Udense Dijk - toponiemen

Naam:

 

Ackerken

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Akker betekende oorspronkelijk het gemeenschappelijke (cfr. gemene akker) landbouwland bij een nederzetting. Jonger is akker in de betekenis van “een perceel bouwland (uit deze complexen)”, vrijwel altijd in de vorm “bepalend bestanddeel + akker”, waarbij het eerste lid wijst op bezit, ligging, vorm, teelt, enz.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

De oudste vermelding van ‘akker’ komt voor in het Fragmentum Bladiniense uit de 9e eeuw. Akker wordt geïnterpreteerd als: bouwland behorend bij de dorpsgemeenschap. Deze omschrijving slaat op de bekende dorpsakkers c.q. gehuchtakkers. Ook is gedacht aan de betekenis van ‘het omheinde veld’. Er wordt een verband verondersteld tussen frequentie van akkernamen en bevolkingsdichtheid in het oude Toxandrië. Volgens Molemans zouden akkernamen het meest voorkomen op de oevers van de Weerijs met de zijbeken en langs de Dommel. In de zuidelijke Belgische Kempen ontbreken ze, maar ze worden wel aangetroffen in Belgisch Limburg. Het dichtstbevolkte deel van Toxandrië zou het noordoostelijk deel van de provincie Antwerpen en het aansluitend Nederlands territorium omvat hebben.

 

In de Baronie schijnen dorpsakkers en daarmee ook nederzettingen frequent te liggen langs Weerijs en Mark. Akker, kouter en es dekken aanvankelijk hetzelfde begrip, nl. het gemeenschappelijk ingesloten bouwland van een bevolkingsgroep.

 

In het oosten van Nederland kunnen twee hoofdgroepen in de bebouwingswijze onderscheiden worden, nl.: grote aaneengesloten akkercomplexen en kleine met bomen en akkermaalshout omgeven stukken akkerland in de vorm van ‘kampen’. Binnen de dorpsakkers waren geen heggen of wallen. De scheiding tussen de percelen moest met ploegvoren, scheikeien of bomen worden aangegeven. In Belgische toponymische studies over het zuiden van het oude hertogdom Brabant wordt regelmatig gesteld dat rond het gebruik van de dorpsakkers in de zgn. dorpskeurboeken regels waren opgesteld.

Akker­namen komen in de cijnskring Helmond frequent voor, zowel met voor- als achtervoegsels, met persoons-, flora- en faunana­men [redactie].

 

(Helsen 1952:127; Lindemans 1940-1954 dl.3; Gijsseling 1978, Buiks 1990:47; Helsen & Helsen 1978; De Vries 1958; Molemans 1977; Slicher van Bath 1944:2; Buiks 1983 dl.2:28)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 26, 33

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Dijkstreep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 24

Opmerkingen:

 

Een Streep is een langwerpig smal perceel. Dit perceel grensde met de korte zuidkant aan een dijk of weg.

 

 

 

 

Naam:

 

Geer

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Die kolestrepe met een drieske daarbij die gheer [BPl185-308v (1406)]

 

lant den gheer in die hese [Hs- (1519-1538)]

 

vier stucken in de hese neffen de gheer [GVE15- 93 (1624)]

 

eeusel in lange buenders off geere [GVE12-4 (1778)]

 

de geer, beukelaars steeg [GVIIE13 (1791)]

 

een perceel land en groese geleegen als voor genaamd de geer (krijtenburg) [N. (1818)]

 

de geer op het Middegaal [N. (1884)]; A 668, 673 (b, w: 43.50)

 

de geer, paadje naar Erpseweg, vanaf splitsing Hezelaarstraat, Zeven Eikenlaan [V. -] .

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de vorm. Verspreide ligging. De primaire betekenis van geer is speer en

overdrachtelijk een puntig toelopend stuk (Verwijs en Verdam II -1497; Schönfeld 1950112;

Bach 1953-263; Dittmayer 1963-87; M. Top. Bach -169).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel

 

Geer behoort tot het levende taalbezit en is een vormaanduiding. Het is een driehoekig stuk land of althans een stuk land waarvan twee overstaande zijden niet evenwijdig lopen. Als die zijden bovendien nog krom waren werd later gesproken van een Amerikaanse of Vlaamse geer. Een modern equivalent is ‘spie’ of ‘tip’, een puntig toelopend stuk land. In de Baronie treft men complexnamen aan met ‘geer’. De geernamen voor afzonderlijke percelen hebben nagenoeg allemaal betrekking op akkers. Bij weilanden en beemden was volgens Buiks de vorm immers van veel minder belang dan bij de akkers.

 

Buiks 1990:93; Moerman 1956:70; de Vries 1962:62; v.Berkel & Samplonius 1989:63

 

Ligging:

 

Perceel nr.8

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Groot Eeusel

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De veldnaam “Eeussels” kwam in Veghel op verschillende plaatsen voor.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Eeusel, afgeleid van eeuwen “voeren” is gangbare Kempische benaming voor weiland meestal van minderwaardige kwaliteit (M. Top. St. Huibr.Lille, -133).

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Eeuwsel wordt verklaard als een droge zomerwei­de, veelal in particulier bezit en omheind, een schrale weide of een weide in de bossen. Dit toponiem komt in het zuiden van de Baronie geregeld voor, maar in het oostelijk gedeelte van Brabant is het al even frequent [redactie].

 

Te Overpelt was een ‘eusel’ een kunstmatige weide i.c. ontgonnen heide of woeste grond met buntgrassoorten begroeid en in gebruik als veeweide, primair voor schaapskudden. Volgens Lindemans zijn de eeuwsels in de Belgische Kempen het eerste stadium bij de ontginning van heide tot cultuurland. Het is niet precies te achterhalen tot wanneer de eeuwsels als veeweiden hebben dienst gedaan, maar zeker niet langer dan de 16de eeuw.

Dat de eeuwsels goede hooilanden waren is onwaarschijnlijk vanwege de bodemgesteldheid, nl. matig natte zandgronden. Veel eeuwsels zijn thans als weiland in gebruik omdat de grond voor hooiland niet vochtig genoeg is en voor bouwland te nat.

 

(Lindemans 1946:2; Pijnenburg 1976:1; Buiks 1984 dl.9:32; Mennen 1992:217; Buiks & Leenders 1993 dl.4:383; Molemans 1976:314; Lindemans 1952; Helsen 1978:116.)

 

Ligging:

 

Perceel nr. 22

Opmerkingen:

 

Het Groot en Klein Eeusel lagen bij elkaar en waren in de 18de eeuw in één hand. Het Klein Eeussel was Heiakker, nr. 26.

 

 

 

 

Naam:

 

Half Landt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 2

Opmerkingen:

 

De helft van een groter perceel.

 

 

 

 

Naam:

 

in Hennenberg

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Ad locum dictum Hennenberch [Hs- (1380-1385)[

 

huis in loco dicto aen die heye, den langen ecker in loco dicto hennenberch [Hs- 91519-1538)]

 

den heyecker in den hennebergh [GVE12-129 91624)]

 

lant in henneberch aen de hey [GVE12-197 (1777)]

 

een perceel bouwland genaamd den hennenberg gelegen te Veghel aen den Udenschendijk [N (1843)]; C 89 (b: 42.70)

 

de hennenberg [N (1862), V,-]; C 81, 82 (b: 48.00; og: 07.10), 85 (b: 1,72.20)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in het gebied genaamd “Aan de Udense Dijk” onder Mariaheide, ongeveer tegenover de kerk. Het meest voor de hand liggend lijkt de verklaring van een hoog gelegen land met hennen. Misschien is het eerste deel van een vervorming van heinde- (heinde en ver)? Het verband dat Hooghbergen suggereert met :heinde” wordt ondersteund door het toponiem Verrenberg, dat ook ongeveer op dit gebied betrekking zou kunnen hebben.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 28. 30-33

Opmerkingen:

 

Het 'berg' wijst op een hoger gelegen gebied. Volgens de hoogtekaart was het hoogste punt van de Hennenberg ruim 1 meter hoger dan de omgeving.

De verklaring met hennen- lijkt me onwaarschijnlijk. Dat zou betekenen dat het perceel genoemd zou zijn naar kippen of een daar aan verwante of erop lijkende vogel die zich daar dan vaak zou moeten bevinden.

 

De verklaring met heinde- is geloofwaardiger. Niet uitgesloten mag worden dat er een persoonsnaam schuil gaat achter deze veldnaam: Hendrik, of Hein. Beijers en Van Bussel vermelden in Schijndel de veldnaam Hennen Tekenshoeve (1370).

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Heyde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Dat gelden Aert Claeus kynder aan die heij [GVIE2 (1437)]

 

huis in loco dicto aen die heye den langen ecker in loco dicto henneberch [Hs- (1519-1538)]

 

aen den hertgang de hey [GVE12-1 (1778)]

 

landt over 't heyke, 't campke [GVE12-30 (1778)]

 

de heide [kad. (1832)]; D 361 (b: 10.50) (St.Oed.). de hei, de heide, het heike [N (1886, 1891, V.]; B 171 (he: 9.46.20), C 5, 6 (w: 59), 399 (he: 19.72.30), E 638-640 (w: 55.40; hu: 57.00; de: 1.70.00), 692 (he: 14.72.50), 694 (he: 15.61.40), 1532, 1533 (he: 3.45.20), F 465

(he: 20.63.51).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Hei, heide werd meestal gebruikt ter aanduiding van het tegenwoordige Mariaheide, maar ook voor het heidegebied (vroeger van St.Oedenrode) zuidelijk van Eerde, en evenals "heike" voor percelen ontgonnen heide. Anno 1832 kende Veghel nog uitgestrekte onontgonnen heidegebieden: Hogerduinen, Beukelaarsbroek, het Reibroek onder Zijtaart, het Dubbele tussen Eerde en Veghel, het Wuiten en het Vensbroekje nabij Vorstenbosch en nog verscheidene kleinere gebieden. De Veghelse heiden zullen meestal laaggelegen geweest zijn. Zoals elders in de Kempen, is heide de gangbare benaming geworden ter aanduiding van de, meestal met heide begroeide, gemeentelijke gronden, die zeer uitgestrekt waren. Andere namen ter aanduiding van deze gemene gronden zijn Aard (zie Eerde), Gemeente en Vroente.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Achter elk gehucht lag destijds een uitgestrekte gemene vroente, aard of veld, die in Brabant meestal wordt aangeduid met ‘gemeynt’. Later werd ‘heide’ de gangbare benaming voor deze omvangrijke gemeenschappelijke velden, begroeid met droge heide [Erica] of met dop- of hommelheide, de natte of platte heide. De heidevelden hadden een economische betekenis voor de locale agrarische bedrijfsvoering. Ze dienden als weideplaats voor koeien en schapen geleid door een door een buurtschap aangestelde herder of scheper. De ingezetenen mochten op de heide turf steken, plaggen maaien en leem uitgraven voor de huizenbouw. De talrijke vennen deden dienst als rootputten of als visvijver. Er werd honing gewonnen door het plaatsen van bijenkorven. Regelmatig werden stukken van de gemeynt aan particulieren verkocht.

 

De heidevelden, de onontgonnen gemeenschappelijke grond, was begroeid met heidestruiken en andere lage vegetatie. In Brabant was het de naam voor de gronden met een typische flora en fauna: struikheide op de droge gronden, dopheide op de wat nattere heide­gronden samen met gagel, jeneverbes en brem. Na ontginning kon heide ook een perceel bouwland aanduiden dat door middel van een omheining van levend hout uit de zgn. ‘gemene heide’ werd geïsoleerd.

 

Enklaar 1941; de Bont 1993:93; Molemans 1976:338; Spierings 1984:31,32,225,226. ; Berkel & Samplonius 1989:106; Mennen 1992:53; Buiks 1990:­103; Helsen 1978:119.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 4, 6, 9, 11, 12, 24, 25, 27-34

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

den Heijacker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De heyacker op sontvelt [Hs- (1530)]; een stuck landts den heyecker (onder Eerde) [GS)262 (1617)]

 

heyacker op seytaert [RAV157-101v (1694)]

 

heyakker in den berg [GO(1754)]

 

de heiakker [kado (1832)]; B 249-302

 

den heiakker, de heiakkers [N (1836, 1842, 1891, 1892], [V.-]; A 1 (b: 90.40), C 162 (b: 29.60), 179-182 (b: 90.60; og: 06.78), F 965-966 (b: 56.10).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied oostelijk van het Ven bij de buurtschap Driehuizen, en aan de oostgrens der

gemeente onder Mariaheide aan de zuidzijde van de weg naar Uden. Ook benaming voor

afzonderlijke percelen verspreid over de gemeente. Benoeming naar de ligging op of nabij

de heide; bouwland ontgonnen uit de heide.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 24, 24, 27, 34. Percelen nrs. 26-33 heetten het Ackerken, en vermoedelijk ook Heijacker. Waarschijnlijk ook nr. 28

 

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Hoogh Heyde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Het campke, hoge heyde [Hs- (1662)]

 

uyt huijs en hoff gelegen aan de hooge heyde off brederse heyde [HH163-9 (1714-1783)]

 

de hooge heide [kad. (1832)]; B 303-350.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging onder Mariaheide aan de oostzijde van de Lage Heide. Benoeming naar de ligging te opzichte van de Lage Heide.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 4, 5, 26

Opmerkingen:

 

Voor een bespreking van de ligging van de Hoge en Lage Heide, klik hier.

 

 

 

Naam:

 

Cort Stukje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De corte stucken [GVE12-13 (1778)]

 

de korte stukken [N (1842, 1861, 1862, 1871, 1875, 1880), V.-]; B 17 (b: 26.40), C 160 (b: 42.70), D 756 (b: 86.00), E 1300 (b: 82.80), 1301 (b: 39.50), F 955 (b: 45.80), 1122 (b: 84.70).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Benoeming naar de vorm.

 

Ligging:

 

Deel van percelen nrs. 15 en 16

Opmerkingen:

 

Stuk is een synoniem voor perceel.

 

 

 

Naam:

 

aen de Leeg Hey

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Leege hey [Hs- (1664)]

 

de leegh hey bestaet in 23 huyssen ende begint in den buender genaemt den junger aen muylengraeff is toegemeten yder 4 roeden [GVIIB28 (± 1700)]

 

van eenen acker aen de leeg heyde [HH163-4 (1714-1783)]

 

lege hei [Mh- (1954)]

 

de lage heide [kad. (1832)]; B 351-393; [N (1843)]; B 409-415 (hu: 09.10; mo: 03.42; w:

89.60; b: 1.64.30).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied onder Mariaheide aan de noordzijde van de weg naar Uden, ongeveer vanaf de kerk oostwaarts tot aan de Beekgraaf vlakbij het gedenkteken. Benoeming naar de ligging. Ten oosten van dit gebied begint het niveau van de bodem te stijgen. (Uden ligt aanmerkelijk hoger dan Veghel)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-4, 8, 25

Opmerkingen:

 

Voor een bespreking van de ligging van de Hoge en Lage Heide, klik hier.

 

 

 

Naam:

 

Middelste Streep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert dit toponiem op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de vorm. Langwerpige percelen.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Een ‘streep’ is de gangbare benaming voor een langgerekte smalle akker of strook land. Het betreft een vormaanduiding. Meestal liggen percelen met deze naam in de dorpsakkers. In het oosten van Brabant bestond een deel van de oude dorpsakkers uit smalle percelen, door Kakebeeke aangeduid als ‘langrepelakkers’. Het element ‘streep / strijp’ zou ook voorkomen in laat ontgonnen beemden- en moerasgebieden. Turfvelden waren altijd in kleinere stroken verdeeld. In beemdgebieden was een groot aantal waterafvoerende sloten noodzakelijk, vandaar dat daar vaak smalle percelen voorkomen.

 

(Buiks 1990:193; Molemans 1976:1518; Moerman 1956:223; Kakebeeke 1975:36; v.Berkel & Samplonius 1989:174.)

 

Ligging:

 

Deel van percelen nrs. 15 en 16

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Nieuwencamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze waternaam op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar het (recente) tijdstip van ontginning of ingebruikname.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 32 en 34

Opmerkingen:

 

Deze pervelen zijn in 1650 van dfe gemene gronden gekocht.

 

 

 

 

Naam:

 

Nieuwland

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnamen op meerdere plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Genoemd naar recente ontginning.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 25

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Nijveld

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnamen op meerdere plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Genoemd naar recente ontginning.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 35 en 36

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen de School, Schoolhuijs

Vermeldingen door Cornelissen:

 

 

Verklaring door Cornelissen:

 

 

Ligging:

 

Perceel nr. 4a

Opmerkingen:

 

Verwijst naar de kapel die na 1648 over de grens met Uden gebouwd werd. In deze kapel werd ook eenige tijd school gehouden.

 

 

 

 

Naam:

 

Striem

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Landt opden hogenacker de striem [GVEI2-32v (1778)]

 

een perceel teulland genaamd de striem [N (1822)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging in de Hoge Akker onder Eerde. Wellicht benoeming naar een persoonsnaam vgl. Comelia van Striem (Kl.Bev. V.).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 14

Opmerkingen:

 

Deze veldnaam komt onder andere voor in de Hoge Akker onder Mariaheide en niet in de Hoge Akker onder Eerde. Striem is niet afgeleid van een persoonsnaam, maar een synoniem voor Streep: een smal en langgerekt perceel. De percelen die Striem genoemd werden, waren over het algemeen kleiner en smaller dan de percelen die Streep genoemd werden.

 

 

 

 

Naam:

 

Triangel

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Heijvelt liggende triangels gewijse teijnden haar lant agter haar erve op middegaal [RAV98-243v (1727)]; nog landt den triangel [GVEI2-100v (1778)]

 

tegenover haar landt genaemt de doelen en treangel [GVIIB26 (1791)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging bij de doelen (zie doelen) wellicht in de Hoogeinden. Benoeming naar

de driehoeksvorm een "triangel"; grenzend aan de Doelen op de Hoogeinden ligt inderdaad een driehoekig perceel.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 7

Opmerkingen:

 

Er lag ook een “Triangel” op de Heyde.

 

 

 

 

Naam:

 

Udensche Dijk

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Udense dyk [GVEIIE13 (1792)]

 

aan den udensche dijk [kad. (1832)]; C 1-92

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Dit is de oude benoeming voor de weg naar Uden, tevens gebruikt voor een gebied aan de zuidzijde van de weg onder Mariaheide, vanaf de Goordonksedijk tot het gebied genaamd de Heiakker, “aan de Udense dijk”. Benoeming naar ligging.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 4 en 6 grensden aan de Udensche Dijk

Opmerkingen:

 

Een dijk is een gebruikelijke aanduiding voor een weg door een nat gebied. Men groef twee sloten en hoogde de nieuwe weg of dijk daarmee op. De naam betekent “weg naar Uden”.

 

 

 

 

Naam:

 

aan de Veghelse Heijde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Wuytenvelt veghelse heide [RAV31-25v (1594)]

 

wuytenvelt veghelse heide [RAV159-45v (1741)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Waarschijnlijk identiek met het heidegebied het Wuiten, waarin ook het wuitenveld gelegen is. Benoeming naar de ligging.

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-4

Opmerkingen:

 

 

De naam “Vechelse Heij” is voor een groter gebied in gebruik geweest dan aleen het Wuitenveld.

 

 

 

 

Naam:

 

Veghels Land

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 2, 3, 5, 12, 15-20. Waarschijnlijk ook 4, 10, 13, 14

Opmerkingen:

 

Percelen gelegen te Veghel.

 

 

 

 

Naam:

 

Voorste Stucken

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de ligging.

Ligging:

 

Deel van percelen nrs. 15 en 16

Opmerkingen:

 

Stuk is een synoniem voor perceel.

 

 

 

 

 

Naam:

 

Voort

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel, maar niet in Mariaheide.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Mnl. voort, vort, voirt "ondiepe doorwaadbare plaats; plaats waar men door een water kan gaan" (Top. v. Valk. -258).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

De oorspronkelijke betekenis van het mnl. vort, voirt is doorwaadbare plaats in een beek. Was zo’n overgang gemaakt van stenen, dan sprak men van een Steenvoort. Helsen wijst erop dat voorde-namen vaak grenstoponiemen inhouden. De Overpeltse voorde-namen zouden dit bevestigen. Waar waterlopen de grens tussen gemeenten vormden werd blijkbaar een doorwaadbare plaats gezocht om het onderling verkeer te bevorderen. Het woord zelf zou een afleiding zijn van het germ. * furdu. Verborgen voorde-namen treft men aan in Stevert > Steenvoort,  Bemmert > Bemvoort,  Koevert > Koevoort,  Loksert > Laaksvoort,  Sliffert > Slibvoort.

 

Buiks 1990:190; Bach 1953:422; Smith 1956 dl.1:181; Dittmaier 1963:81; Molemans 1976:1691; v.Berkel & Samplonius 1989:166

 

Ligging:

 

Perceel nr. 12 werd in 1650 van de gemeente verkocht. Het perceel werd toen omschreven als: eenen plack gemynte, gelegen aen de Heij, groot 3 lopens, 14 roeden en 9 voeten

-          e.z.: de waterloop geheten de Voirdtt

-          voorts: de gemeynte

“Mits gereserveert de vysserijen des voorschreven loop tot behoeff der gemyntenaren van Vechel.”

 

De voort was de plaats waar deze loop de qweg naar Uden kruiste. Later ging de naam over op de loop.

 

Opmerkingen:

 

-

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Udense Dijk