Vlotbeemd - toponiemen

Naam:

 

Bunsenbeemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Den bunsenbeemt [GVEI2-151 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging. Misschien is hier sprake van een spellingsvariant van Bunselbeemd = Busselbeemd, beemd nabij een bosje (zie bussel). Ook kan er wellicht een persoonsnaam onder schuil gaan en was de oorspronkelijke vorm "Bontenbeemd" of "Bont zijn beemd" vgl. Aert Janss die Bont, 1447.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 1

Opmerkingen:

 

Vermoedelijk identiek met Buntselbeemt (perceel nr. 6), ook omdat beide beemden aan elkaar grensden.

 

 

 

 

Naam:

 

Buntselbeemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De helft van die buntbeemd in Vechels Tillaar [BP1190-182v (1417)]

 

buntbeemden op ham by de Aa-hamsche tiende [Hs- (1535)]

 

die hantaert en aeker daeraen gheleghen die buntbeempt Ct goed te Haanvelt) [Mr1322-65 (1608)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op het Ham. Benoeming naar rietachtige grassoort (W.N.T.).

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Bent of bunt is een harde grassoort (Molinia en Corynephorus). Moerman verklaart ‘bunt’ in de richting van ingesloten of omtuind stuk grond. Bun of bunne is afgeleid van het mnl. buun, bune = gevlochten heg; of moet de herkomst gezocht worden bij het germ. * bunjô = verhoging of hoogte ? In onze streken is bentgras of buntgras de volkse benaming van Pijpe­strootje, een grassoort met lange stengels en in ruige pollen groeiend. Het verdringt op veel heidevelden de struikheide. De plant groeit zowel op vochtige als droge plekken. Buntgras is een zodevormende grassoort (familie Graminae) met borstelige, grijsgroene bladeren en zilvergrijze, vaak roodachtig aangelopen pluimen, waarvan de takken tijdens de bloei uitgespreid staan. In Nederland en België komt deze soort voor op dorre open zandgrond en stuifzanden. Bunsland moet misschien ook tot deze categorie gerekend worden [redactie].

 

Moerman 1956:35,  44; Buiks 1983 dl.4:83;v.Berkel & Samplonius 1989:28; WP 1975 dl.dl.4:696.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 6

Opmerkingen:

 

Vermoedelijk identiek met Bunsenbeemt (perceel nr. 1), ook omdat beide beemden aan elkaar grensden.

 

 

 

 

Naam:

 

Drie Rijdende Beemden

Vermeldingen door Cornelissen:

 

1/6 Part in drie reydende beemden agter ham [GVEI2-7v (1778)]

 

rijdende beemden [N (1839)]; D 410-411 (ho: 0.98.00)

 

de onverdeelde helft in een perceel hooiland, of zoogenaamde rijdende beemd in de haveltsche beemden [N (1846)]

 

de rijdende beemd [N (1865); D 802 (ho: 2.54.60)

 

de reidende beemden [V.-]; A 786-787 (ho: 2.00.80).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in de Knokert, in de Hamse en in de Haveltse beemden. Deze percelen hadden drie bezitters, die er beurtelings gebruik van maakten; het eerste lid zal afgeleid zijn van een werkwoord rij(d)en, dat in het plaatselijke dialect min of meer de betekenis gehad zal hebben van "wisselen”..

 

Ligging:

 

Perceel nr. 6

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Grote Beemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op Zijtaart en op het Ham.

 

De groote beemt, ham [RAV-158 (1738)]; D 739,799,818, 819 (ho: 2.50.10).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Beemd was en is nog steeds de gangbare naam voor hooiland. (MM.)

Ligging:

 

Perceel nrs. 10, 11

Opmerkingen:

 

Net als op Zijtaart lagen in het hier besproken deel een Grote en een Kleine Beemt bij elkaar.

 

 

 

 

Naam:

 

Agter (op) Ham

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Quondam manso dicto vulgaris hamme [GVIE2 (1368)]

 

in parochia de vechel in locum dictum op den ham Godefridi de Erpe [GVIE2 (1391)]

 

de hoeve 't goet te ham in Vechel [BP1184-100 (1405)]

 

hoeve op hamme [BP1437-53v (1438)]

 

hoeve hamme [GVE2-39 (1500)]

 

sijn lant op ham [GVE15-8 (1624)]

 

1/3 beemt agter ham, twee karre hoijgewas [GVE12-128v (1777)]

 

op ham [kad. (1832)];D 866-984

 

het ham in de nieuwe veldjes [N. (1891)]; D 1026, 1027 (b: 66.70).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied aan de noordzijde van de Zuid- Willemsvaart, grenzend aan Erp. 't Ham is een groot stuk grond in Veghel. Als toponiem is het gebruikelijk voor spits toelopende percelen. Dit is in ons geval niet meer na te gaan. De grenzen van 't ham zijn wel zo vaag, dat niemand meer precies weet, waar het begin en waar het einde is. het is een buurtschap. Ook in de hydronymie komt het woord voor. De naam Hemelrijk kan een volksetymologische vervorming zijn van 'heem, grens (Lindemans 1928, -150) en rike, gebied, of van ham, hemmekin, inham, afgeperkt of omheind stuk grond (Frans Claes, Naamkunde 1987 -69).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

ex manso op ham (1391, Schriften Smulders)

 

Ham afgeleid van ‘hamma’ betekent: landtong uitspringend in een inundatiegebied. Het kan ook een bocht in de rivier zijn. De meanderende (grens)rivieren vertoonden veel bochten en kronkels en de naamgeving ging over op tegen de rivier aanliggende gras- en hooilanden of beemden [redactie]. Men dient ook rekening te houden met de familienaam van den Ham en Hammen. Hamsvoort en Hamsfort [in Middelrode verbasterd tot Haffert] kan een voorde zijn bij een inham van de beek. Verwant aan dit element, maar niet voorkomend in de cijnskringregio, is het woord ‘hem’ = hoek aangeslibd land, weiland in een rivierbocht of aan een water. De oorspronkelijke betekenis van ‘ham’ en ‘hem’ is omheind stuk land, af te leiden van het ww. hemmen = hinderen.

 

Gijsseling 1954; v.Berkel & Samplonius 1989:80.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 5-7, 9-11, 14, 16

Opmerkingen:

 

Ik sluit me aan bij de verklaring gegeven door Beijers en Van Bussel.

 

 

 

 

Naam:

 

Agter Havelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Uuyt erffenissen aen dat havelt gelegen [GVIE2 (1443)]

 

in die nederboect aent havelt Hs- (1519-1538)]

 

zijnen hoff ende lant aen't havelt [GVE15-33 (1624)]

 

uytten aabempt aen't havent [HH163-2 (1714-1783)]

 

hertgang 't havelt [GVE12-107 (1778)]

 

het haveld [kad. (1832)]; D 1131-1256

 

het haveld [N. (1883)]; D 1231 (b: 45.10)

 

In 't goet te hanvelt [BP1184-182v (1405)]

 

die hoeve te hanevelt en die hoeve te hanenvelt [BP1208-229v (1439)]

 

huis die hovel aent haenvelt [Hs- (± 1495)]

 

sitis in prochia de Vechel ad locum dictum aent haenvelt [GVIDI-3 (1532)]

 

't goed van Haneveldt [Mrv1325-4 (1633)]

 

't goed van Hanevelt, Vechel, genaemt de Lankveltse hoeve [Mr92-72 (1780)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Buurtschap en gebied aan de oostzijde van de dorpskom, zuidelijk van de weg naar Erp. Misschien een nevenvorm van of ontstaan uit het toponiem Davelaar (zie Davelaar). Op grond van bovenstaande opgave zou men gelijkenis verwachten met Hamveld. Maar 't Havelt en 't Ham zijn twee onderscheiden stukken grond. De namen zijn nog algemeen bekend. Misschien is een etymologie oorspr. hovevelt aanvaardbaar. Bij contractie (korte -e- staat tussen gelijke consonanten) ontstaat hovelt. In dialectische uitspraak misschien vervormd tot Havelt. Bij deze constructie zou eveneens een naam "Hoffelt" of "haffelt" mogelijk zijn. Een tweede mogelijkheid is wellicht een vorm: ho-veld, een hoog veld.

 

Haanveld is vermoedelijk identiek met het Hamvelt. Het eerste lid kan ook een persoonsnaam zijn vgl. Henrick Willem die Haan 1431 (Kl.V.P. -103v).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Hanvelt (Leenboeken 1312)

 

Soms staan haantoponiemen in verband met de cijns die op het betreffende perceel rustte, een haan. Meestal echter moest de cijnsplichtige kapoenen, ganzen of hoenders leveren aan de cijnsheffer.

 

Ook kan het afleiding van een familienaam zijn, nl. de familie Hanen, die verspreid voorkwam in de cijnskring.

 

Haannamen kunnen ook refereren aan plaatsen waar hanengevechten werden gehouden of aan plaatsen waar korha­nen of patrijshanen voor kwamen. Het baltsen van korhanen in het voorjaar gebeurde op speciale plekken op de heide. Dit spectaculaire gebeuren in de vroege ochtend zal niet onopgemerkt zijn gebleven. Korhoenders komen voor in de overgangsgebieden tussen open heidevelden en bossen en op de randen van de akkers, moerasgebieden en broekgronden. De aanwezigheid van bomen, bij voorkeur in verspreide lage bosjes grenzend aan open plekken, ontstaan door afbranding, was essentieel voor hun biotoop. De vogels fourageerden daarbij op de (kleinschalige) akkers en broedden op de heide. Benamingen naar vogelnamen komen in de toponymie frequent voor.

 

De Vlierdense Haanakker is waarschijnlijk een verbasterde vorm van de Hagenakker. Zo kan Handelaar onder Kalmthout gevormd zijn vanuit Haanlaar.

 

Knippenberg 1954:106; Buiks 1990:99; Trommelen 1994:236; Buiks & Leenders 1993 dl.3:313; Beijers 1992:146.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 4, 12

Opmerkingen:

 

Een iets oudere vermelding dan die gesignaleerd door Beijers en Van Bussel is de persoonsnaam Willem van Hanevelt vermeld in de uitgiftebrief van Jekschot in 1311. Havelt is waarschijnlijk een evolutie uit Hanevelt.

 

De verklaringen gegeven door Cornelissen zijn niet overtuigend. Beijers en Van Bussel wijzen op de mogelijkheid van een “cijnshaan”. Daarvoor bestaan geen aanwijzingen. Blijven over: verwijzing naar een vogel, of een persoonsnaam, of een onbekende andere verklaring). Vernoeming van een gebied of perceel naar een vogel was zeldzamer dan naar een persoon gebruikelijk, zodat de verklaring “vernoeming naar een persoon” de vanuit die overweging de voorkeur zou verdienen. Maar dan zouden we een -s- verwachten, dus Haansvelt, of Hanesvelt, en die staat er niet.

 

 

 

 

Naam:

 

Jan Nelissen Beemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

Verklaring door Cornelissen:

 

-

Ligging:

 

Perceel nr. 12

Opmerkingen:

 

Eigenaar van vóór 1722.

 

 

 

 

Naam:

 

Jan van Balgoyen Beemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Eenen beemt hoijlants aent havelt genaemt Jan van Balgoijenbeemt, ontr. 3 karren

hoijgewas, een zijde St. Tunisbeemt, andere zijde de Aa [RAV108-94 (1779)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging in het Havelt aan de Aa. Benoeming naar persoonsnaam.

Ligging:

 

Perceel nr. 3

Opmerkingen:

 

Eigenaar van vóór 1702.

 

 

 

 

Naam:

 

Kleyn Beemtje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze valdnaam op Zijtaart en op het Ham.

 

In de cleijnen beemt agter Ham [GVEI2-164 (1778)]; den kleinen beemd [N (1830, 1847,

1848, 1884)]; A 741 (ho: 15.40), D 394, 837 (ho: 83.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Beemd was en is nog steeds de gangbare naam voor hooiland. (MM.)

Ligging:

 

Perceel nr. 8

Opmerkingen:

 

Net als op Zijtaart lagen in het hier besproken deel een Grote en een Kleine Beemt bij elkaar.

 

 

 

 

Naam:

 

Over de Aa

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert alleen het leengoed Overaa (zie deel Bruggen).

Verklaring door Cornelissen:

 

Wellicht benoeming naar een ligging "over" de Aa.

Ligging:

 

Perceel nrs. 4, 10, 11, 13

Opmerkingen:

 

Gelegen aan de overzijde van de Aa gezien vanuit het huis van de bezitter van deze percelen.

 

 

 

 

Naam:

 

Schenkels Beemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Schenkels beemt agter ham [GVEI2-171 (1777)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging nabij het Ham. Het eerste lid zal een genitief zijn van een persoonsnaam.

Ligging:

 

Perceel nr. 13

Opmerkingen:

 

Wilbort Schenckels bezat deze beemt vóór 1707.

 

 

 

 

Naam:

 

Agter den Schopakker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Die scopacker [BP1190-182v (1417)]

 

(agter) de schopakker, in akart [GVIIE13 (1539)]

 

zijn land int akert neffen de schopecker [GVE15-62 (1624)]

 

dirk jan deenen beemt agter schopakker [RA V159-49v (1741)]

 

de schopakker [kad. (1832 )]; D 288-310 (b: 9.59.90)

 

de schopakker [N (1835, 1836, 1842, 1847)]; D 288 (b: 67.00), 289 (b: 08.40), 291 (b:

48.40), 299 (b: 72.40), 297

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied tussen het Akert en de Haveltsebeemden. Benoeming naar de aanwezigheid van een "schop", die daar eens gestaan zal hebben.

Ligging:

 

Perceel nr. 16

 

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

Naam:

 

St. Anthonisbeemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

St. antonisbeemt (havelt) [GVE2-141 (1702)]

 

eenen beemt hoijlants aent havelt genaemt jan van balgoijen beemt, ontr. 3 karren hoijgewas, een zijde st. tunisbeemt, andere zijde de Aa [RAV108-94 (1779)]

 

st. antonisbeemd onder veghel (gehoorende aen st. antonisgilde) [Mrv92-150 (1796)]

 

op het ham sint antonius beemd [N (1819)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging in het gebied Havelt/Ham.

Ligging:

 

Perceel nr. 2

Opmerkingen:

 

Het perceel was tot 1796 van het Land (de overheid), en dus na 1648 door de overheid geconfisqueerd. Dit betekent dat het perceel vóór 1648 kerkelijk bezit was, in dit geval hoogstwaarschijnlijk van de Sint-Antonius kapel op het Havelt. Dus niet van het Sint-Antoniusgilde zoals Cornelissen schrijft.

 

 

 

 

Naam:

 

Vlotbeemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Gedeelte in eenen hoijbeemt gelegen achter ham, groot ontr. 2 karren hoijgewas,

beneffens erve den vlodtbeemdt, d'ander zijde rijdende met michiel donckers, d'een eijndt den roodtsen beemt [RAV60 (1668)]

 

vlotbeemt [Hs- (1676)]; vlotbeemd agter ham [GVEI2-49 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging "achter" het Ham wellicht in de Hamsche beemd. Het eerste lid zal ontstaan zijn uit mnl. "vloet": 1) rivier, beek, 2) watervloed, overstroming (land dat

regelmatig onder water staat) (M. Top. valk. -257). Waarschijnlijk is het een beemd

geweest die geregeld onder water stond.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Vaak zal dit element betrekking hebben op een molenvloed waarin het water een watermolenrad moest aandrijven. Zo’n molenvloed was dikwijls een omleiding van een beek. Veel vloednamen herinneren aan de vaak moerassige en laaggelegen hooilanden die regelmatig onder water stonden.

 

Buiks 1990:152; Molemans 1976:1622.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 15

Opmerkingen:

 

Ik sluit me aan bij de verklaring gegeven door Cornelissen.

 

 

 

 

Naam:

 

Weertje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Waard mnl. weert, waert 1) riviereilandje, 2) laagliggend land dat vaak onder water loopt (M.Top. Valk. -263).

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Een afleiding het germ. * waritha: eiland of aanwas tussen rivieren. Dit is niet de bete­kenis voor het oos­telijk deel van Brabant. Daar verwijst de naam naar laaggelegen percelen die vaak onder water stonden en ge­situeerd waren in de omgeving van rivier­tjes of beken, dus in de beekdalen.

 

Schönfeld 1950:54; Moerman 1856:258; Gijsseling 1960:1034; v.Berkel & Samplonius 1989:48; Dittmaier 1963:340.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 4

Opmerkingen:

 

-

 

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Vlotbeemd