeveer 1 bunder, ofwel 400
roeden groot. Als we in regel 3 niet 3 maar 6 nieuwe penningen
toeschrijven aan de Lange Akker, komen we op de 1 bunder uit.
Opgeteld met het
oppervlakte van de Overaase Hoef vinden we een oppervlakte in
1180-1314 uitgegeven grond van 4,3 bunder. Als we de
oppervlakten van perceel nrs. 5 t/m 17, zoals gegeven in het
maatboek van 1792 optellen, vinden we 4,4 bunder. De
oppervlakten komen verrassend goed overeen. De conclusie is
dat het gebied van perceel nr. 5 t/m 17 (afgezien van de latere
uitgiften) in de periode 1190-1314 van de gemene gronden
uitgegeven is. Een groot deel daarvan vormde aanvankelijk de Overaase Hoeve.
Perceel nr. 20-22: een cijns aan de heer van
Helmond
Uit perceel nr. 20-22, de
Herculesacker, werd eertijds een
cijns betaald aan de heer van Helmond van 8 penningen. Het is
cijns nummer Hm-12 in de administratie vanaf de 16de eeuw en
Hm-95 in de oudere cijnsboeken uit de vijftiende eeuw. De
cijnzen zijn verder niet gesplitst of samengevoegd. perceel nr.
20 en 33 waren in de 16de en 17de eeuw in
één
hand, zodat de cijns op beide goederen samen gerust zal hebben.
Het oorspronkelijke cijnsbedrag was 3 nieuwe penningen, wat
omgerekend volgens de gebruikelijke norm een oorspronkelijk
uitgegeven perceel van 1/4 bunder (of 100 roeden) oplevert. Nu
waren perceel nrs. 20 en 22 in de zeventiende eeuw ongeveer
samen ongeveer 3/4 bunder groot. Het perceel was aan alle kanten
omgeven door gemene gronden. De kans dat een dergelijk perceel
vergroot is, is groter dan een perceel dat slechts aan een kant
aan de gemene gronden grenst. De uitbreiding kan geleidelijk en
misschien tersluiks gebeurd zijn (bijvoorbeeld door er af en toe
een voor bij te ploegen). Het kan ook om formele uitgiften gaan
die niet geregistreerd zijn. In de Veghelse schepenprotocollen
vanaf 1529 staan de meeste uitgiften keurig geadministreerd,
maar oudere protocolleen ontbreken, terwijl we ook al eerder
kleine percelem uitgegeven zijn. Op 20 november 1379 kregen de
lieden van Veghel immers het privilege om percelen kleiner dan 1
lopens uit te geven zonder daarvoor toestemming te hoeven vragen,
en zonder dat daarvoor een cijns betaald hoefde te worden.
Dat deze verklaring niet te ver gezocht is, laat de Boschkamp
zien (deel Boschkamp,
perceel nrs. 16, 18 en 19). Ook dat was een in 1190-1314
uitgegeven kamp die aan alle kanten door de gemene gronden
omgeven was. Het oorspronkelijk uitgegeven perceel was 16 lopens
groot. In 1792 was dat goed 23 lopens.
Perceel nr. 22: een cijns aan de
hertog van Brabant
In 1651
werd een perceel verkocht van de gemene gronden verkocht,
perceel 22, deel c.
Vanaf een deling van 4-6-1722 rustte de betreffende cijns op
deel Doorn, perceel 8. Dit voorbeeld laat
zien dat een cijns soms al vrij snel na het ontstaan kan
verhuizen. Dat gebeurde niet zo vaak. Gemiddeld verhuisde
ongeveer 5 tot 10 % van een pakket cijnzen per eeuw.
Van een
aangrenzend perceel nemen we aan dat het in 1613-1651 van de
gemeint gekocht is, op basis van beschrijvingen van dit goed en
van belendende percelen.
Perceel nr. 28, 29 en 30: de Dorshoutse kapel
Eertijds stond ergens op perceel nrs. 28, 29 of 30 de
Dorshoutse kapel. De kapel
werd tussen 1520 en 1618 gebouwd, vermoedelijk niet lang voor
1618. Nadat de kapel in 1648 door de oevrheid werd
geconfisqueerd diende ze nog enige tijd als woning. later raakte
ze in verval.
Perceel 28 en 29 werden in 1794 uitgegeven
. De uitgifte van perceel nr. 30 is onder voorbehoud
geidentificeerd met een uitgifte uit 1655 aan de eigenaren van
perceel nr. 10.
De
aanleg van de haven en het havenkanaal
De aanleg van de haven en het havenkanaal in 1826 heeft alle
grondsporen naar de situatie voor de aanleg grondig uitgewist.
Ook de kadasterkaart van 1832 maakt ons niets wijzer naar de
situatie van voor de aanleg. Gelukkig bevindt zich in het
gemeentearchief van Veghel nog een ontwerpschets uit 1825.
waarvan hier een fragment. (De kaart is te bestellen op
www.bhic.nl)

De havenkom werd
uiteindelijk niet volgens deze schets (dunne bruine lijn)
aangelegd, maar werd wat verder naar rechts gegraven, zoals
blijkt uit onderstaande projectie op de kadasterkaart van 1832. Het met
een potlood getekende vierkant komt meer in de buurt.

Bij het
vaststellen van het traject heeft men niet voor de kortste route
gekozen. Uitgangspunten waren kennelijk: 1) de haven werd op het
knooppunt van wegen op het Hoogeinde gepland, 2) de kerktoren
diende als richtpunt, dus het havenkanaal volgt de lijn
kerktoren-Hoogeind, en verder 3) lijkt men zoveel mogelijk het
akkerland (perceel nrs. 16 en 17) ontzien te hebben en het
kanaal zoveel mogelijk door gemeentegrond gepland te hebben.
Overigens geven de dune bruine lijnen de breedte van het kanaal
aan. Voor de aanleg werd een bredere strook aangekocht.
In het
gemeente-archief van Veghel (hetzelfde inventarisnummer) bevindt
zich de volgende lijst van de op 13 mei 1826 aangekochte gronden
voor de aanleg van de haven en het havenkanaal.
|
Naam |
Type grond |
Oppervlakte
|
|
Laurens van Berkel (Veghel)
|
groesland en tuin
|
0,0051 Ha.
|
|
Hendricus Johannes van de Ven, clompmaker, en Catharina
van de Ven, spinster (Veghel)
|
groesland en tuin |
0,0804 Ha. |
|
Francis Hendrik van Eert, bouman (Veghel)
|
bouwland
pooterij
|
0,1493 Ha.
0,2004 Ha.
|
|
Johanna Govers, weduwe van Johannes Ketelaars, zonder
beroep (Veghel)
|
bouwland
weiland
pooterij |
0,1253 Ha.
0,1160 Ha.
0,1038 Ha.
|
|
Hendricus Roelof van Kilsdonk, landbouwer, Veghel
|
bouwland
pooterij
|
0,0978 Ha.
0,0163 Ha. |
|
Elisabeth van der Heijden, Maria van der Heijden en
Lambert van der Heijden, landbouwer (Veghel), mede
namens de minderjarigen Antonius, Catharina en Maria
van der Heijden, allen kinderen van Lambert van der
Heijden en Cornelia de Lorge
|
bouw- en weiland
heiland
|
0,1491 Ha.
0,0231 Ha.
|
|
Johannes van de Krommert, landbouwer (Veghel)
|
bouwland, weiland, tuin en erg, woonhuis, stal en schuur
|
0,3863 Ha.
|
|
Jacobus van Doorn, kuyper (Veghel)
|
tuin, erf, groesland, twee woonhuizen
|
0,2069 Ha.
|
|
Johannes Joost van der Zanden, winkelier (Veghel)
|
woonhuis en .., tuin en erf
|
0,0158
|
|
Michiel van der Aa, molenaar (Beek en Donk)
|
pooterij en erf |
0,0222
|
|