Op den Acker - toponiemen

 

Naam:

 

den Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Akker betekende oorspronkelijk het gemeenschappelijke (cfr. gemene akker) landbouwland bij een nederzetting. Jonger is akker in de betekenis van “een perceel bouwland (uit deze complexen)”, vrijwel altijd in de vorm “bepalend bestanddeel + akker”, waarbij het eerste lid wijst op bezit, ligging, vorm, teelt, enz.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

De oudste vermelding van ‘akker’ komt voor in het Fragmentum Bladiniense uit de 9e eeuw. Akker wordt geïnterpreteerd als: bouwland behorend bij de dorpsgemeenschap. Deze omschrijving slaat op de bekende dorpsakkers c.q. gehuchtakkers. Ook is gedacht aan de betekenis van ‘het omheinde veld’. Er wordt een verband verondersteld tussen frequentie van akkernamen en bevolkingsdichtheid in het oude Toxandrië. Volgens Molemans zouden akkernamen het meest voorkomen op de oevers van de Weerijs met de zijbeken en langs de Dommel. In de zuidelijke Belgische Kempen ontbreken ze, maar ze worden wel aangetroffen in Belgisch Limburg. Het dichtstbevolkte deel van Toxandrië zou het noordoostelijk deel van de provincie Antwerpen en het aansluitend Nederlands territorium omvat hebben.

 

In de Baronie schijnen dorpsakkers en daarmee ook nederzettingen frequent te liggen langs Weerijs en Mark. Akker, kouter en es dekken aanvankelijk hetzelfde begrip, nl. het gemeenschappelijk ingesloten bouwland van een bevolkingsgroep.

 

In het oosten van Nederland kunnen twee hoofdgroepen in de bebouwingswijze onderscheiden worden, nl.: grote aaneengesloten akkercomplexen en kleine met bomen en akkermaalshout omgeven stukken akkerland in de vorm van ‘kampen’. Binnen de dorpsakkers waren geen heggen of wallen. De scheiding tussen de percelen moest met ploegvoren, scheikeien of bomen worden aangegeven. In Belgische toponymische studies over het zuiden van het oude hertogdom Brabant wordt regelmatig gesteld dat rond het gebruik van de dorpsakkers in de zgn. dorpskeurboeken regels waren opgesteld.

Akker­namen komen in de cijnskring Helmond frequent voor, zowel met voor- als achtervoegsels, met persoons-, flora- en faunana­men [redactie].

 

(Helsen 1952:127; Lindemans 1940-1954 dl.3; Gijsseling 1978, Buiks 1990:47; Helsen & Helsen 1978; De Vries 1958; Molemans 1977; Slicher van Bath 1944:2; Buiks 1983 dl.2:28)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 6-9, 11

Opmerkingen:

 

Zie ook Driehuysen Acker en Heijsen Acker.

 

 

 

Naam:

 

aen die Bredelaersche Heyde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Kempkens in vuytcampen aen de hey, bredelaars hey [Hs- (1532)];

 

Vijt huijs en hoff gelegen aan de hooge heyde off brederse heyde genaemt [HH163-9

(1714-1783)] .

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging, waarschijnlijk nabij Bredelaar of identiek met Bredelaar bij de Hoge Heide. Ook afleiding van persoonsnaam Bredelaar lijkt mogelijk vgl. Woutger Henrik Wantgerss van Bredelaar, 1447.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 14

Opmerkingen:

 

Later ook de Veghelse Hei genoemd. Samengesteld uit “Brede-“ en “-laar”.

 

 

 

 

Naam:

 

Breetstuk

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Landt het breetstuck [GVE12-28 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging. Benoeming naar de vorm.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 14

Opmerkingen:

 

Stuk was een synoniem voor perceel.

 

 

 

 

Naam:

 

aen die Drie Huyse

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Huis hof op't Ven aen de drije huijse [RAV99-215v (1732)]

 

aan de buunders na de driehuizen [GVEII13 (1792)]

 

een perceel bouwland gelegen te Veghel aan de driehuizen [N (1844)]; B 291 (b: 21.30); de driehuis [N (1873)]; B 257, 264-270 (b: 82.30; hu: 07.50; tu: 08.00; og: 20.10).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Buurtschap liggende ten noord-oosten van het Ven in het gebied de Heiakker. Benoeming

naar de bebouwing.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 22

Opmerkingen:

 

Zie het stuk over de drie huizen van Driehuizen.

 

 

 

Naam:

 

Driehuizen Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Driehuysacker aan hey [RAVI59-74 (1744)]

 

den driehuizen akker [N (1841)]; B 282-284 (w: 1.6.60)

 

den driehuizenschen akker, op den heiakker [N (1871)]; B 290 (b: 37.50).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Liggende nabij de Driehuizen.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 7

Opmerkingen:

 

Zie ook Acker en heijse Acker

 

 

 

Naam:

 

op d’ Erpt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Jan Willem Peters op eerpt [HH147-12 (1621-1691)]

 

Hendrick Willems op derp [GVE224 (1702)]

 

groes onder Vorstenbosch op erpt [GVE12-139 (1777)]

 

derpt [kad. (1832)]; B 1, 12, 13, 14 (w: 1.05.90; b: 32.60; hu: 01.10)

 

een huisje gelegen te Veghel op d'erpt, ter plaatse genaemt de Hoogakkers [N. (1845)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in het grensgebied tussen Veghel en Nistelrode onder Vorstenbosch aan het Schuttersveld. De betekenis van dit toponiem is duister.

Verklaring door Beijers en Van Bussel

Derp, dorp: het centrale gedeelte van een nederzetting, de dorpskom, meestal het centrum rondom de parochiekerk of de plaats waar de bewoning het dichtst was.

 

Molemans 1976:274; Helsen 1978:40.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 13

Opmerkingen:

 

De verklaring van Beijers en Van Bussel: “Derp = Dorp” is ongeloofwaardig, omdat het Veghsele Derp een samenvoeging is van “De Erpt” en bovendien ver van een of andere dorpskom gelegen is. Het suffix (de uitgang) “-t” wijst op een collectief, zoals bijvoorbeeld nog in “geberg-te”.

 

Dr. M. Gysseling, De oudste toponiemie van de Kempen in: Brabant Heem (1950) 102-107, gaat in op de betekenis van de plaatsnaam Erp. De oudste vermelding luidt Erthepe. Het suffix “-pe” brengt hij in verband met het germaanse “-apó”, wat op water wijst. In “Erp” ziet hij het Germaanse “erthó-“, wat “aarde” betekent.

 

Het is goed mogelijk dat de Vegelse veldnaam Erpt dezelfde verklaring heeft, maar dan met het extra suffix “-t”. De Hoge Akker was al voor 1190 in particulier handen, het betreft een heel oud akkercomplex. Dit zal de “aarde” of het bouwland zijn, waarnaar de veldnaam De Erpt verwijst. Het water kan de Leijgraaf zijn, Deze beek stroomde ten oosten van de Hoge Akker.

 

 

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Heyde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Dat gelden Aert Claeus kynder aan die heij [GVIE2 (1437)]

 

huis in loco dicto aen die heye den langen ecker in loco dicto henneberch [Hs- (1519-1538)]

 

aen den hertgang de hey [GVE12-1 (1778)]

 

landt over 't heyke, 't campke [GVE12-30 (1778)]

 

de heide [kad. (1832)]; D 361 (b: 10.50) (St.Oed.). de hei, de heide, het heike [N (1886, 1891, V.]; B 171 (he: 9.46.20), C 5, 6 (w: 59), 399 (he: 19.72.30), E 638-640 (w: 55.40; hu: 57.00; de: 1.70.00), 692 (he: 14.72.50), 694 (he: 15.61.40), 1532, 1533 (he: 3.45.20), F 465

(he: 20.63.51).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Hei, heide werd meestal gebruikt ter aanduiding van het tegenwoordige Mariaheide, maar ook voor het heidegebied (vroeger van St.Oedenrode) zuidelijk van Eerde, en evenals "heike" voor percelen ontgonnen heide. Anno 1832 kende Veghel nog uitgestrekte onontgonnen heidegebieden: Hogerduinen, Beukelaarsbroek, het Reibroek onder Zijtaart, het Dubbele tussen Eerde en Veghel, het Wuiten en het Vensbroekje nabij Vorstenbosch en nog verscheidene kleinere gebieden. De Veghelse heiden zullen meestal laaggelegen geweest zijn. Zoals elders in de Kempen, is heide de gangbare benaming geworden ter aanduiding van de, meestal met heide begroeide, gemeentelijke gronden, die zeer uitgestrekt waren. Andere namen ter aanduiding van deze gemene gronden zijn Aard (zie Eerde), Gemeente en Vroente.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Achter elk gehucht lag destijds een uitgestrekte gemene vroente, aard of veld, die in Brabant meestal wordt aangeduid met ‘gemeynt’. Later werd ‘heide’ de gangbare benaming voor deze omvangrijke gemeenschappelijke velden, begroeid met droge heide [Erica] of met dop- of hommelheide, de natte of platte heide. De heidevelden hadden een economische betekenis voor de locale agrarische bedrijfsvoering. Ze dienden als weideplaats voor koeien en schapen geleid door een door een buurtschap aangestelde herder of scheper. De ingezetenen mochten op de heide turf steken, plaggen maaien en leem uitgraven voor de huizenbouw. De talrijke vennen deden dienst als rootputten of als visvijver. Er werd honing gewonnen door het plaatsen van bijenkorven. Regelmatig werden stukken van de gemeynt aan particulieren verkocht.

 

De heidevelden, de onontgonnen gemeenschappelijke grond, was begroeid met heidestruiken en andere lage vegetatie. In Brabant was het de naam voor de gronden met een typische flora en fauna: struikheide op de droge gronden, dopheide op de wat nattere heide­gronden samen met gagel, jeneverbes en brem. Na ontginning kon heide ook een perceel bouwland aanduiden dat door middel van een omheining van levend hout uit de zgn. ‘gemene heide’ werd geïsoleerd.

 

Enklaar 1941; de Bont 1993:93; Molemans 1976:338; Spierings 1984:31,32,225,226. ; Berkel & Samplonius 1989:106; Mennen 1992:53; Buiks 1990:­103; Helsen 1978:119.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 4-10, 12-14, 22

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

op den Heijsen Acker, Heyacker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De heyacker op sontvelt [Hs- (1530)]

 

een stuck landts den heyecker (onder Eerde) [GS)262 (1617)]

 

heyacker op seytaert [RAV157-101v (1694)]

 

heyakker in den berg [GO1754)]

 

de heiakker [kad. (1832)]; B 249-302

 

den heiakker, de heiakkers [N (1836, 1842, 1891, 1892], [V.-]; A 1 (b: 90.40), C 162 (b: 29.60), 179-182 (b: 90.60; og: 06.78), F 965-966 (b: 56.10).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied oostelijk van het Ven bij de buurtschap Driehuizen, en aan de oostgrens der

gemeente onder Mariaheide aan de zuidzijde van de weg naar Uden. Ook benaming voor

afzonderlijke percelen verspreid over de gemeente. Benoeming naar de ligging op of nabij

de heide; bouwland ontgonnen uit de heide.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 10

Opmerkingen:

 

Zie ook Acker en Driehuizen Acker. Hier is de akker genoemd naar de Veghelse uithoek Heyde.

 

 

 

 

Naam:

 

Hoeff

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Deze percelen zullen deel van een hoeve zijn geweest.

Ligging:

 

Perceel nr.16

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

neven, aen den Hogen Akker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Genaemt den hogen acker gelegen binnen de palen van Vechel op Crijtenborg [GO-126 (1603)]

 

de hooge akker, creijtenbergh [RV-36 (1614)]

 

landt op hoge acker aent beukelaer [GVE12-55 (1778)]

 

de hooge akker [kad. (1832)], B 118-164

 

den hogen akker [N (1834, 1885)], [V]. A 641 (b:2.92.1O), 665 (w: 69.80), 1124-1126 (b: 1.25.70; h: 59.70; og: 17.00), 1131, 1134-1138 (b: 3.24.40), D 90 (St.Oedenrode), (b, w: 33.60), 824-865 (b: 10.67.70; h: 3.36.60; de: 10.40; w: 1.82.40; hu: 23.20; tu: 6.20); 891 (b: 76.30), F66-157, oorspr. kadastraal gemeente Sint-Oedenrode D 151.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 3, 4

Opmerkingen:

 

Hooggelegen akker. Dit toponiem komt op meerdere plaatsen in Veghel voor.

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Hooge Heij

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Het campke, hoge heyde [Hs- (1662)]

 

uyt huijs en hoff gelegen aan de hooge heyde off brederse heyde [HH163-9 (1714-1783)]

 

de hooge heide [kad. (1832)]; B 303-350.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging onder Mariaheide aan de oostzijde van de Lage Heide. Benoeming naar de

ligging te opzichte van de Lage Heide.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 14, 16, 22, 26

Opmerkingen:

 

Voor een bespreking van de ligging van de Hoge en Lage Heide, klik hier.

 

 

 

Naam:

 

aen de Lage Heijde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Leege hey [Hs- (1664)]

 

de leegh hey bestaet in 23 huyssen ende begint in den buender genaemt den junger aen muylengraeff is toegemeten yder 4 roeden [GVIIB28 (± 1700)]

 

van eenen acker aen de leeg heyde [HH163-4 (1714-1783)]

 

lege hei [Mh- (1954)]

 

de lage heide [kad. (1832)]; B 351-393; [N (1843)]; B 409-415 (hu: 09.10; mo: 03.42; w:

89.60; b: 1.64.30).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied onder Mariaheide aan de noordzijde van de weg naar Uden, ongeveer vanaf de kerk oostwaarts tot aan de Beekgraaf vlakbij het gedenkteken. Benoeming naar de ligging. Ten oosten van dit gebied begint het niveau van de bodem te stijgen. (Uden ligt aanmerkelijk hoger dan Veghel)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 19, 24, 26

Opmerkingen:

 

Voor een bespreking van de ligging van de Hoge en Lage Heide, klik hier.

 

 

 

Naam:

 

Nieuwencamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze waternaam op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar het (recente) tijdstip van ontginning of ingebruikname.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 5

Opmerkingen:

 

Dit perceel is in 1791 van de gemene gronden gekocht.

 

 

 

Naam:

 

Oude Huysplaets

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Een stuck landts d'oude huysplaets (onder Eerde) [GSO-262 (1617)]

 

landt aent Beukelaer de oude huisplaets [GVEI2-156 (1778)]

 

de oude huisplaats [N (1838)]; B 294 (b: 40.70).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 12

Opmerkingen:

 

Op dit perceel stond eertijds een huis.

 

 

 

 

Naam:

 

Smitscamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Smitscamp [GVE15-231 (1624)]

 

smitsecamp valstraat [RAV159-42 (1741)]

 

3 karren hoy in de abroeken smits camp [GVE12-179 (1778)]

 

smitskamp aan de willebrordushoek [N (1877)]; F 847 (b: 1.08.70); smidse kamp [V.-]; F 892 (b: 26.30).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging.

Ligging:

 

Deel van perceel nr. 10

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een voormalige eigenaar.

 

 

 

 

Naam:

 

Streep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert dit toponiem op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de vorm. Langwerpige percelen.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Een ‘streep’ is de gangbare benaming voor een langgerekte smalle akker of strook land. Het betreft een vormaanduiding. Meestal liggen percelen met deze naam in de dorpsakkers. In het oosten van Brabant bestond een deel van de oude dorpsakkers uit smalle percelen, door Kakebeeke aangeduid als ‘langrepelakkers’. Het element ‘streep / strijp’ zou ook voorkomen in laat ontgonnen beemden- en moerasgebieden. Turfvelden waren altijd in kleinere stroken verdeeld. In beemdgebieden was een groot aantal waterafvoerende sloten noodzakelijk, vandaar dat daar vaak smalle percelen voorkomen.

 

(Buiks 1990:193; Molemans 1976:1518; Moerman 1956:223; Kakebeeke 1975:36; v.Berkel & Samplonius 1989:174.)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 17, 18

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Veghelse Heij

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Wuytenvelt veghelse heide [RAV31-25v (1594)]

 

wuytenvelt veghelse heide [RAV159-45v (1741)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Waarschijnlijk identiek met het heidegebied het Wuiten, waarin ook het wuitenveld gelegen is. Benoeming naar de ligging.

Ligging:

 

Perceel nr. 12

Opmerkingen:

 

In de vijftiende eeuw de Bredelaerssche Heye genoemd.

 

 

 

 

Naam:

 

op het Ven

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Zijn twee cortte loopkens met een lang stuck in den d'avel(laer) de braeck genaemt aent 't

ven [GVE15-127 (1624)]

 

de dicke stukken op 't ven [RAV159-178v (1754)]

 

het ven [kad. (1832)]; B 620-679, 681-700, 702-704

 

het venneke [N (1838, 1854, 1871, 1876, 1880, 1883)]; B 685 (w: 25.70), 686 (w: 26.80), D 219 (b en w: 40.70), 220 (b en w: 45.70), 237-239 (b en w: 1.16.40), 304 (b: 37.80); het ven [kado (1832)]; B 641 (b: 35.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benaming voor een grote waterplas aan de oostzijde van de weg Veghel-Vorstenbosch.

Het omliggende gebied (het Ven) en een zandweggetje ter plaatse (zie Venssteegje); tevens verscheidene verspreid liggende percelen ('t venneke). "Ven" een ven is een natuurlijke waterplas in de heide (M. Top. Valk. -251). Ven(neke) als benaming voor waterplas ging dan gewoonlijk over op omliggende percelen (gebied); bij de percelen, 't venneke is steeds sprake van de aanwezigheid van een dergelijke (kleine) waterplas; vooral in de omgeving van de Aa waren deze vennetjes talrijk; ze zijn vrijwel zonder uitzondering verdwenen.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Een ven is een natuurplas in de heide die zeer geschikt was voor de klot- of turfwinning of moernering. De vennen konden tevens dienst doen als drinkplaats voor het vee dat op de heide gehoed werd of als vlasroot. Ook voor de aanleg van een schans of landweer zouden vennen ideaal geweest zijn, omdat men altijd in de omwallingen over water beschikte. Nadat een ven was drooggelegd, vgl. het dodeven, kon de naam overgaan op het omliggende land. Vennen werden eveneens regelmatig gebruikt als visvijvers. Buiks vermoedt dat veel vennen al vroeg ontgonnen zijn, speciaal die vennen waar geen oerbank onder zat. De Brabantse vennen vinden hun ontstaan door depressievorming in de jongste ijstijd, maar is geen gevolg van de landijsbedekking. Oorspronkelijk waren er meer vennen maar ten gevolge van ontwatering, die reeds in de middeleeuwen begon, zijn er veel drooggevallen en deels als cultuurgrond in gebruik genomen. De waterstand in de vennen zal in het algemeen dezelfde zijn als die van het grondwater in de omgeving. Als vlak onder de bodem van het ven een leemlaag voorkomt of als op de bodem van het ven een nagenoeg ondoor­latende humeuze laag of veenlaag ligt, zal de waterstand hoger zijn dan het grondwater in de omge­ving. Men spreekt dan van een schijnspiegel. Vennen die veen bevatten werden door de plaatselijke bevolking verveend. De zandruggen rondom die oude vennen vormden een aantrekkelijke verblijfplaats voor de prehistorische bevolking.

 

Gijsseling 1954:106; Buiks 1984 dl.10:77; Bisschops 1973; vd Toorn 1967.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 4, 5, 15

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Voorsten Camp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel

Verklaring door Cornelissen:

 

Voorste: Benoeming naar de ligging.

 

Kamp, lat. campus, is oorspronkelijk een synoniem van veld in de betekenis van "open, onbebouwd veld". Hier heeft kamp de secundaire betekenis van: een individueel uit het veld gewonnen en door een heg of een houtkant besloten perceel (M. Top. Valk., -160).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Kamp-namen komen veelvuldig voor in het oostelijk deel van Brabant en vormen de tegenhanger van de Westbrabantse ‘heiningen’. Het woord is afgeleid van het lat. * campus en lijkt oorspronkelijk dezelfde betekenis gehad te hebben als ‘veld’, nl. de open, woeste, soms hoger gelegen vlakte en in een latere fase als aanduiding voor omheinde of afgesloten ruimte of een door tuinen of hagen omgeven perceel. Het Brabantse cultuurlandschap wordt omschreven als een typisch landschap van kampontginningen.

 

Volgens Vervloet zouden individuele kampontginningen zich op deze zandgronden in optima forma ontwikkeld hebben, omdat het systeem van de ‘gemeynten’ bestond, die aanvankelijk door de bewoners gemeenschappelijk werden gebruikt, maar waaraan men op gezette tijden percelen kon onttrekken door verkoop aan individuele ontginners. Andere benamingen die hetzelfde begrip benaderen zijn look of gelookt, hof, goed en erf. Ze worden veelal vermeld in combinatie met een persoonsnaam of familienaam . Volgens Jansen gaat het vnl. om kleine akkertjes ontgonnen uit hei of bos, waaromheen een haag van de oorspronkelijke begroeiing is blijven staan. Dit type ontginning zou m.n. in West-Frankrijk op een uitgebreidere schaal voorkomen; daar spreekt men van ‘boccage’ en ook deze dankt die naam aan individuele ontginningen. Hendrikx spreekt over een ontwikkeling, die zich ongeveer vanaf de 10de eeuw inzette, van oorspronkelijke eenmansvestigingen of los gegroepeerde boerderijenzwermen, bestaande uit boerderijen met huiskampen en veebochten waaromheen zich langrepelakkers en aangelagen bevonden. Deze werden omringd door bos, dat voor beweiding werd gebruikt. Door afsplitsing groeiden hier bepaalde gehuchtkernen uit.

 

Vervloet 1984:54; Claes 1987:67; de Vries 1962:90; v.Berkel & Samplonius 1989:94; Jansen 1978:242; Hendrikx 1989:56.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 20

Opmerkingen:

 

-

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Op den Acker