Ooievaarsnest - toponiemen

Naam:

 

Bele Camp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel, onder andere:

 

beelencamp, heijde bij 't Ven [GVEI3 (1792)]

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Afgeleid van voornaam Isabele ? (Toponymie van Sint-Huibrechts-Lille, Molemans).

Afgeleid van persoonsnaam Beien ?

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 29, 30

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een eigenaresse.

 

 

 

Naam:

 

Berkewal

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Een parceel teulland en groese gelegen opt ven genaamt den berkewal, groot ontr. 4 l.

[RAV112-315 (1801)];

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op 't Ven. Benoeming naar aarden wal, een al dan niet opgeworpen

verhoging begroeid met berken.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 27, 28

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Drije Huijse

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Huis hof op't Ven aen de drije huijse [RAV99-215v (1732)];

 

aan de buunders na de driehuizen [GVEII13 (1792)];

 

een perceel bouwland gelegen te Veghel aan de driehuizen [N (1844)]; B 291 (b: 21.30); de driehuis [N (1873)]; B 257, 264-270 (b: 82.30; hu: 07.50; tu: 08.00; og: 20.10).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Buurtschap liggende ten noord-oosten van het Ven in het gebied de Heiakker. Benoeming

naar de bebouwing.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 15, 17-22, 26-28

Opmerkingen:

 

Op driehuizen stonden eertijds drie huizen.

 

 

 

 

Naam:

 

Erfke

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Diminutief van erf.

Ligging:

 

Perceel nr. 8

Opmerkingen:

 

Verwijst naar het huis dat tussen 1751 en 1776 enige tijd op dit perceel gestaan heeft.

 

 

 

Naam:

 

aen de Heijde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Dat gelden Aert Glaeus kynder aan die heij [GVIE2 (1437)]

 

huis in loco dicto aen die heye den langen ecker in loco dicto henneberch [Hs- (1519-1538)]

 

aen den hertgang de hey [GVE12-1 (1778)]

 

landt over 't heyke, 't campke [GVE12-30 (1778)]

 

de heide [kad. (1832)]; D 361 (b: 10.50) (St.Oed.). de hei, de heide, het heike [N (1886, 1891, V.]; B 171 (he: 9.46.20), C 5, 6 (w: 59), 399 (he: 19.72.30), E 638-640 (w: 55.40; hu: 57.00; de: 1.70.00), 692 (he: 14.72.50), 694 (he: 15.61.40), 1532, 1533 (he: 3.45.20), F 465

(he: 20.63.51).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Hei, heide werd meestal gebruikt ter aanduiding van het tegenwoordige

Mariaheide, maar ook voor het heidegebied (vroeger van St.Oedenrode) zuidelijk van

Eerde, en evenals "heike" voor percelen ontgonnen heide. Anno 1832 kende Veghel nog

uitgestrekte onontgonnen heidegebieden: Hogerduinen, Beukelaarsbroek, het Reibroek

onder Zijtaart, het Dubbele tussen Eerde en Veghel, het Wuiten en het Vensbroekje nabij

Vorstenbosch en nog verscheidene kleinere gebieden. De Veghelse heiden zullen meestal

laaggelegen geweest zijn. Zoals elders in de Kempen, is heide de gangbare benaming

geworden ter aanduiding van de, meestal met heide begroeide, gemeentelijke gronden, die

zeer uitgestrekt waren. Andere namen ter aanduiding van deze gemene gronden zijn Aard

(zie Eerde), Gemeente en Vroente.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Achter elk gehucht lag destijds een uitgestrekte gemene vroente, aard of veld, die in Brabant meestal wordt aangeduid met ‘gemeynt’. Later werd ‘heide’ de gangbare benaming voor deze omvangrijke gemeenschappelijke velden, begroeid met droge heide [Erica] of met dop- of hommelheide, de natte of platte heide. De heidevelden hadden een economische betekenis voor de locale agrarische bedrijfsvoering. Ze dienden als weide­plaats voor koeien en schapen geleid door een door een buurtschap aangestelde herder of scheper. De ingezetenen mochten op de heide turf steken, plaggen maaien en leem uitgraven voor de huizenbouw. De talrijke vennen deden dienst als rootputten of als visvijver. Er werd honing gewonnen door het plaatsen van bijenkorven. Regelmatig werden stukken van de ge­meynt aan particulieren verkocht.

 

De heidevelden, de onontgonnen gemeenschappelijke grond, was begroeid met heidestruiken en andere lage vegetatie. In Brabant was het de naam voor de gronden met een typische flora en fauna: struikheide op de droge gronden, dopheide op de wat nattere heide­gronden samen met gagel, jeneverbes en brem. Na ontginning kon heide ook een perceel bouwland aanduiden dat door middel van een omheining van levend hout uit de zgn. ‘gemene heide’ werd geïsoleerd.

 

Enklaar 1941; de Bont 1993:93; Molemans 1976:338; Spierings 1984:31,32,225,226. ; Berkel & Samplonius 1989:106; Mennen 1992:53; Buiks 1990:­103; Helsen 1978:119.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 3, 6, 8, 13, 17, 25

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Hinteld

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Goederen gelegen in Veghel ter plaatse gezegd in die hinckelt [GZG-160 (1383)]

 

in loco dicto inden hinttelt [Hs- (± 1385)]

 

bij die hintelt [BP1188-346 (1414)]

 

aen die heye in die hyntelt [Hs- (1519-1538)]

 

hintelt, hey [Hs- (1600)]; het eerste euselvelt op de hintelt [RAV160-196v (1781)]

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggend noord-oostelijk van het Ven. Mogelijk is dit een afleiding van de stam

"hint'. Ekwall s. v. hints zegt: "Welsh hynt means road" (Dial. Kempenland, -163).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Vooralsnog onduidelijk, of er moet samenhang bestaan met ‘hinder’ = slecht, verdorven. Het zou dan een kwaliteitsaanduiding inhouden. De hindert zou dan ‘de slechte aard’, een slecht stuk woeste grond, zijn. Wat ‘hint’ betreft moeten we misschien denken aan een ‘plaatse’, zoals in de kern van Eersel waar het Hint een voormalige brink was die is uitgegroeid tot een ovaalachtig marktplein door verbreding van de uitvalsweg naar het zuiden. Langs die oude ‘plaatse’ lag een onregelmatige blokverkaveling en overheersten de agrarische bedrijven, terwijl langs het nieuwe pleingedeelte, de eigenlijke Markt, sprake is van een regelmatig opstrekkende verkaveling voor bedrijven die afhankelijk waren van handel en verkeer. Op de grens van beide pleinhelften staat sinds 1464 een kapel. Is Hintel dan misschien eem dimunitief­vorm ?

 

Helsen 1978:100; Molemans 1976:153; Mandos & Kakebeeke 1971: 363. 

 

Ligging:

 

Perceel nr. 1

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Hooge Heijde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Het campke, hoge heyde [Hs- (1662)]

 

uyt huijs en hoff gelegen aan de hooge heyde off brederse heyde [HH163-9 (1714-1783)]

 

de hooge heide [kad. (1832)]; B 303-350.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging onder Mariaheide aan de oostzijde van de Lage Heide. Benoeming naar de

ligging te opzichte van de Lage Heide.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 2

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Hossend

Vermeldingen door Cornelissen:

 

't Landt de hossent (zontvelt) [GVEI2-273 (1778)]

 

een parceel teullandt aen de heijde op't Ven gen't de Hossent, 4 loop. [RAVllO-233 (1792)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op het Zondveld onder Zijtaart en op het Ven. Mogelijk is dit toponiem

een samentrekking van horst-eind (zie horst, zie eind), of van honds-eind (vgl. ook

Zondveld-Soffelt) .

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 3, 6

Opmerkingen:

 

Op Zijtaart is Hossent een verbastering van Hofstad. Mogelijk was dat hier ook het geval.

 

 

 

 

Naam:

 

Jan Goorts Veldje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 8

Opmerkingen:

 

Gneoemd naar een eigenaar.

 

 

 

Naam:

 

Camp

Verklaring door Cornelissen:

 

In de enkelvoudsvorm is het een veel voorkomend toponiem voor het hele grondgebied van Veghel. Kamp, lat. campus, is oorspronkelijk een synoniem van veld in de betekenis van “open, onbebouwd veld”. Hier heeft kamp de secundaire betekenis van: een individueel uit het veld gewonnen en door een heg of een houtkant besloten perceel. (M. Top. Valk., -160)

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Kampnamen komen veelvuldig voor in het oostelijk deel van Brabant en vormen de tegenhanger van de Westbrabantse ‘heiningen’. Het woord is afgeleid van het lat. * campus en lijkt oorspronkelijk dezelfde betekenis gehad te hebben als ‘veld’, nl. de open, woeste, soms hoger gelegen vlakte en in een latere fase als aanduiding voor omheinde of afgesloten ruimte of een door tuinen of hagen omgeven perceel. Het Brabantse cultuurlandschap wordt omschreven als een typisch landschap van kampontginningen.

 

Volgens Vervloet zouden individuele kampontginningen zich op deze zandgronden in optima forma ontwikkeld hebben, omdat het systeem van de ‘gemeynten’ bestond, die aanvankelijk door de bewoners gemeenschappelijk werden gebruikt, maar waaraan men op gezette tijden percelen kon onttrekken door verkoop aan individuele ontginners.

 

Andere benamingen die hetzelfde begrip benaderen zijn look of gelookt, hof, goed en erf. Volgens Jansen gaat het vnl. om kleine akkertjes ontgonnen uit hei of bos, waaromheen een haag van de oorspronkelijke begroeiing is blijven staan. Dit type ontginning zou m.n. in West-Frankrijk op een uitgebreidere schaal voorkomen; daar spreekt men van ‘boccage’ en ook deze dankt die naam aan individuele ontginningen.

 

Hendrikx spreekt over een ontwikkeling, die zich ongeveer vanaf de 10de eeuw inzette, van oorspronkelijke eenmansvestigingen of los gegroepeerde boerderijenzwermen, bestaande uit boerderijen met huiskampen en veebochten waaromheen zich langrepelakkers en aangelagen bevonden. Deze werden omringd door bos, dat voor beweiding werd gebruikt. Door afsplitsing groeiden hier bepaalde gehuchtkernen uit. (Vervloet 1984:54; Claes 1987:67; de Vries 1962:90; v.Berkel & Samplonius 1989:94; Jansen 1978:242; Hendrikx)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 18, 19, 31-33

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Kerkpad

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Land in den bulek aan die kerepad [BP1188-382 (1444)]

 

de kerkpad, het kerkpad [N (1804, 1877), V.-]; B 783, 784 (w: 51.90), E 475-479 (b: 2.92.80; tu: 5.60; hu: 6.50)

 

kerkepad [V.-]; B 777-779, 781-784 (w: 1.46.00; he: 10040; bh: 18.90).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de ligging; een paadje dat naar de kerk leidde of percelen aan een dergelijk paadje gelegen. Ligging in de Bolken ter plaatse van de huidige Deken Snoecxstraat, tevens onbekende ligging onder Eerde; ook als benaming voor percelen in Huigenbos onder Mariaheide en in de Hostie onder Zijtaart. De kerkpad in de Bolken sloot aan op de oude voetpad naar Uden, die ook als kerkpad aangeduid werd en die westelijk van de tegenwoordige weg naar Uden door de landerijen liep. Restanten van deze kerkpad,

alias voetpad naar Uden, zijn nog aan te treffen. De percelen genaamd de Kerkpad in

Huigenbosch grensden aan dit pad.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 15

Opmerkingen:

 

Op de kadasterkaart staat een pad getekend aan de rechter of oostzijde van perceel nr. 13. Mogelijk was dat de eigenlijke Kerkpad, het pad waarover de bewoners van de huizen op perceel nrs. 13, 17 en 25 liepen als ze naar het centrum van Veghel gingen, om naar de kerk te gaan, of voor andere zaken.

 

 

 

 

Naam:

 

Coeweij, Coijkamp, Koekamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De koekamp-heyde aan 't Ven [GVIIE13 (1792)]

 

de koekamp op het Ven [N (1847)]; A 26-29 (w: 79.20).

 

Cornelissen signaleert de variant Coeweij alleen aan het Eerde.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar het gebruik als weide.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 10-12

Opmerkingen:

 

Dit perceel werd ook Weijcamp genoemd.

 

 

 

Naam:

 

Oijevaarsnest

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Huis, bakhuis etc. op 't Ven, genaamt den oijevaarsnest [RAV98-204v (1726)].

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 5

Opmerkingen:

 

Vermoedelijk werd deze naam door een van de eigenaren aan het huis gegeven, en is de naam later gebruikt om het huis met aangelegen land aan te duiden. De naam zal verwijzen naar een door mensen opgerichte paal met daarop een wiel waarop ooievaars hun nest bouwden.

 

 

 

 

Naam:

 

Ossencamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Item voer een hecken te doen hangen aen den Ossencamp [GVIE-1 (1515-1516)]

 

de ossencamp op watersteegt [Hs- (1534)]

 

een gedeelte of velt in osse camp [GVE12-9 (1778)]

 

de ossekampen op de watersteegd [N (1853)]; den ossenkamp [N (1854, 1862)]

 

A 82, 83 (b: 63.20; w: 67.30), 923-925 (w: 76.40); ossenkamp [V.-]; A 924-925 (w: 58.00)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in het gebied de Kampen nabij 't Ven, tevens in de Nieuwe kopen bij het

Dorshout. Mogelijk is het eerste lid ook de genitief van een te Veghel algemeen voorkomende persoonsnaam v. Os, vgl. Maria Elisabeth van Os, 1883 (Kl.Bev. V.).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 29-33

Opmerkingen:

 

Omdat in Veghel de kampen vaak naar personen genoemd zijn, zal deze veldnaam afgeleid zijn van een eigenaar.

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Schoor

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel.

Verklaring door Cornelissen:

 

Een frekwent voorkomende benaming voor kleine waterovergangen gewoonlijk een paar balken of planken - zijn schoor en vonder. Schoor is onder meer bekend in de betekenis van stut of steunbalk (Top. van Bocholt, -37).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 8

Opmerkingen:

 

Het betreft hier een schoor over de Beekgraaf.

 

 

 

 

Naam:

 

Smalle Campen

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 20

Opmerkingen:

 

Genoemd naar de vorm. Perceel nr. 20 is samengesteld uit twee naast elkaar gelegen smalle stroken land.

 

 

 

 

Naam:

 

Streep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert dit toponiem op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de vorm. Langwerpige percelen.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Een ‘streep’ is de gangbare benaming voor een langgerekte smalle akker of strook land. Het betreft een vormaanduiding. Meestal liggen percelen met deze naam in de dorpsakkers. In het oosten van Brabant bestond een deel van de oude dorpsakkers uit smalle percelen, door Kakebeeke aangeduid als ‘langrepelakkers’. Het element ‘streep / strijp’ zou ook voorkomen in laat ontgonnen beemden- en moerasgebieden. Turfvelden waren altijd in kleinere stroken verdeeld. In beemdgebieden was een groot aantal waterafvoerende sloten noodzakelijk, vandaar dat daar vaak smalle percelen voorkomen.

 

(Buiks 1990:193; Molemans 1976:1518; Moerman 1956:223; Kakebeeke 1975:36; v.Berkel & Samplonius 1989:174.)

 

Ligging:

 

Perceel nr. 16

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Vechelse Heij

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Wuytenvelt veghelse heide [RAV31-25v (1594)]

 

wuytenvelt veghelse heide [RAV159-45v

(1741)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Waarschijnlijk identiek met het heidegebied het Wuiten, waarin ook het wuitenveld

gelegen is. Benoeming naar de ligging.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 2, 3, 5

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

opt Ven

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Zijn twee cortte loopkens met een lang stuck in den d'avel(laer) de braeck genaemt aent 't

ven [GVE15-127 (1624)]

 

de dicke stukken op 't ven [RAV159-178v (1754)]

 

het ven [kad. (1832)]; B 620-679, 681-700, 702-704

 

het venneke [N (1838, 1854, 1871, 1876, 1880, 1883)]; B 685 (w: 25.70), 686 (w: 26.80), D 219 (b en w: 40.70), 220 (b en w: 45.70), 237-239 (b en w: 1.16.40), 304 (b: 37.80); het ven [kado (1832)]; B 641 (b: 35.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benaming voor een grote waterplas aan de oostzijde van de weg Veghel-Vorstenbosch.

Het omliggende gebied (het Ven) en een zandweggetje ter plaatse (zie Venssteegje); tevens verscheidene verspreid liggende percelen ('t venneke). "Ven" een ven is een natuurlijke waterplas in de heide (M. Top. Valk. -251). Ven(neke) als benaming voor waterplas ging dan gewoonlijk over op omliggende percelen (gebied); bij de percelen, 't venneke is steeds sprake van de aanwezigheid van een dergelijke (kleine) waterplas; vooral in de omgeving van de Aa waren deze vennetjes talrijk; ze zijn vrijwel zonder uitzondering verdwenen.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Een ven is een natuurplas in de heide die zeer geschikt was voor de klot- of turfwinning of moernering. De vennen konden tevens dienst doen als drinkplaats voor het vee dat op de heide gehoed werd of als vlasroot. Ook voor de aanleg van een schans of landweer zouden vennen ideaal geweest zijn, omdat men altijd in de omwallingen over water beschikte. Nadat een ven was drooggelegd, vgl. het dodeven, kon de naam overgaan op het omliggende land. Vennen werden eveneens regelmatig gebruikt als visvijvers. Buiks vermoedt dat veel vennen al vroeg ontgonnen zijn, speciaal die vennen waar geen oerbank onder zat. De Brabantse vennen vinden hun ontstaan door depressievorming in de jongste ijstijd, maar is geen gevolg van de landijsbedekking. Oorspronkelijk waren er meer vennen maar ten gevolge van ontwatering, die reeds in de middeleeuwen begon, zijn er veel drooggevallen en deels als cultuurgrond in gebruik genomen. De waterstand in de vennen zal in het algemeen dezelfde zijn als die van het grondwater in de omgeving. Als vlak onder de bodem van het ven een leemlaag voorkomt of als op de bodem van het ven een nagenoeg ondoorlatende humeuze laag of veenlaag ligt, zal de waterstand hoger zijn dan het grondwater in de omgeving. Men spreekt dan van een schijnspiegel. Vennen die veen bevatten werden door de plaatselijke bevolking verveend. De zandruggen rondom die oude vennen vormden een aantrekkelijke verblijfplaats voor de prehistorische bevolking.

 

Gijsseling 1954:106; Buiks 1984 dl.10:77; Bisschops 1973; vd Toorn 1967.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 2, 4-7, 13, 14, 17-24, 26-28

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

op de Watersteegt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Geerbuenders op watersteeg [Hs- (1542)]

 

het eusselvelt gelegen op de watersteegt [Hs(1697)]

 

een seeckere buender hoijvelts gelegen op de watersteegt [N (1711)]

 

de watersteeg [kad. (1832)]; B 951-1020 (w: 24.86.26; b: 1.99.50; og: 44.10)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggend aan de oostzijde van de weg naar Vorstenbosch, vanaf de voormalige

Hemelsteeg (nu fietsroute vanaf de populierlaan de wijk de Bunders in) tot aan het

vroegere Venssteegje (nu zandweg genaamd het Ven). Benoeming naar de lage ligging;

het gebied zal drassig geweest zijn. Tevens de oude benaming voor Populierlaan en de

Vorstenbossche weg (onder Vorstenbosch, gemeente Nistelrode, is de naam Watersteeg

nog in gebruik voor de weg van Vorstenbosch naar Veghel).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 8, 9, 17, 19, 21, 22, 26

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

 

Naam:

 

Weijcamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam in de Goordonk onder Mariaheide.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Kamp bestaande uit weiland.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 10-12

Opmerkingen:

 

Dit perceel werd ook Coeweij of Coijkamp genoemd.

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Ooievaarsnest