Rentmeesters van de domeinen in de Meierij van Den Bosch voor 1400. Engelbert dictus Ludingh receptor in Busco in 1281,1 echter onduidelijk of dit een ontvanger van de domeinen is met bevoegdheid om gemene gronden uit te geven. Wouter Toyart rentmeester 1300, 2 schout in 1301 en 1311,3 summus forestarius nemorum seu silvarum en geeft in die hoedanigheid een gemeynt uit.4 Eva dr Gooswijn I Moedel van Mierlo huwde Wouter Toyart, kinderen zijn bekend onder de naam Van Hoesschot en Van der Schaut, kinderen: ridder Jan, Eva?, Hendrik, Roeof genaamd Rover, heer Rutger, heer Jan. Wouter Toyart had nog een zoon met de naam Jan van Dommelen.5 Laurentius Volcart, rentmeester in 1301.6 Gylis, rentmeester in 1311.7 Johannes Liscap rentmeester 1314-1316.8 Mogelijk identiek aan Jan Lysscep schepen van Den Bosch 1304, 1306, 1307, 1310, 1311, 1314 (voor de vermelding als rentmeesterr), 1316.9 Bartold de Tilbourg, die vermoedelijke te identificeren is als Arnt genaamd Bertout Back van Tilburg,10 vermeld als rentmeester in 1417.11 Op grond van de betrokkenen zou dit circa 100 jaar eerder moeten zijn, zodat 1417 mogelijk een verschrijving is voor 1317. Wouter Toyart, rentmeester in 1320?12 Engelbert Ludinck van den Dijke, rentmeester in de periode 1326 … 1330.13 Tieleman van Zon, rentmeester in de periode 1335…42.14 Volgens Van Son was Mathias Back van Corvel in 1349 hertogelijk rentmeester. Martens noemt Mathys Base op grond van vermelding in Bijdragen van Noord Brabant II 1845 p. 569 no 112.15 Mathys Back rentmeester van 1 Camps 1979, blz. 474, nr. 378 15-9-1281 2 Camps 1979, blz. 720-722, nr. 598 13-9-1300, blz 723-724, nr. 600 4-12-1300, blz 724-726, nr 601 4-12-1300, blz. 726-727, nr. 602 4-12- 1300, blz. 727-728, nr 603 4-12-1300, blz. 729-730 nr 604 4-12-1300. 3 Jacobs 1986, blz. 238 schout 30-8-1301 en 12-1-1311. 4 Camps 1979, blz. 1027-1029, nr. 842 13-5-1311. 5 Vogels 1999, blz. 29-33. 6 Camps 1979, blz. 737-739, nr. 613 30-4-1301; blz. 739, nr. 614 20-5-1301; blz. 741-742, nr. 616 23-5-1301. Enklaar 1941 blz. 100-101, nr. 54 23-5-1301. 7 BHIC LT 158a, f. 354 St. Andriesdach 1311; Camps 1979, blz. 1049-1051, nr. 860 {1-7]-12-1311; Erens 1948, dl. II, blz. 236-237, nr. 441 tussen 5 en 12 december 1311. 8 BHIC 5011 Archief Helvoirt 86, 28-12-1339 corrupt; Inleiding Fasel 1981, blz. 5 25-4-1315; Martens 1954 blz. 520 11-2-1316; Jan Bisscop (=Liscop) vermeld 30-12-1314 receptor reddituum domini ducis Brabantie in Boscho Ducis, Notebaert 1968, blz. 14-15 nr. 10. 9 Jacobs 1986, blz 248-250. 10 Vriendelijke mededeling Hans Vogels 22-12-2006. 11 Volgens BHIC LT 158a, f. 309v-310 werd de gemeynt van Maren op quasimodo 1417 uitgegeven door Bartold van Tilbourg. 12 Lijten veronderstelde dat een document van het schuttersgilde teruggaat op een uitgiftebrief die vanwege de tekst in het Latijn slecht begrepen is. Het woord schutter of schutten is daarbij opgevat als schuttersgilde. Mijns inziens een plausinele verklaring, daar ook de rentmeester van de domeinen erin genoemd wordt, zij het waarschijnlijk verkeerd gelezen als Wouter Goyaerts in plaats van Toyaerts, een fout die meer gemaakt is. De akte zou van 1320 stammen, maar ook dat kan uiteraard verkeerd gelezen zijn. Lijten 1993, blz. 54-55. Wouter Toyart is mogelijk in 1335 nog in leven als zijn goederen onder Woensel en Ten Hulze de gemeynt van Best mogen gebruiken. Zie uitgifte 24-6-1335. BHIC L&T 158a fol. 291. 13 Krom 1884, blz. 17-18 1-6-1326, Enklaar 1941, blz. 121, nr. 71 24-6-1327, blz. 299-293, nr. 147 4-6-1328, blz 74-75, nr. 44 7-1-1330, blz. 75 nr. 45 13-1-1330. 14 ARAB RK 5283; RK 45038, rekening 1340; Asseldonk 1999; BHIC L&T 158a, f. 288v. 10-4-1337, f 276v. 8-12-1337; Martens 1954, blz. 520 9-12-1337-1342; Gezien formuleringsovereenkomst was Van Zon wellicht al eerder in dienst: BHIC LT 158a, f. 288v.- 289v. 10-4- 1337; f 291-292 24-6-1335 “ .. et duodecem denarii officiato dictarum villarum exercente hujusmodi officium arrestandi …” . 15 Martens 1954 blz 520; Hermans 1842, dl. 2 zesde stuk 1848, blz 546-579, Inventaris van perkamenten charters en privilegebrieven berustende in stads grote komme ter archieve van ´s Hertogenbosch gelijk die door de stads-archivaris in 1846 uit verschillende stedelijke Den Bosch wordt in Van Os16 tezamen met Jan van den Plassche genoemd in een ongedateerde scheiding tussen het Land van Herpen en Nistelrode. Jan van den Plas wordt door Jacobs niet als schout van Den Bosch vermeld in de periode 1340-1354.17 Echter in Erens18 is op 16-2-1356 sprake van “heren Jhans vanden Plassche riddere, wilen des scoutheiden ten Bossche waren”. In een latere akte19 en twee vroegere20 treedt een ridder Jan van den Plasch passief op; hij wordt slechts genoemd als schuldeiser. Echter in een akten van 5-4-134421 is hij actief als actor. De overlijdensdatum van ridder Jan van den Plas zal dus tussen 25-7-1345 en 16-2-1356 gelegen hebben. Dat het om dezelfde persoon gaat, blijkt deels uit de akten en mag anderzijds worden aangenomen omdat er in de akten geen poging wordt gedaan om hem te verbijzonderen, hetgeen wel aannemelijk zou zijn als er op dat moment verwarring zou kunnen bestaan omdat er meer Jan van den Plas van dezelfde status op dat moment actief zouden zijn. Of hij identiek is aan Jan van den Plas die on 1311-1312 en 1317 genoemd wordt als schout van Den Bosch (Jacobs 1986, blz. 238) is niet te zeggen, maar de vermelding “wilen des scoutheiden ten Bossche waren” doet wel een recent schoutambt vermoeden. Daaruit zou volgen dat de grensscheiding tussen het Land van Herpen en Nistelrode tussen 1340 en 18-6-1354 heeft plaatsgevonden en dat Jan van den Plas toen schout van Den Bosch en Matthys Back hertogelijk rentmeester waren. De periode tussen 1340 en eind 1349 ligt dan het meest voor de hand. Johannes de Plassche wordt ook genoemd als ’s hertogen leenman van de tienden (van het voormalige woud) van Leendonc bij Oisterwijk, ca. 1350.22 Volgens Adriaenssen23 was Jan zn Arnoldus Berthout Bac van Tilburg dat in 1357. Bij deze laatste vermelding is het niet geheel duidelijk of de vader of de zoon wordt aangeduid als rentmeester. Jan van Tulle, rentmeester in 1358.24 Henricus Loeze of Loese, rentmeester 1363 tot kerstmis 1374.25 Johannes Wrede rentmeester 1374 tot st. Jansmis 1377.26 Herman van den Grave, rentmeester van 1377-1378.27 Aelbrecht Boc van Lith, rentmeester van 1381-27-4-1391.28 Ard Berwout, rentmeester 18-5-1381-1397.29 Jan Coptiten, rentmeester van 1397-1400/0130 Henrick Dicbier Godertssoon rentmeester van 1400/01-19-8-1409.31 verzamelingen bijeengevoegd en chronologisch gerangschikt zijn, nr. 112 31-10-1349 Matthijs Bax rentmeester van den Bosch kwitantie vanwege de hertog. 16 Os 1997, blz. 96. 17 Jacobs 1986, blz. 238. 18 Erens 1950 dl. 4, blz. 213-215, nr. 1039. 19 Erens 1950, blz. 224-225, nr. 1047 19-10-1356. 20 Erens 1950, blz. 69-70, nr. 938 en 939, beide van 14-11-1349. 21 Erens 1950, blz. 9-10, nr, 883 5-9-1344 en blz. 17-18, nr. 891 25-7-1345. 22 Galesloot 1865, blz. 123. 23 Adriaenssen 1989, blz 48, maar jaartal onjuist citerend (1349 in plaats van 1357),vergelijk Brekelmans 1952, blz. 35, nr. 260-261. 24 Enklaar 1941, blz 49-50, nr. 23 4-6-1358. 25 Uyttebrouck 1977; ARAB RK 2350-2360; SADB HG 731 17-8-1373. 26 ARAB RK 2361-2362; Martens 1954, blz. 520. 27 ARAB RK 2363-2364; Martens 1954, blz. 520. 28 ARAB RK 2367-2376; Martens 1954, blz. 520. 29 ARAB RK 2377-2381; RK 2382, blz. 1 “Ard Berwouts wive rentmeester was van Den Bossch een rest van gelde”; Martens 1954, blz. 520. 30 ARAB RK 2382-2388; RK 2389, blz. 3 “item van Jannen Coptiten rentmeester wilen was van tserthogenbossche in alrehande portien te gader gerekent CXL francken V gr vl”. 31 ARAB RK 2389 “item van tot tstHogenbosch na Jan voirs in alrehande portien te gader gerekent XVIIcLX francken IIII s gr vlems”: RK 2390-2392; RK 5232-5238.