Bron Rijkswaterstaat BHIC toegang 261 inv. nr. 1

Transcriptie door Antoon Vissers

Een inspectie, gedaan in de herfstmaand 1809 door H. Verhees en F. Beijerinck.

Beschrijving van rivier de Aa.

De oorsprong van dit riviertje vind men in de Grote Peel op de verschillende plaatsen onder Someren, Asten, Lijssel, Deurne, Bakel en wijder af van de uit de landen over de grens van het rijk alle op de kaart van den landmeter Verhees te vinden. Het riviertje loopt op de verschillende beeken van minder of meerdere groote zamen en wordt daar door al gaandeweg waterrijker en grooter. De hoofdgeul van het zelve doorloopt het land tusschen de dorpen Asten en Someren langs het stadje Helmond voorts door de landen van Rixtel, Beek en Donk gaat met een omweg vandaar langs Gemert door Erp op Vechel vervolgens de landen van Dinter, Heeswijk en Berlekum. Na een menigte van slingeringen door geloopen te hebben komt het binnen s'Bosch aan de Kleine Hekel, binnen welke stad het meestal onder de huizen door naar de haven loopt, waarin het zich met het water der Dommel vereenigd. De beeken die deze rivier zamenstellen, voeden of vergrooten zijn: Een klein beekje en westen van Someren uit de Somersche Peel.

De Astensche Aa die uit de groote Peel dier heerlijkheid ontstaat langs Lijssel en hier doorheen vlied en een uur boven Helmond op de Aa komt. Van deze beek wordt gezegd dat door de culturen van nieuwe gronden steeds waterrijker wordt zodat den watermolen van Stipdonk buiten een langdurige droogte in de zomer zelden een dag behoeft stil te leggen. Een half uur beneden Helmond bij Rixtel stort de Bakelsche Aa haar water tot deze rivier uit. Het water dier beek heeft zijnen oorsprong uit de Peel agter Deurne en tusschen die plaatsen Bakel, 't loopt uit drie takken zamen en is zo groot, dat voorheen bij het landgoet Schip en Stal door den zelven een olijmolen gedreven werd, de rijkheid dien beek zoude door ingravingen der Peel merkelijk kunnen vergroot worden.

Een riviertje van Stiphoud komende, dat zich met twee andere sprongen van Lieshout vereenigd valt bij Boerdonk in de Aa. Een weinig verder van den kant van Gemert een klein waterloopje.. Differente waterlopen en sloten die nederwaards dit riviertje voeden, gaan wij stil zwijgend voorbij, terwijl wij genoegzaam achten ter opmerking, hoedanig deze rivieren van water overvloediger te maken zijn zoude, de voornaamste takken dien het zamenstellen aangewezen te hebben.

De hoofdcours of richting van de Aa is ten naaste bij evenwijdig met de Maas. De lengte van s'Bosch tot Helmond is ongeveer als men de loop der rivier volgt 7 ¾ uur en de ordinaire weg 6 ½ uur gaans van helmond tot den weg tusschen Someren en Asten nog rijkelijk twee uuren, dus heeft de Aa ongeveer 10 uuren gaans lengte, behalven den afstand die er nog van daaraf tot aan den oorsprong is op dit riviertje staan 6 watermolens, als 1e de Stipdonksche, 2e de Helmondsche, 3e aan het Gulden Huis, 4e te Erp 5e de molen ter Steen, 6e te Middelrode, gebrek aan genoegzaam water, doch voortnamelijk de lage ligging der weilanden boven de molens waarvoor door geen keerdammen en waterleidingen g[ren]ngd, doet den meeste molens des zomers stil staan, wanneer men zich als dan van windmolens bediend, ondertusschen steld men vast dat bij doorgravingen tot in de Peel het riviertje water rijker worden zouden.

Het bevaarbaar maken van het zelve was zedert negen jaren het object van overweging in den onderzoeks, met door den lient: direct. Kraijenhof, vervolgens werd de zaak met meerder ernst ondernomen door een commissie uit den landbouw en werkelijk aangevangen dan niet doorgezet, ofschoon er reeds opmetingen, waterpassingen en een volledig plan gemaakt was tot de bevaarmaking van s'Bosch af tot Vechel door middel van stilstaan bassins, met de nodige schutsluizen, beproefd men door verdiepingen van het verharde ijzerachtige zandbedde beneden Vechel mitsgader enige weinige afsnijdingen van enige slingeringen de bevaarwegh te bewerken dan men ondervond weldra de weinige vrucht van dezen arbeid.

Intusschen heeft de commissie ten dien einde vervolgens koninklijke kabinets order den 21 grasmaand 1809 nr. 104 bestaande uit den ondergetekende, benevens de landdrost van het departement Braband en de inspecteur van 't district der rivieren, met den commissaris tot de bevaarmaking van de Aa, de Jong benevens den directeur Verhees, aan wier directie dit werk tot Vechel is aan bevolen, daar in zouden persisteren en wel op de wijze als huns onderwerp behelsde waarom zij benevens gemelden heeren hebben goed gevonden zich te voegen bij den voorslag topt den aankoop van twee molens, het leggen van schut en verlaatsluizen en den aanleg der nodige keerdammen, met de sloten tot de waterlozing voor de landen terwijl zij intusschen voortgaan tot de opneming van Vechel tot Helmond en vandaar hoger aan tot Someren waarvan het hun voornemen is een geregeld plan op te maken.

Bereeds kunnen de ondergetekenden op dit sujet aanmerken; dat deze vaart eeniglijk tot oogmerk hebbende de bevordering en den akkerbouw, zodanig zal behoren ingericht te worden als dan dat oogmerk en aan de natuur der situatie ten aanzie der zelve haar grootheijd van het steeds kleiner worden vermogen beantwoord zodanig ook dat men in staat is en blijft het zelve door bijtakken te vermeerderen en den voordeligen invloed dus doende zoover mogelijk in de binnen landen uit te breiden en ten andere dat men de werkzaamheid wegens de uitgestrektheijd niet op eens kunnen ondernemen die vaks gewijze van beneden af naar boven toe door zetten, blijvende dat werk altijd in den magt om het naar de voorkomende gelegenheid op de voordeelgste en met den aard der zaken meest strokende wijze te wijzige.

Voorts merken zij aan, dat daarin veel zal te doen de instructie der ingelotenen en het gebruik maken van der zelve hiervan zal bij voorbeeld afhangen de verbeterde werkzaamheden in de turfpeel. Het kanaal dat men daarin doortrekt, om naar Grave de turf te vervoeren zouden door dien weg misschien met de Aa langs Gemert te vereenigen zijn en alzo dat land door dien weg een nieuwe deur openen voor een menigte van thans nog onbekende voordeelen. Voor welke toenemde industrie zoo 't ons toeschijnt bereid waarborge strekt de volgens rapport van de commissie van landbouw aan zijne excellentie den minister van binnenlandsche zaken in 1805 en 1806 betoonde kennis der ingezetenen aan de waarde en nuttigheid der Hollandsche Asse en [Beer] en de graagte waarmede zij deselve op het voornemen der aankomst van schuiten met de specie beladen tot Vechel kwamen kopen en tevens een daar hoogen prijs betaalde. Doch wij gaan in de beschouwing verder en wel tot de voornaamste der binnenlandsche rivieren in dit departement De Dommel.